Woordenboekrelatie

Hij troostte me. Dikke druppels vielen op zijn bloeske en hij wreef over mijn rug.
‘Liefje toch’, zei hij, ‘liefje plattentuub’.
Mijn tranen stokten in mijn keel en ik probeerde met de weinige hersencellen die ik nog kon activeren een vertaling te maken. Al die tijd had ik alleen maar gejammerd, maar nu kwam er zowaar een volzin uit: ‘Huhuwat betekent dahat?’
‘Liefje platte band’, verklaarde hij.
En toen zette ik het maar weer op een huilen.

(voor de Nederlanders: ik huilde niet omdat ik een platte band had, het is een uitdrukking voor iemand die uitgeblust is)