Nu ben ik definitief bijgelovig

Het is ingewikkeld, want kafkaësk. Maar simpel gezegd komt het hierop neer: ik heb in Nederland destijds voor een flitsscheiding gekozen. Dat betekent dat je je huwelijk laat omzetten in een geregistreerd partnerschap en dat je dát vervolgens laat ontbinden. Die manier van scheiden was destijds goedkoper, sneller en minder omslachtig, omdat je niet naar de rechtbank hoeft.

Om mijn Weederhelft meewerkende echtgenoot te kunnen maken, moesten wij ons op de een of andere manier aan elkaar verbinden. We besloten dat te doen met een wettelijk samenwooncontract. Maar ‘geen van beiden mag gehuwd zijn of gebonden door een andere wettelijke samenwoning‘. Kortom, ik moest bewijzen dat ik niet al ergens een lekkere vent had zitten.

Dat ‘bewijs van ongehuwd zijn’ moest ik in Amsterdam halen, met stempels van de rechtbank om de echtheid te garanderen. Op dat document staat:
burgerlijke stand: gescheiden geregistreerd partner
En daar verslikte de Leuvense gemeente-ambtenaar zich in. Hoe dat afliep kunt u hier lezen.

De ambtenarij verwachtte van mij nog tal van documenten, allemaal geldig verklaard door de rechtbank, allemaal om te bewijzen dat ik ooit getrouwd was, maar nu de handen vrij heb.

Ik schakelde middels een machtiging (‘Bij deze machtig ik…’) mijn vader in, die vervolgens eindeloos heen en weer reed van Diemen naar Buitenveldert, omdat er toch wel erg veel incompetente ambtenaren bestaan en hij met ongeldige documenten naar de rechtbank was gestuurd. Maar aangezien mijn vader een fitte vent is, kwam het allemaal goed.

We namen onderweg nog een klein risicootje.
‘Zal ik het aangetekend versturen?’
‘Hm, nee, het zal zo ook wel aankomen toch?’
‘Ja, dat denk ik ook.’
En jawel, het lukte. De post liet zich van z’n beste kant zien en ik zat gebeiteld: alle documenten die je kunt krijgen (mits je betaalt) én alle bijbehorende stempels. Meer bewijs is er op Nederlands grondgebied niet te vinden.

Dus togen wij vol goede moed, wederom op vrijdag de 13e, naar het Leuvense stadskantoor.
We wachtten, en wachtten, en wachtten, en toen we aan de beurt waren, diende er van alles gecheckt te worden en moesten we weer wachten, en wachten, en wachten.
Mijn Weederhelft zag dat de ambtenaar die ons hielp, terugkwam en zei: ‘Ze kijkt bedrukt’. ‘Ssst’, zei ik. ‘Dat zegt niks. We blijven optimistisch, hoor.’ Maar toen ze in mijn gezichtsveld opdook, moest ik toegeven: ze keek ongelooflijk bedrukt.

‘Ik heb slecht nieuws’, zei ze. ‘Wij kennen dat niet in België. Een geregistreerd partnerschap. Dus wij kunnen uw burgerlijke stand niet veranderen. Die blijft onbepaald.’
‘Maar de papieren kloppen toch?’, zei ik.
‘Ja’, zei ze.
‘En als ik niet getrouwd ben, moet ik toch zo’n samenwooncontract kunnen afsluiten?’
‘Ja’, zei ze.
‘Wat is dan het probleem?!’, vroeg ik, terwijl ik uit alle macht probeerde me te beheersen.
‘Voor ons bent u niet ongehuwd, uw burgerlijke stand is onbepaald, dus dat kan alles zijn.’
‘Maar ik heb hier formulieren, waaruit blijkt dat ik ongehuwd ben.’
‘Voor ons is dat geen bewijs, omdat wij de termen niet kennen.’
‘Maar die formulieren heb ik op jullie verzoek laten maken, ze kosten tientallen euro’s. En nu zijn die waardeloos?’
‘Ja, eigenlijk wel.’
‘Maar er bestaan geen andere bewijzen. Dit is mijn huwelijksakte, de akte van partnerschap en de akte van ontbinding. Meer is er niet.’
‘Dat kan.’
‘Dus mijn burgerlijke stand kan hiermee niet bepaald worden.’
‘Nee.’
‘…’

En toen ging het snel: ik begon een potje te janken, we vroegen het telefoonnummer van haar baas en stonden vijf minuten later buiten. Leeg, vol van deceptie en verschrikkelijk kwaad. Thuisgekomen googelde ik vijf minuten op mijn probleem en binnen een mum van tijd had ik verschillende vonnissen over een vergelijkbare zaak op mijn beeldscherm. Waarop ik besloot dat deze ambtenaren extreem incapabel zijn, want als ik als über-leek de jurisprudentie in een flits op mijn scherm tover, dan mag je verwachten dat ambtenaren van de burgerlijke stand daar ook toe in staat zijn.

Hoe dan ook: vrijdag de dertiende bewees wederom dat er redenen te over zijn om bijgelovig te worden. En janken in een Belgisch stadhuis heeft zin, bleek toen gisteren het afdelingshoofd van de burgerlijke stand op eigen initiatief stamelend opbelde om te melden dat het waarschijnlijk wel kan en dat we nog maar eens moeten langskomen.

Wij proberen er de humor van in te zien en gaan voor een volgende poging op 1 april.