De wereld waarin hij mijn oom was

1983
Het was een wereld met roze en groene zweetbandjes, 4-us-zonnekleppen en posters van Henny Vrienten boven je bed. Een wereld waarin ik en zijn dochter van ‘heroïne godverdomme’ brulden, terwijl we pas acht waren. We zongen als we samen hurkten in de schuur vol cavia’s en als we samen een fikkie stookten onder de keukentrap. En hoewel die wereld later moedwillig in de vergetelheid werd gedrukt, was dat de wereld waarin ik was en waarin hij was, als de vader van het meisje met wie ik zong.

1986
Het was een wereld met zwarte schermen, vol met groene of witte letters die haastig achter de fel knipperende cursor aanholden. Een wereld waarin men Pong serieus nam; Pong was innovatief, Pong was de toekomst.
In die wereld mocht ik af en toe schaken tegen de slimheid zelve: de computer. Ik mocht babbelen met zijn zelfgefabriceerde sprekende computer. Ik mocht spelletjes spelen die niemand speelde, omdat hij ze zelf gemaakt had. In die wereld was hij de aanstichter van mijn huidige voorliefde voor computers.

1988
Het was een wereld van op het kroost letten, wachten tot de ouders thuiskwamen en de koelkast leegeten. Een koelkast met magische Indische potjes, en tig soorten ingelegd zuur. Een wereld van zitten op hun bank, kijken op hun klok en waken over hun kinderen. In die wereld was hij een van mijn eerste opdrachtgevers ooit. Ik was toen freelance babysitter.

2003
Het was een wereld vóór web 2.0, een wereld vol pioniers en beginnelingen. En hoewel hij een andere generatie was, was hij de next generation. Hij had een weblog, ik had een weblog, en daarmee deelden we een wereld in het sijberse. We linkten naar elkaar en merkten elkaar op in onze statistiekentellers. Het was de wereld waarin ik kon zeggen dat ik een oom had met een weblog.

2009
Het was een wereld waarin hij veel pijn had en waarin hij pas kort wist dat die pijn hem fataal zou worden. Hij overleed vannacht, toch nog onverwacht, want erg snel. Hij nam daarmee afscheid van de wereld waarin hij mijn oom was.