En wat heb ik daarmee te maken?

Het ergste aan dat hele verhaal over die ‘burgerlijke stand = onbepaald’ (1, 2) is natuurlijk het bureaucratische aspect, het gevoel dat je buiten alle wetten valt en dat niemand naar je luistert. Het gevoel van onmacht dat je krijgt als iemand zegt: ‘Ik kan het niet helpen, ik maak de regels niet.’ Of: ‘Als we voor iedereen een uitzondering moeten maken, dan kunnen we wel aan de gang blijven.’ Dat gevoel is natuurlijk het meest moedeloosmakend.
Maar bijna even erg, hoewel van een ander kaliber, zijn de bizarre ambtenarenzinnetjes van de dames die ons te woord staan.

Ik: “Dus wij kunnen dit vandaag niet meer regelen?”
Ambtenaar: “Nee, maar gelukkig heb ik al een goede daad gedaan vandaag. Ik heb een vluchteling een definitieve verblijfsstatus gegeven.”

Ik: “Maar als ik die trouwakte al ooit had, dan heb ik die nu zeker niet meer. Ik ben al bijna vijf jaar gescheiden!”
Ambtenaar: “Ja, dat is vreemd hè? Ik heb mijn trouwakte ook niet. Die van mij ligt in de hel… bij mijn EX!”

Ik: “Maar het is toch bizar dat jullie zeggen dat ik alleen maar een handtekening hoef te zetten en dat ik vervolgens twee maanden bezig word gehouden?”
Ambtenaar: “U vindt twee maanden lang? Dat is helemaal niet lang! En u mag blij zijn dat u alleen maar op en neer hoeft naar Amsterdam. De meeste mensen moeten hiervoor naar Ghana.”