Je geeft je bloot door de man die je leuk vindt

Voordat ik mijn perikelen aan jullie presenteer nog even een stukje tussendoor dat ik schreef voor VPRO’s Café De Liefde.

Als je ervanuit gaat dat verliefdheid meer over jezelf zegt dan over de ander, dan is het zinnig om de mannen door wie je ontvlamde eens onder de loep te leggen. Allez-hop, daar gaan we. Ik heb twee bijzondere gevallen uitgekozen.

De jongen die platen stal in de tijd dat Nick Kamen nog werd gehypet
Mijn allereerste echte vriendje leek op een stud uit de destijds mega-populaire groep The Pasadena’s. Met zijn baseballjekkie en Jackie Wilsonkuif was hij het anno 1988 hélemaal voor mij.
Wat zegt dat over mij? Dat ik hield van supergelikte nepsoulgroepjes en dat ik vooral koos voor uiterlijk bij verliefd worden.
Hij was twee jaar ouder en hing vaak rond in de buurt van mijn school. De meisjes om me heen zeiden vol afschuw dat hij zulke dikke lippen had. Ik hield het op jaloezie en ‘verkeerde’ ruim twee maanden met hem. Tot ik hoorde dat hij bij het Rembrandtplein was gesignaleerd. Arm in arm met een ander meisje. Mijn wereld viel in duigen, maar ik besloot hem alles te vergeven. Meteen.
Wat zegt dat over mij? Dat arm in arm lopen voor mij al een daad van vreemdgaan was en dat ik veel ontleende aan mijn verkering met hem. Zelfverzekerdheid vermoedelijk; die ik dus vakkundig weer teniet deed door me als voetveeg aan te bieden.
Ik wilde hem terug. Hij nam zijn telefoon echter niet meer op. En dát terwijl ik hem de langspeelplaten van mijn ouders had uitgeleend. Wel een stuk of 25. Mijn moeder noemde het stelen. Ik noemde het een pauze in onze relatie. Ik schaamde me diep toen ik met haar mee moest om de platen persoonlijk terug te halen. Niet tegenover haar, dat ik háár platen had uitgeleend, maar tegenover hem. Hij zou me wel een trutje vinden.
Het ging niet meer aan.
Wat zegt dat over mij? Dat ik op mijn veertiende liefde zag als een wedstrijd waarin je de best geklede man van het jaar uitkoos, desnoods met dikke lippen, en dat je die wedstrijd pas had gewonnen als je de man koste wat kost vast wist te houden. Ook al was hij een pubergangster die arm in arm liep met andere meisjes.

De F-sider met wie ik vreemd ging
De F-sider was mijn collegakok in een eetcafé. Ik had een relatie die nodig uitgemaakt moest worden en hij had een relatie die hij volgens mij helemaal niet uit wilde maken. Maar dat belemmerde ons niet om te doen wat het gemiddelde Amsterdamse horecapersoneel begin jaren negentig deed als de keuken dicht was: uitgaan, vreemdgaan en een gat in de dag slapen.
Ik was negentien en ik viel doorgaans op muzikanterige types met een softe instelling. Mijn collega was een F-sider met een kale knikker. Hij hield van hardcore hakken, een lijntje coke op zijn tijd en Ajax.
Wat zegt dat over mij? Dat ik op mijn negentiende geen verregaande bezwaren had tegen een scharrel met een jongen die alles deed wat ik niet durfde. En vermoedelijk hield ik mezelf voor dat hij ‘vast nooit vocht’ en dat hij eigenlijk heel anders was dan die andere F-siders. Tegenover mijn ‘officiële’ vriendje vond ik het wel unfair, dus de relatie-die-nodig-uitgemaakt-moest-worden kwam abrupt tot een einde.
De F-sider was lief, hij was een goede kok, hij kon meesterlijk tekenen en hij had een leuk vriendinnetje.
Die niks van ons mocht weten.
Wat zegt dat over mij? Dat ik kennelijk geen morele bezwaren had tegen het flikflooien met andermans partner.
Om het voor voor mezelf te vergoelijken hield ik mezelf voor dat ik verliefd op hem was. En in liefde en oorlog is alles geoorloofd, toch? Dus ik zag het voor me: hij zou het uitmaken met zijn leuke vriendinnetje en ik zou voortaan elke zondag meegaan naar het voetbal, geroutineerd de ploertendoders ontwijkend. Een paar keer per jaar zouden we meereizen met de Champions League. Ik als ‘vrouw van’. Yeah, right.
Wat zegt dat over mij? Dat ik geen flauw benul had van wat de toekomst moest brengen en dat ik dus ook geen idee had van mijn eigen aanpassingsvermogen. Bovendien blijkt hieruit dat ik behoorlijk goed in staat was de blanke pit in al die ruwe bolsters te zien.
Maar op een dag meldde de ruwe bolster dat hij ’t niet langer aan zichzelf kon verkopen, dat vreemdgaan. En dat hij zou proberen te regelen dat we nog zo min mogelijk samen moesten werken.
Ik kromp ineen, zag op mijn netvlies mijn zo zorgvuldig geromantiseerde bestaan als F-side-vrouw ineen donderen en ik rouwde wekenlang om het verlies van mijn vagebond.
Wat zegt dat over mij? Dat ik mezelf retegoed van alles wijs kan maken, dat ik op zoek ben naar avontuur en dat het maar goed is dat de omstandigheden me soms in de weg zitten. Ik prijs me nog dagelijks gelukkig dat mijn man nooit op weg is naar Beverwijk.

Heeft u ook van die exen die schrijnend veel van u blootleggen?