To reflect or not to reflect

Het is het reflecteren.
Gisteren las ik een dagboek uit 1991 en daarna een uit 1988: toen reflecteerde ik me al rot. Ik zocht naar boeken, tijdschriften, videoclips uit die tijd, maar ik vond een voortdurende bespiegeling van mezelf ten opzichte van alle mensen die ik op een dag tegenkwam.
Het hoort bij mij, dat reflecteren. Eerst kijk ik, voel ik en registreer ik, maar er komt altijd een moment dat ik er een analyse op loslaat. Dat ik ga reflecteren. En in het ergste geval hou ik er een mening op na.
Een weblog is niets anders dan een voor het publiek gestileerde reflectie van de auteur op het leven of ‘de dingen’. Daarom past het mij ook zo goed, een weblog.
Maar daarom word ik er ook zo gek van. Ik heb mezelf verplicht door te gaan met dat reflecteren zolang het weblog bestaat.
In het echte leven moet mijn reflectie soms een halt worden toegeroepen. Vraag maar aan m’n vriendje. Die zou er wat voor over hebben als ik het leven eens een dagje niét op de sofa zou leggen.
En ik zelf ook. Ik zou er ook veel voor over hebben om een dagje niet te reflecteren. De afgelopen zes jaar heb ik me ongans gereflecteerd. Ik verbrandde mijn schepen achter me en dat diende verwerkt te worden. Ik zette een eigen schrijfpraktijk op. Ik stortte me in de armen van het Vlaamse leven. En ik had daar argumenten voor nodig. Dat het heus wel goed was, dat loslaten van je vrienden, je familie, je werk, je geboorteplaats, je lievelingsstad, je vertrouwde omgeving.
Dus ik reflecteerde. Ik reflecteerde tot ik het niet langer aan kon zien.

En nu ben ik het zat. Dat reflecteren. Waar ik in 1988 nog heel nauwgezet elk tongzoenvriendje kapotreflecteerde, sta ik mezelf toe de wereld voortaan met een gezapige glimlach te overzien zonder te reflecteren. In november 2009 bestond dit weblog zes jaar. In november 2010 zal het nog steeds bestaan. Maar met één groot verschil: ik hoef niet meer zo nodig.