Perikel 1: Choco (inleiding)

Om het perikel over Choco en de ver­hui­zing begrij­pe­lijk te maken, moet ik eerst Choco wat typeren.
Choco is een zwart vrouwtje met groene kraalogen en een over­span­nen zenuw­stel­sel. Bij elk geluid, elke beweging, elke geur zet Choco zich schrap. Ook als dat geluid of die beweging iets is dat dagelijks terug­keert (wij die lopen, de andere poezen die bin­nen­ko­men, enzovoort).

We hebben besloten dat Choco een per­soon­lijk­heids­stoor­nis heeft, maar omdat we er niet voor geleerd hebben, weten we niet precies welke.
Eén van de opties is in elk geval ‘stemmen in haar hoofd’. Choco kan soms uren roerloos naar je zitten staren. Met xtc-ogen. Op ‘n meter afstand. Zonder knipperen. Ik denk dan dat er iets is dat op haar inpraat, op fluis­ter­toon, dreigend. Iets dat haar vertelt dat ze haar blik geen moment mag loslaten.
Want ze laat nooit los.


Verder denken we dat ze een trauma heeft opgelopen, omdat ze ooit veel te laat is geste­ri­li­seerd, met als gevolg dat het uit­draai­de op een schrij­nend late abortus. Aai Choco over haar buik en je weet waar zwarte katten hun imago vandaan hebben.

Tot slot denken we dat Choco een zwaar vertekend zelfbeeld heeft. Enerzijds laat ze zich enorm rin­ge­lo­ren door de twee heren in huis. Als zij hun buikje rond hebben, mag Choco de kruimels komen eten. Ander­zijds bijt ze van zich af als bescherm­de ze een nest met dertien jonge katjes. Sjeik hoeft maar om het hoekje van de deur te kijken als ik haar aai of ze blaast hem al terug het keldergat in.

Ons vorige huis was van binnen onge­schikt voor poezen met een eeu­wig­du­ren­de machts­strijd. Onze woonkamer was zo smal dat elke poes die passeerde een gue­r­il­la­oor­log ver­oor­zaak­te. Daardoor sliep Choco nooit. En dat ver­ont­rust­te ons.

Zodoende zijn we vorig jaar begonnen met het Project Choco. Het Project Choco hield in dat we haar minimaal een half uur per dag in een aparte kamer – zonder andere poezen, zonder vreemde geluiden en zonder onver­wach­te bewe­gin­gen – exclu­sie­ve aandacht gaven. Elke avond mocht ze bij ons op de slaap­ka­mer om bij te tanken, te ont­span­nen en zich geliefd te voelen.
Het hielp. Mijn zus kwam op bezoek en zei: “Choco lijkt wel een… uhm… ‘normale’ poes.”
En dat was zo. Soms leek ze ineens een normale poes. Ze staarde minder, lag steeds vaker eindeloos te slapen op de bank en liet pas­se­ren­de poezen regel­ma­tig ongemoeid. Zo nu en dan was ze zelfs de leukste poes ter wereld. Hulde aan Project Choco.

En toen kwam de ver­hui­zing.

(wordt vervolgd)

7 reacties

  1. Goh. Ben ik bijna afge­stu­deerd psy­cho­lo­ge, blijkt dat ik dier­psy­cho­lo­gie had moeten gaan studeren. Mag Choco mijn eerste casus zijn?

  2. Lisa

    Hey Z! ze lijkt op onze kat Chico! Hahaha. Nou ja. ik herken onze kat niet in jouw verhaal… maar kwa uiterlijk… de ogen, de oren, is het een siamees? Onze is bruin… vertel snel over het vervolg want we krijgen over 3 weken een andere baby-siamees – van vrienden- op logeer…

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.