Stukjes in het wild

Straks ontploft alles

Ooit schreef ik iets over een gas­ver­gif­ti­ging, die ik opliep door een aard­gas­lek in de bossen. Jaren later schreef ik eens iets over mijn bizarre geur­ver­mo­gen en dat dat gelukkig een beetje was ingetoomd.

Welnu, voeg die twee samen en herstel dat stukje over ‘ingetoomd’ – mijn geur­ver­mo­gen was weer als vanouds.

Dwaal ver­vol­gens met mij mee door het nieuwe huis: er is een regenput onder de dichte veranda. Dat geurt. Er is overal hout dat stevig ingeboend is, waardoor je je soms in de sauna waant. Er is een nieuwe badkamer met nieuwe geuren van oud sanitair en douchegel. En er is een bedorven geurtje, dat lijkt op de lucht van het stil­staan­de water in de regenput, maar dat onmis­ken­baar iets anders is. Een geurtje dat me bezig­houdt.

Kook met me mee, in het nieuwe keukske, zo klein dat je alles vanaf een centraal gepo­si­ti­o­neerd been kunt bereiken.
Ruik het gas. Snuif het op. Na jarenlang koken op een elek­trisch toestel in een huis zonder gas­lei­ding, eindelijk koken op gas! Wat een genot. En besef: het Belgische gas ruikt to‐taal anders dan het Neder­land­se gas. Dus alle ooit aan­ge­leer­de alarm­bel­len onder het kopje: ‘hela, dit is gas!’, daar heb je niks meer aan.

Denk aan het bedorven geurtje. Denk aan de nieuwe geur van gas. En tel die twee bij elkaar op.

Tot zover is het gemak­ke­lijk. Maar dan… Ik ben kennelijk de enige die het ruikt, de enige die erover klaagt, de enige die beweert dat het gas is. Ik. De rookie. Degene die pas sinds kort weet hoe Belgisch gas ruikt. Van de bezoekers ruikt slechts 20 procent iets, onder wie een zwangere. Wannes, de belang­rijk­ste getuige, ruikt helemaal niets.

Ga mee in mijn over­re­dings­tac­tiek van snuiven, zeuren, nog eens snuiven en ver­vol­gens de ‘straks ontploft alles’-kaart spelen.
Het werkt. Eandis komt, zo’n koe­pel­or­ga­ni­sa­tie met een alarm­cen­tra­le. Het metertje is duidelijk: er is gas. Niet veel. Wel een beetje. Oude leidingen moeten vernieuwd. Goed luchten. De huisbaas bellen.

Beeld je in: “Hoi huisbaas, wij zijn de nieuwe huurders, kunt u even de leidingen ver­nieu­wen?”
Maar hij doet het, ook al ruikt hij niks.

Wacht met me mee. Op de lood­gie­ter die nog weken op zich laat wachten. En rook met me mee. Tot een herfst­ach­ti­ge 12 graden. Met tig open ramen, want je weet nooit wanneer het ontploft.

En zie: als de lood­gie­ter komt, steekt hij wat nieuwe buisjes in de oude, hij meet voor de laatste keer het gas in de ruimte, hij maakt een pico­bel­lo­ge­baar en hij vertrekt.

Tel met mij mee – op je vingers:
1. Zezunja: voor al uw geurspeur­werk, tegen elk aan­ne­me­lijk bod.
2. Je kunt maanden in een huis met een gaslek leven.
3. Je kunt maanden in een huis met een gaslek roken.
4. Nieuwe gasbuizen blijken gewoon in de oude te kunnen. Daarna stinkt het wel, omdat het gas uit de oude buis ergens heen moet.
5. Gas moet gemeen ruiken, zoals Neder­lands gas, en niet bedorven, zoals Belgisch gas.

2 reacties

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.