Spijt zonder zere voeten



Klik op de foto voor iets grotere plaatjes

‘Liefje? Lig je op de bank? Half te slapen? Ja, het is al laat. Maarrem, je moet toch je schoenen effe aandoen en hier naartoe komen… Waar ik sta? In de Maria The­re­siastraat, vlakbij het station. Er liggen hier stapels tijd­schrif­ten over een lengte van zes meter met Libelles uit de jaren zestig. Neem je fiets mee, en het oubom­ma­k­ar­re­tje. En snel­bin­ders of zo. Ja, ik blijf hier wachten. Kom maar gauw.’

Dus daar sta ik, in het lamplicht, half elf op een drukke dins­dag­avond, met een buit die ik moet bescher­men. Een buit die ik met geen moge­lijk­heid kan verbergen, een buit die ver­moe­de­lijk niet alleen mij inte­res­seert, tenzij ik weet te voorkomen dat iemand anders de stapels ziet.

Ik probeer de tijd­schrif­ten zo te leggen dat er zo min mogelijk ultiem coole six­ties­vrou­wen recht in de straat­lan­taarn blikken, maar het probleem is dat alles aan zo’n zes­ti­ger­ja­ren­tijd­schrift mooi is: de adver­ten­ties op de ach­ter­kant met in wicked blauw-oranje geklede, volup­tu­eu­ze dames die een fonduepan aan­prij­zen, de gescheur­de pagina’s met aan­be­ve­lin­gen voor de opvoeding van brutale kinderen, de getekende adver­to­ri­als over het gebruik van was­ma­chi­nes zónder wringer, de kerst­num­mers die druipen van old-fashioned onschuld en uiteraard de omslagen. Alles is zo ultiem cool dat ik onmo­ge­lijk kan voorkomen dat lief­heb­bers van heinde en verre zullen zien dat daar een gigan­ti­sche stapel ultiem coole tijd­schrif­ten zomaar voor het grijpen ligt.

De enige moge­lijk­heid die ik kan bedenken, is mijn fiets zó op de stoep zetten dat iedereen moet over­ste­ken om verder te kunnen. Dus ik stal mijn fiets overdwars op de stoep en doe alsof ik druk bezig ben met een spaak of een kogel­la­ger. Mijn plannetje werkt en ik voel me als Mike die altijd maar bezig is zijn eten te verbergen.

Na een kwar­tier­tje komt mijn lief met rugzak, bommakar en touwtjes in de aanslag. Hij neemt de stapel in ogen­schouw.
‘Amaai’, zegt-ie.

We beginnen de mooiste stapels in het karretje te laden en wat blijkt: onder elke stapel duikt een nieuwe schat op. Dacht ik eerst nog dat het alleen Libelles uit de sixties waren, al inpakkend zie ik Momo’s uit de seventies, talloze exem­pla­ren van Het Rijk der Vrouw uit de jaren vijftig en een paar Waalse mode­bla­den van decennia geleden. Uit­ein­de­lijk lopen we naar huis met honderden tijd­schrif­ten uit de periode 1948 tot 1990. Met de fiets aan de hand, een boordevol karretje, een rugzak én pijn in ons hart omdat we er nog duizenden moeten ach­ter­la­ten.

Het is een barre tocht. Onze fietsen bezwijken bijna onder het gewicht van al dat moois en ik strooi her en der nog wat tijd­schrif­ten over het Leuvense asfalt, omdat de touwtjes van de bundels aan mijn stuur breken. Nood­ge­dwon­gen laten we die pareltjes liggen voor de eerlijke vinder.

Thuis­ge­ko­men wil ik terug, maar ik ben doodop van de eindeloze sleur­tocht en een werkdag van bijna vijftien uur. En dan: als je wel teruggaat, moet je dan álles meenemen? Dan zouden we zeker zes ritten moeten doen, met zere voeten, een vol hoofd en de klok die nu al mid­der­nacht aangeeft. Ik zucht.

We besluiten niet terug te gaan, maar ‘s nachts word ik nog een paar keer wakker met een zwaar gevoel van spijt op mijn schouders. En de volgende dag als het papier bij mij op de berg wordt opgehaald, krijg ik een wee gevoel in mijn maag. De vuil­nis­wa­gen zal zojuist in de Maria The­re­siastraat geweest zijn. Ik wil er niet aan denken.

Maar gisteren dacht ik er weer aan. Toen ik drie uur lang scans maakte van omslagen van Het Rijk der Vrouw van meer dan vijftig jaar geleden – en niet te vergeten van de bin­nen­kant van de covers, met tien­tal­len waan­zin­ni­ge adver­ten­ties, variërend van men­thol­pil­le­tjes voor rokende vrouwen tot onont­vlam­ba­re ont­vlek­kers. En weer kreeg ik een wee gevoel in mijn maag. En de hoop dat meer mensen loodzware bom­ma­k­aret­tjes door de straten hebben gesleurd die nacht. Mensen boordevol energie, zonder zere voeten, die nu net als ik beseffen dat ze goud in handen hebben.

(Morgen een foto van een productie met de covers als materiaal)

5 reacties

  1. liza

    Oeh ja, mijn hart doet mee pijn, samen met het uwe! Ik heb hier nog zoveel muren te behangen! Zou leuk zijn, zo’n muur vol adver­ten­ties. Altijd allerlei inte­res­san­te dingen te bekijken dan…

  2. @ allemaal: Terecht jaloers!

    @ Esther: Ik zag een paar dagen later dat het huis waarvoor ik ze vond per exe­cu­tie­ver­koop verkocht zou worden, dus ik denk dat er een oud madammeke is gestorven.

    @ Soes: Meet the Flemish! ;)

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.