Had ik geweten dat de wereld weldra groter zou worden…

Vroeger ging ik bovenaan de trap zitten als mijn ouders bezoek hadden. Zij waanden mij in bed en ik zat dingen af te luisteren die ik niet begreep om maar niks te missen van het feest dat het leven voor me in petto had.
Met mijn knieën tot aan mijn kin in mijn Pink Panter-pyjama gevouwen, wachtte ik tot ik mijn ogen niet langer open kon houden. Pas als ik bijna in slaap viel met mijn hoofd tegen de leuning, pas als mijn voeten zo koud waren dat geen knuffelbeest daar nog verandering in kon brengen, pas als het bezoek bijna wegging en ik gesnapt dreigde te worden, klom ik stilletjes terug in mijn hoogslaper.
Overdag was alles anders. Dan wilde ik het liefst zo gauw mogelijk weer tv kijken als mijn ouders gasten hadden. Meeluisteren in het donker in je roze Pink Panter-pyjamaatje, terwijl je je tenen vergelijkt met de verfdruipers op de muur, is iets heel anders dan meeluisteren terwijl je bij het gezelschap aan tafel zit. Dat laatste vereist aanpassing (Niet zo klooien met die kurkentrekker!), geduld (Even wachten, jij mag zo iets zeggen.) en sociaal gedrag (En hoe gaat het met jou op school?).
Bovenaan de trap schikte de wereld zich naar mijn principes. Daar klonken de moeilijke woorden en de grote emoties van mijn ouders en hun vrienden als mijn voorbode, de wereld die me te wachten stond als ik zelf de beschikking had over grote woorden en grote emoties. Een wereld die zich nu nog beperkte tot mijn tenen, maar die weldra groter zou worden.
In het daglicht brachten grote woorden en grote emoties me linea recta naar de afstandsbediening, kijken of Bella de Beer van Ron Brandsteder op tv was.
In het begin van mijn internettijdperk (1998- 2006), was ik een fervent reageur. Ik schoof bij elk gezelschap aan, liet me verleiden tot ontmoetingen, reageerde dat het een lieve lust was en bewoog me soepeltjes in de omgeving van aanpassing, geduld en sociaal gedrag.
De laatste jaren probeer ik op internet de bovenste trede van de trap uit. Kijkend naar mijn tenen beluister ik de gesprekken van mensen die het gezellig hebben met elkaar, mensen die ik soms niet begrijp, mensen die misschien wel het leven leven dat ik ooit zal leven, mensen die veelal niet merken dat ik ze beluister.
Toen ik acht was en bovenaan de trap zat om maar niets te missen van het feestje dat het leven voor me in petto had, wist ik nog niet wat netwerken was. Ik wist niet wat lurken was. Ik wist niet dat ik later achter mijn iMac zou zitten en ook weer naar spreekwoordelijke verfdruipers zou staren.
Als ik toen had geweten dat de bovenste trede later zo moeilijk te vinden zou zijn, had ik ‘m nooit verlaten. Dan was ik blijven zitten tot m’n billen koud waren van het zeil. Als ik had geweten dat mijn succes nu zou afhangen van mijn vermogen tot netwerken en mijn wil om te ontlurken, dan was ik met mijn kin op mijn knieën en mijn hoofd tegen de leuning in een diepe slaap gevallen. Als ik had geweten dat ik nu een sociale druk voel om de trap af te gaan, aan tafel te gaan zitten en de kurkentrekker te laten liggen, dan had ik dromend van Bella de Beer besloten dat ik later zou trouwen met de bovenste trede van de trap.