De Colo­fon­ziek­te

Voor het weblog Erva­rin­gen van twee free­lan­cers
schreef ik deze week een gastlog. Ik plaats ‘m ook hier.

De colo­fon­ziek­te is een vrou­wen­ziek­te. De colo­fon­ziek­te is ver­ge­lijk­baar met de afti­te­lings­ziek­te en heeft als symptomen: het scannen van élk colofon op namen van bekenden. De afti­te­lings­ziek­te uit zich vooral in geob­se­deerd goed opletten als de generiek door het beeld zwiert. En dan roepen: hee, die zit in de redactie. En die zit daar óók!
De colo­fon­ziek­te komt ook voor bij mannen, maar heet dan meestal het colo­fon­feest. Mannen laven zich aan hun bekende vrienden, baden zich in het licht van de ander, liften mee op de ver­dien­sten van de oud‐klasgenoot en wentelen zich dan nog even in hun eergevoel.
Vrouwen roepen ‘hee’ en beginnen zich met spoed af te vragen of ze zelf wel genoeg hebben bereikt in het leven, hadden zij niet eigenlijk in die afti­te­ling moeten staan, had hún naam niet in dat bekende blad moeten prijken?
Laatst las ik iets over een onderzoek naar het effect van net­werk­si­tes als Facebook, Linkedin en Hyves op je zelf­ver­ze­kerd­heid. En verdomd, daar kwam de aap uit de mouw: voor mannen heeft het aantal vriendjes achter hun naam een weldadig effect. Jeuj, ik heb wel veertig vriendjes! Kijk mij nou! Joepie!
Terwijl bij de vrouwen gelijk het ver­ge­lij­kings­me­cha­nis­me optreedt: ik heb veertig vriendjes, maar zij heeft er wel hon­derdtwin­tig…! Wat heeft zij dat ik niet heb? Wat is er mis met mij? Waarom heb ik zo weinig vriendjes?
En als deze sfeer­be­der­ven­de eigen­schap al optreedt bij zoiets onbe­nul­ligs als nep­vriend­jes op ‘t internet, dan wil ik niet weten hoezeer wij media­werk­sters onszelf tergen met onze colo­fon­ziek­te.
Soms zou ik willen dat ik gewoon melkboer was. Misschien verscheen er dan eens een andere melkboer op tv en dan zou ik, zoals het een fat­soen­lij­ke vrouw betaamt, gelijk weer gaan meten en ver­ge­lij­ken. Maar ik zou me soms ook dagenlang de beste en belang­rijk­ste melkboer ter wereld kunnen wanen. Als jour­na­list word je voort­du­rend gecon­fron­teerd met elkaars bereik, pres­ta­ties en naams­be­kend­heid. Voor de niet‐melkboerinnen onder ons zit er dus maar één ding op: behalve jour­na­list ook mán worden. En ons ver­vol­gens als chau­vi­nis­ti­sche varkens wentelen in de saus die status heet.

6 reacties

  1. Maar als melk­boe­rin staat je naam in het beste geval enkel op een lelijke cami­o­net­te. Als je dan bood­schap­pen gaat doen staat de parking vast vol mooiere cami­o­net­tes en zie je bovendien heel wat mensen melk kopen die de jouwe niet is.

    En dan sta je dus weer bij af.

  2. Maz

    Ojee, ik ben ont­mas­kerd! Is er al een praat­groep? The­a­ter­ma­kers hebben hier ook last van, geloof mij… Ik word wel groen­te­boer, anders ver­plaat­sen we het probleem.

  3. Als wij vrouwen gewoon weer allemaal terug achter ons bor­duur­werk­je kropen, terug de huis­ka­mers in, terug achter de geraniums, terug in het kielzog van onze man, terug tussen het wasgoed, terug van naar waar wij vandaan kwam; dan zou het ver­ge­lij­kings­me­cha­nis­me snel ophouden. Maar dan komen de roddels.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.