Perikel 1: Choco (deel 1)

De inleiding vind je hier.

Dus we vulden logikwissen in. Tientallen. Zo gaat dat bij verhuizingen. Je probeert een schema te maken waarin je 4 camionettes met je levenswerk, evenzoveel vuil en minstens zoveel emoties in goede banen probeert te leiden. Met als grootste risico dat je een lijntje verkeerd trekt en er een datum, locatie, persoon of geldbedrag niet op het juiste moment op de juiste plek is.

De poezen hadden een eigen schema. Er waren namelijk vier factoren die zeer van belang waren: 1. Tijdens een verhuizing is het in geen van beide huizen leuk voor poezen, maar het oude huis was beter, want daar mochten ze nog buiten, dus daar konden ze een rustig plekje zoeken. 2. We moesten de poezen pas verhuizen als al het hulpvolk weg was, onze poezen zijn namelijk nogal eenkennig en weigeren zich in het feestgedruis te storten, zelfs al is dat voor hun eigen bestwil. 3. De dag na onze eendaagse verhuizing zou het voor het eerst in de geschiedenis van Leuven autoloze zondag zijn, dan zouden we de katten dus sowieso moeilijk kunnen ophalen. Het moest dus liefst nog op de dag van onze verhuizing gebeuren. 4. Alle spullen konden het beste al verhuisd zijn om te voorkomen dat de poezen in het nieuwe huis ook in lawaai en lopende mensen terecht zouden komen, terwijl ze daar nog niet buiten mochten en dus moeilijk een rustig plekje zouden vinden.

So far so good. We hadden met een ballpoint een logikwisje ingevuld. Om half zes zaterdagavond moest de camionet al terug zijn. Daarna zou het werkvolk langzaam vertrekken. ’s Avonds zouden wij met drie wasmanden richting oude huis trekken en getweeën met ons eigen ôtootje de poezen verhuizen.

Dus daar stonden we om negen uur ’s avonds met drie wasmanden en honderd rambokes (kabelbinders) in een huis dat tot in al zijn voegen galmde van leegheid. We waren nog heel optimistisch en inmiddels doodmoe van de vier verdiepingen huisraad die we door onze handen hadden laten gaan. We spankerden wat door de tuin, maakten wat zoengeluidjes en zagen toen uit allerlei bomen in de wijde omtrek poezen tevoorschijn komen. Mike kwam als eerste en ging, boem, in het gras liggen. Sjeik kwam luid miauwend iets later en Choco zat op het keukendak te miauwen dat ze na drie jaar nog steeds niet wist hoe ze eraf moest.

So far so good. Mike had zijn buik al in de lucht gegooid, dus daar was sprake van totale overgave.
‘Ik ga Mike nu pakken’, zei Wannes.
‘Is goed’, zei ik.
Hij pakte Mike en aaide hem wat. Hij deed hem, hop, in de wasmand. Ik trok met de kabelbinders zoveel mogelijk lusjes. En voilà , het was gefikst.

En toen begon Mike te loeien. Als een gecastreerde koe. Als een transseksuele wolf. Als een poes die in een wasmand wordt gestopt.
Sjeik en Choco spitsten hun horen.
What the fuck?
En weg waren ze.

We besloten Mike in zijn wasmand bij de voordeur te zetten, in de hoop dat de andere twee zijn geweeklaag niet zouden horen, maar het was ijdele hoop. Het huis was zó leeg dat zijn gemiauw galmde en echode tot ver in de tuin.

Sjeik en Choco lieten zich niet meer zien. Na twintig minuten vonden we het zo zielig voor Mike in zijn wasmand in de gang dat we hem maar vast naar het nieuwe huis hebben gebracht.

En hoewel we totaal kapot waren zijn we daarna toch voor de duizendste keer die dag de ring van Leuven afgereden om te kijken of we de andere twee te pakken konden krijgen. We maakten wederom zoengeluidjes, we rammelden met wat voedsel, we riepen, fleemden, slijmden en gaven het om een uur of half twaalf op. Bekaf.

De eerste nacht in ons nieuwe huis had niet de sfeer van een eerste nacht in een nieuw huis.
Het huis was mooi, Mike lag op het nieuwe bed, maar twee poezen in een totaal leeg huis met een totaal lege tuin aan de andere kant van de stad was voldoende om met een glimp van buikpijn te gaan slapen.

(wordt vervolgd)