Ik voelde me goed als waar­zeg­ster

Het was iets hor­mo­naals, het duurde bijna een jaar en het was bizar. De stad rook naar caviavoer, het water naar jodium en chloor, de poezen naar zure regen en mijn lief naar hetgeen hij zojuist gegeten had.
De wereld kreeg er een dimensie bij. Ik kon niet alleen horen dat er een bus aankwam, ik rook het ook, vaak zelfs voor het geluid hoorbaar was. Als iemand om de hoek een sigaretje opstak, dan voor­spel­de mijn neus lang op voorhand: als we de hoek om zijn, staat er iemand met een sigaret. En het was altijd waar.
Maar het was ook vervelend, ik dacht te ruiken dat vrouwen voor me op de roltrap hun maand­ston­den hadden, het zand van remmende trams en treinen brandde diep in mijn neus en één bruin plekje op een banaan had tot gevolg dat ik de bananen wilde weggooien wegens stank­over­last.
Nu is het voorbij, dat hormonale, en gek genoeg mis ik het. Want okee, de biobak is beter te harden, de schimmel in de muren kruipt niet meer in mijn neus en mijn lief ruikt gewoon weer naar mijn lief. Maar ik begon me wel thuis te voelen bij het idee dat ik iedereen vóór was. Dat ik kon voor­spel­len dat een meloen gistig zou smaken, omdat ik het van een afstand rook, dat ik kon ruiken hoe het weer zich zou ont­wik­ke­len, dat ik steeds kon roepen: ‘Als we de hoek om komen, is daar een frituur/iemand met een sigaar/een houtvuurtje/iemand die het gras staat te maaien.’ Ik voelde me goed als waar­zeg­ster, om niet te zeggen superieur. Dat is nu voorbij.

16 reacties

  1. O ja, jij hebt een cavia-fetisj… Ik niet. ;) het is ook vreemd, want deze stad hoort naar bier te ruiken door de Stella-fabrieken. En soms ruikt het óók naar bier, maar daar doorheen naar caviavoer.

  2. Goh, dat doet me heel erg denken aan zwan­ger­schaps­ver­schijn­se­len ;) en ik herken het wel, al vraag ik me nu af waar jouw hormonen zo door opspeel­den. Is het een schrijvers-truc? Vragen oproepen bij de lezer “bouwt spanning op” weergalmt er nu in mijn hoofd. Een nuttige tip die op de schrijf­dag werd gegeven.
    Toch ruikt je geurige stukje tekst ook wel wat naar ‘n Grenouille-afwijking. Waarmee ik wil zeggen dat het boek “Das Parfum” zeker een aanrader is. De film heb ik niet gezien, maar de originele boeken zijn altijd zoveel beter – vind ik. Als je beide wil kunnen beoor­de­len dan lees je best eerst het boek om zonder invloed te kunnen fan­ta­se­ren. Eens je het beeld op je netvlies hebt laten branden dan ver­troe­belt dat je waar­ne­ming. Net zoals je het lente-bloesempje niet meer ruiken zou nadat je net overdadig aan bananen hebt zitten snuiven.
    De ene een banaan in z’n oor, de andere … och ja, over geuren (of waren het kleuren?) en smaken valt niet te twisten hè. :)

  3. @ Lilimoen: Geel, dat komt door da a’s. De a is geel.

    @ Maartje: Maar hon­den­voer is vlees. En ik rook van dat voer met allerlei van die plant­aar­di­ge brokjes. ‘n Beetje ‘n hooiige geur.

    @ Terrebel: Nee, ik ben van anti-conceptie veranderd. Het hormoon dat mij het afgelopen jaar bescherm­de, deed dit met me. Het had een hoop nadelen, maar dit zag ik als een voordeel.

    @ Hr ‘ti: Ik wilde gelijk antwoord: ja natuur­lijk heb ik wat over­dre­ven, ik overdrijf met grote regelmaat hiero. Maar ik las het nog ens na en dacht: nee, zo was het. Het was echt vrij extreem. Ver­ont­rus­tend ook, want je ruikt ook veel giftige stoffen beter.

    @ Soes: ja, heb ik gezien. Ik vond de film beter dan het boek.

    @ Claudia: Ik vond dat het boek een prachtig gegeven had, maar de schrijf­wij­ze kon mij totaal niet pakken. Dit was dus een van de zeldzame gevallen waarin ik de film beter vond.
    Waarom ik dit had? Zie mijn antwoord aan Terrebel.

  4. berta

    Een casus in een boek van Oliver Sachs (een lieve neuroloog, die ooit op bezoek was bij hier is… Adriaan van Dis) beschrijft het geval van een jongeman die een aantal weken lang het reuk­ver­mo­gen van een hond had. Hij kon ruiken wie er bij hem was, waar hij was in de stad New York. Dit was zo gekomen nadat hij angeldust oftewel PCP, had gebruikt; zijn roes eindigde in een droom vanuit een per­spec­tief van een hond. Toen hij ontwaakte was het reuk­ver­mo­gen nog in tact. Ik geloof dat het staat in “The man who mistook his wife for a hat”. Misschien aardig om eens te lezen.

  5. vir

    Ik ruik het ook. Nog elke dag. De deo van de man naast me in de trein, de kauwgum in het station, het beton op de werf achter het station, de after­sha­ve die na maanden nog altijd in de kraag van de jas van mijn man hangt, de krakotten in de keu­ken­kast (ook als ik nog maar net de trap afkom), enzovoort.

    Bij mij is er een reden voor. Van 17 weken nu.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.