Stukjes in het wild

Waarom ik een week lang met m&m’s ontbeet


Voor de gein een stukje op herhaling. Gewoon omdat ik er belandde via de Zij­de­lings hiernaast -> en ik dacht: waarom niet?
Dit stukje verscheen op 8 januari 2006 op zezunja.punt.nl.

Ik ben in een hopladiejee-stemming. Kijk, een tropische vakantie is leuk, maar je twee weken lang helemaal rot kwissen met schoon­fa­mi­lie en ander vers bloed is ook niet mis. Qua schoon­fa­mi­lie val ik namelijk met mijn neus in de boter en dat geldt ook voor dat verse bloed. Hè gets, het wordt een beetje een smurrie met al die metaforen van bloed en boter. Ik wilde eigenlijk gewoon zeggen: kwisjes zijn leuk, mijn schoon­fa­mi­lie ook en winnen ook.

De olym­pi­sche gedachte is mij vreemd. Ik speel om te winnen. Altijd. Nooit niet.
Wat dat betreft kon ik deze vakantie mijn hart ophalen. Met tassen vol trofeeën kwam ik thuis. En ook nog met een klein beetje eeuwige roem. Hop­la­die­jee hop­la­die­jo.

Eigenlijk begon het al met de boom van Jessie van Appel­blauw­zee­groen (klik). Zij schreef een prijs­vraag uit en ik gokte goed. De boom was 38,9 cen­ti­me­ter, inclusief pot. Ik zei 39.
Tot mijn grote vreugde ontving ik vorige week een Appelblauwzeegroen-kerstpakket met allerlei merk­waar­di­ge din­sig­heid­jes. Een soldaatje voor mijn sol­daat­jes­ver­za­me­ling, een Zeke-(klik)-look-a-like met zuid­wes­ter, Mariah Carey op een appel­blauw­zee­groen ceedeetje, een plat steentje ‘om mee over het water te keilen, dat al ettelijke jaren boven in de rom­mel­ka­mer ligt’ en chocola. Veel chocola. (de vereiste foto volgt nog – update: klik)
Mijn verbazing was groot, mijn dank nog groter en mijn eerzucht het grootst.

In al mijn overmoed besloot ik dat dit het begin zou zijn van mijn kerst­ze­ge­tocht. Met een schoon­fa­mi­lie en schoon­vrien­den die er een handje van hebben de ene na de andere kwis te orga­ni­se­ren, leek me dat een mooie besteding van mijn kerst­va­kan­tie. Vooruit met die geit, winnen!

De eerst­vol­gen­de moge­lijk­heid deed zich voor op kerst­avond. De ouders van mijn lief hadden een won­der­lij­ke zelf­be­die­nings­kwis geor­ga­ni­seerd. We hadden alle zeven een deel van de vragen bedacht en die werden tijdens een ver­ruk­ke­lijk kerstmaal at random uit een ste­kel­var­ken geplukt. De vragen vari­eer­den van ‘Wat is het belang­rijk­ste export­pro­duct van Tenerife?’ tot ‘Speel drie potjes Uno en win minstens één keer’. Ik bedoel maar: mijn zegetocht voort­zet­ten was geen sinecure. Tel daarbij op dat de bakjes met punten zo nu en dan werden door­ge­scho­ven, omdat sommige vragen door­schuif­vra­gen bleken en ziedaar: mijn zegetocht kwam piepend en krakend tot stilstand.

Maar niet getreurd. De kwis was zó wil­le­keu­rig dat men op elk moment mocht roepen dat het beant­woor­den van een vraag een trofee waard was. Oftewel: als verliezer kon je met meer trofeeën naar huis gaan dan de uit­ein­de­lij­ke winnaar.
Ik beant­woord­de de vraag over het gambiet bij schaken goed en won een Max’àštil-stofroller. Ik wist de strik in een strik­vraag over Sinjoren met succes te ontwijken en won een bril­len­re­pa­ra­tie­setje. Ik gokte nog een voort­plan­tings­vraag goed en scoorde een speelgoed-stoffer en blik. Later won ik bij het daad­wer­ke­lij­ke cadeau­tjes uitpakken nog een lekkere lunch in de super­markt van Stevoort en zo viel er toch nog wat te lachen.

Sterker: ik had het enorm naar mijn zin. Want ik ben niet gek. Ik weet ook wel dat als er ook maar één dob­bel­steen of andere random-factor aan te pas komt, winnen niet veel meer voorstelt. Dan komt die olym­pi­sche gedachte goed van pas: meedoen is belang­rij­ker dan winnen. We hebben het toch gezellig gehad? En wie wil er geen stof­rol­ler?

Goed, een week later was het de hoogste tijd voor de rebound. Oude­jaars­avond. De Groote Kloote Ein­de­jaarsquiz. De orga­ni­sa­tie lag in handen van mijn eigen Groote Klootzak die er alles aan deed om mij niet te bevoor­de­len.
Maar dat was niet het enige obstakel op de weg naar victorie. Natuur­lijk was daar weer die verdomde dob­bel­steen, het inte­gra­tie­pro­bleem en een enorm sterk deel­ne­mers­veld. Én natuur­lijk moesten we weer te pas en te onpas bakjes door­schui­ven. Gék werd ik ervan. Wist ik zonder haperen ach­ter­een­vol­gens de maker van een vunzige limerick goed te raden, een lichaams­deel van Tatjana Simic juist te benoemen en een vedette-omelet snel te ontwarren, ging mijn zo zorg­vul­dig bij elkaar gescoorde sco­re­bord­je zonder pardon in zijn geheel naar een halvegare medek­wis­ser.

En als je grote pech had, kreeg je daar het bordje van een hongerige deelnemer voor terug. Een deelnemer die besloten had een paar punten op te eten. Elk goed antwoord leverde namelijk één m&m op en hoewel ik me sterk heb gehouden, kan ik me goed voor­stel­len dat gedurende zes uur een bakje m&m’s onaan­ge­roerd laten voor sommige kwissers een brug te ver was.

Hoe dan ook: ik won niet. De gedood­verf­de winnaar won. De cd met por­nolied­jes en die ééuwige ‘eeuwige roem’ gingen aan mijn neus voorbij. Ik bleef achter met een olym­pi­sche gedachte en een week lang m&m’s als ontbijt.

Toen mijn lief en ik op 5 januari werden uit­ge­no­digd voor een muziek­kwis moest het er toch echt van komen. De grote revanche voor mijn mislukte zegetocht.
Maar het begon al niet goed. Het merendeel van ons team kwam niet opdagen, dus we namen het met zijn tweetjes op tegen teams van drie of vier. Daarnaast was onze inschat­ting dat de muzieks­maak van de quiz­mas­ter deels buiten ons spectrum zou liggen, dus onze kansen leken gering.

Op goed geluk gingen we toch maar voor de winst. Mijn lief herkende Missy Elliot en Apo­ca­lyp­ti­ca. Ik raadde de titel van een liedje van Gérard Lenorman en zette ons op het juiste spoor bij de vertaling van Raymond van het Groe­ne­woud. En hoewel we heel stom Mys­te­rious Ways hadden verward met Even better than the real thing en maar niet konden komen op de naam van de voorman van Green Day was-ie daar dan tóch. Eindelijk, eindelijk, eindelijk, eindelijk. De tweede en laatste zege van mijn tocht. Hop­la­die­jee.

Wat heb ik hiervan geleerd?
1. Size does matter en 39 cen­ti­me­ter, met pot, is net iets te groot.
2. Zolang er geluk in het spel is, moet je niet per se willen winnen. Ook niet als je per se wél wilt winnen.
3. Met die speelgoed-stoffer en blik kan ik heel goed een bakplaat invetten. Als ik die zou hebben.
4. Alles van U2 lijkt op elkaar.
5. Begin nooit een zegetocht als je ‘m niet af kunt maken.
6. M&m’s zijn de perfecte fun­da­men­ten voor een derde onderkin.

2 reacties

  • ysabje

    uw zegetocht was een waar genoegen om uit te lezen. Hopsasa. En bij mij zou je met zekerheid een zakdoek winnen om dat zweet van je voorhoofd te deppen. Die hersens van jou die lijken me voluit getraind voor de komende reeks spel­le­tjes…

  • Drs. Johan Arendt Happolati

    Vrouwe Zezunja,
    Wat een cha­o­ti­sche dinges schrijft u toch allemaal. En toch zit er een lijn in. Nee, ik formuleer het verkeerd; echt chaotisch is het niet, U maakt alleen maar vreemde en grappige gedach­ten­spron­gen.
    Wat ik er vooral van onthouden heb, is dat u hart­stik­ke ijdel bent. Maar hé, ain’t we all?
    Een groet,
    De Drs.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.