Mijn meesterwerk vreet arbeidsuren

Wederom wat gemijmer op VPRO’s Café De Liefde in De Liefde vs. Zezunja.

Toen mijn vakgenoten werkten aan hun carrière, werkte ik aan de liefde. Zij klommen op, likten zich in en deden hun best op school en kantoor. Ik nam verkering, maakte het uit, nam nog eens verkering, maakte het weer uit, trouwde en maakte het maar weer eens uit.

Mijn carrière kwam op het tweede plan. Ik werkte wel, maar ging niet skyhigh, hoewel dat in mijn beroep gebruikelijk is. Ik had er gewoon geen tijd voor. Indruk maken op potentiële prinsen op het witte paard vergt namelijk eindeloos veel tijd. Zo duurt een liefdesbrief doorgaans ruim een uur, een verleidelijke foto mailen kost in het beste geval een half uur en bedenken met welke romantische actie je de man in kwestie het hof zult maken, kost dagelijks zeker vijf keer tien minuten. Het uitvoeren van die romantische acties laat ik dan even buiten beschouwing. De keer dat ik besloot een videoclip te maken, spande de kroon: drie volle dagen was ik daarmee kwijt.

Verder moet je natuurlijk bedenken wat je aan moet. Slecht zittende topjes aan- en uittrekken, neemt dagelijks ongeveer drie kwartier in beslag. En emmeren tegen vrienden en familie over hoe vreselijk verliefd je bent en dat je niet meer kunt eten: minimaal een half uur per dagdeel. Kortom, toen anderen aan hun carrière werkten, werkte ik aan de liefde.

En dan heb ik het nog niet eens over liefdesverdriet gehad. Dát is pas tijdrovend. Op bed liggen en met je hoofd in een kussen jezelf in een depressie dreinen, vraagt úren van je tijd. Daarnaast slorpt het overwegen of je zult bellen (of toch maar niet) elk kwartier een paar minuten op. En zorgen dat niemand ziet dat je hebt gehuild, kost ook zeeën van tijd. Voordat je met de aambeienzalf de Senseo-pads onder je ogen hebt getemd, ben je met gemak een half uur verder.

Nu hoor ik u denken: en wat brengt dat nou op? Dat ‘werken aan de liefde’? Welnu: een geheid fundament. Toen anderen ploeterden voor een betere plaats in het colofon, een grotere lease-auto of de zekerheid dat ze over veertig jaar 50 euro per maand meer te besteden zullen hebben, vroeg ik mij af met wie ik in zo’n lease-auto naar Parijs zou rijden en met wie ik zo oud zou willen worden dat ik in aanmerking kom voor die 50 euro extra. En niet te vergeten: hoe ik kon voorkomen dat ik maar half-gelukkig die gezegende leeftijd zou bereiken.

Soms vraag ik me af waar het mis is gegaan. Als ik zie dat mijn beroepsgenoten de wereld bestormen, als ik zie hoe ver ze zijn gekomen, als ik zie hoeveel ze verdienen. Maar dan kijk ik naast me, dan zie ik mijn Weederhelft, en dan moet ik er niet aan denken dat ik als career girl dit loon naar werken had gemist. Zo zorgvuldig geselecteerd, zeker 10 fte per jaar aan arbeidsuren aan besteed en als meesterwerk daarom zo goed gelukt.