Stukjes in het wild

Perikel 1: Choco (3)

Voor de inleiding, deel 1 en deel 2 kun je hier terecht.

De tweede nacht in ons nieuwe huis verstreek en wederom had ik slui­me­ren­de buikpijn. Mike en Sjeik deden het goed in hun nieuwe omgeving. Eerst waren ze schuim­bek­kend op hun buik over de grond gekropen. Allebei. Bel­len­bla­zend van angst, maar rete­nieuws­gie­rig. Later ontdekten ze dat houten vloeren in het hele huis gelijk staat aan het kat­ten­pa­ra­dijs. Dus vonden we ze na verloop van tijd languit in deur­ope­nin­gen, op de wc, op de trap en onder ons bed.

Maar Choco… Als ik aan haar dacht kromp ik ineen. Het aller­bang­ste poesje dat ik ooit had gehad, was, nu al twee nachten moe­der­ziel alleen geweest, in een leeg huis dat galmt als ze met haar nageltjes over de tegels trippelt. Choco, die eigenlijk alleen maar rustig kon worden als wij bij haar in de buurt waren.

Maandag moest ik werken, maar Wannes zou het oude huis schoon­ma­ken, dus er was die dag veel kans op een goede vangst.
‘Bel je me meteen als er nieuws is?’, vroeg ik toen ik voor dag en dauw naar Gent vertrok. Hij beloofde dat.

Ik hoorde niets.
‘s Ochtends niets, ‘s middags niets, op de terugweg niets.
Ik belde zelf.
‘Nog niks’, zei Wannes.
‘Hebben jullie haar al wel gezien?’
‘Nee, ze heeft zich nog niet vertoond.’
‘Ook niet op het dakje van de buren?’
‘Nee, ook niet op het dakje van de buren.’

De moed zakte me in de schoenen. Van deze dag moesten we het hebben. Wannes van negen tot vijf aanwezig. Zijn ver­trouw­de stem, zijn aan­we­zig­heid in de tuin.
Maar tege­lij­ker­tijd werd ook het huis geschrobd, gestof­zuigd en van een geheel nieuw geurtje voorzien. En alles klonk vier keer zo hard, omdat het huis leeg was. Misschien was het wel logisch dat ze zich schuil hield.

‘s Avonds togen Wannes en ik voor de derde keer rond de sche­me­ring naar het oude huis. Het was schoon, de ramen waren gelapt, de vloeren gedweild. Voor Choco was er weinig dat nog veilig zou ruiken, behalve het slaap­de­ken­tje en het eten dat we hadden ach­ter­ge­la­ten.

Maar Choco was er niet. En ze kwam ook niet. Zelfs niet op het dak van de buren met haar mid­del­vin­ger omhoog. Na ruim een uur rond­han­gen in een huis waar we niks meer te zoeken hadden, ver­trok­ken we somber naar het nieuwe adres. Na vijf pogingen waren radeloos. We hadden nog twee dagen voordat we de sleutel van het oude huis moesten terug­ge­ven en Choco liet zich niet meer zien.

Dinsdag gingen we wederom ‘s ochtends vroeg naar het oude huis. Het oude huis had inmiddels een waas van nega­ti­vi­teit. We konden het alleen nog maar als een heel erg kut­klotety­fus­huis zien.

Het was tijdens de ver­hui­zing al warm geweest, maar nu, drie dagen later was het echt ver­zen­gend heet. We stonden wat op het gras in de zon. Geen Choco. We zaten wat op de grond in de koele keuken. Geen Choco. We schroef­den nog wat lampjes van de muur. Geen Choco. We reden nog eens naar de stort en toen we terug­kwa­men was er nog steeds geen Choco. We emmerden, lummelden en wachtten wat. Maar na een halve dag was er in de wijde omtrek geen Choco te bekennen.

We besloten de zon uit te gaan en eens te kijken hoe het met de andere twee katten gesteld was. Het was de vraag of Choco met haar zwarte vacht midden op zo’n hete dag tevoor­schijn zou komen, dus we zetten al onze kaarten maar weer in op de sche­me­ring.

De dag was klote. Gelukkig had de huis­ei­ge­naar gebeld om te zeggen dat ze pas een dag later kon afspreken om de sleu­tel­over­dracht te doen, dus we hadden nog een dag respijt. Maar omdat we Choco sinds zon­dag­avond helemaal niet meer hadden gezien, was het niet helemaal duidelijk wat de strategie voor die extra dag moest worden.

Tijdens het eten konden we het niet laten talloze doemscenario’s de revue te laten passeren, variërend van posters in de buurt ver­sprei­den (‘Maar waar in al die 80 dozen is de printer?’), tot stiekem een sleutel houden en nog wekenlang elke avond terug­ko­men voor Choco (‘Bizar plan!’) en het numero uno doem­sce­na­rio: met slechts twee poezen ver­der­gaan (‘Pfff’ ‘Ja, pffff.’).

Toen we voor poging 7 terug­gin­gen, hadden we een plan de campagne. We hadden bedacht dat we een zo normaal mogelijke situatie moesten creëren, waarin onze gesprek­ken niet om háár zouden draaien maar gewoon ‘gewoon’ zouden zijn. En als ze zich eenmaal liet zien (vingers gekruist) dan zouden we nog zeker een half uur aaien, spelen en koesteren. Want als Choco ons eenmaal vertrouwt, vertrouwt ze ons helemaal. Dat wisten we zeker. Het had dus vooral tijd nodig, gokten we.

(Sorry: wordt opnieuw vervolgd)

14 reacties

  • Susan

    Aaaargh! Ik houdt het niet langer uit! En alvast sorry zeggen, dat helpt gewoon niets… Steeds denk ik; “het kwam vast wel goed”, en dat houd ik me zelf dan ook maar voor, maar toch… Jullie moeten radeloos zijn geweest. Dat is iets wat in ieder geval goed naar voren komt in dit cliff­han­ger­ver­haal.

  • Rickll

    Brrr.
    Dit is een hor­ror­ver­haal.
    Als ik dit zou meemaken zou ik na een paar dagen in een dwangbuis afgevoerd kunnen worden.

  • Drs. Johan Arendt Happolati

    Vrouwe Zezunja,
    Het is maar een stomme kat, maar dat zijn van die dingen die een mens zijn hele leven onthoudt. Zelfs na vijf of tien jaar of nog langer. “Waar zou ons Chocootje uit­ein­de­lijk toch terecht­ge­ko­men zijn?”
    Je moet natuur­lijk een kat­ten­lief­heb­ber zijn om zoiets te begrijpen of aan te voelen; het is tenslotte geen mens die vermist is.
    Een stille groet.
    De Drs.

  • Spider

    Nou Drs. dat vind ik een beetje kort door de bocht hoor. Een dier kan net zo goed onderdeel van een gezin uitmaken als een mens doet.

    Zezunja, ik hoop echt voor je dat ze gewoon ergens naast je zit als je deze stukjes typt. En zo niet, *knuffel*

  • Sien

    Oohoooo,

    foei zeg.
    zet u maar gauwkes weer achter dat klavier en vertel de rest!

    Ons zo in spanning houden, tsssk.

  • Drs. Johan Arendt Happolati

    Vrouwe Spider,
    Ik heb mij misschien een beetje onge­luk­kig uit­ge­drukt. Ik heb zelf een poes en ik kan het dan ook heel goed begrijpen dat een gezin een beetje ontwricht wordt als het geliefde huisdier plots verdwenen blijkt te zijn. Onze poes is bovendien al een jaartje ouder en dus ‘zat van dagen’ en ik houd dan ook mijn hart vast tegen de tijd dat hij ooit het moede hoofd er defi­ni­tief bij terneer legt. Mijn dochter zal er het hart van in zijn. Ik trouwens ook.
    Met vrien­de­lij­ke groeten,
    De Drs.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.