Bewegingsonscherpte

Er vloog een poes over de schutting. Ik zag bewegingsonscherpte, vijf poten in willekeurige volgorde en twee angstige groene ogen.
Ik hoorde grommende honden achter de schutting en maakte een reconstructie in mijn hoofd: de poes had prinsheerlijk het grasveld overmeesterd, terwijl de honden binnen zaten. Toen de deur openging en de brullende beesten naar buiten stoven, zat er maar één ding op: vliegen.
En zo geschiedde.
Dit soort dingen houdt me bezig, terwijl het leven onder me door raast. Ik mijmer over duiven en hun mogelijkheden om op een vliegende poes met vijf poten te lijken, terwijl mijn agenda mij vertelt dat ik allerlei workshops en cursussen moet voorbereiden, de stad Antwerpen schrijftechnisch moet bijspijkeren en andermans taalfouten uit talloze a4’tjes moet halen. En, o ja, ik moest ook nog een boek schrijven.
Waar de poes landde kon ik niet zien. De verwaarlozing van het groen in onze tuin is van die omvang dat we het appelboompje dat we dit voorjaar plantten niet meer kunnen vinden. Een landende poes is onbegonnen werk.
Hij kwam niet binnen na zijn spectaculaire vlucht. Ik dacht dat hij dood was en trotseerde 21 kruisspinnen om hem te zoeken. Maar ik vond niks, nog geen appelboompje.
Soms denk ik dat het wishful thinking was. Een vliegende kat, hoe cool is dat? Maar als je dan toch wensvol denkt, zou vliegen fantastisch moeten zijn en geen daad van bittere doodsnood. Dat zou echt dom zijn.
En terwijl ik me afvraag of ik dom ben, sta ik stil.

Had ik al gezegd dat ik daar dus helemaal geen tijd voor heb?