Waarom het me niet lukt om zomaar een stukje te schrijven




Hoewel ik ooit eens had beloofd geen meta‐logjes meer te schrijven (schrijven over schrijven, bloggen over bloggen etc.), doe ik het toch weer. En ik stel maar weer eens de eeuwige waar­om­vraag. Waarom lukt het me steeds minder goed om zomaar een stukje te schrijven (behalve het feit dat ik na 4000 stukjes misschien alles al heb verteld)?

Hier schreef ik dat ik klaar was met reflec­te­ren. Vandaag heb ik een ander deel van mezelf van de sofa geschraapt. Hou je vast: ik ben een con­trol­freak.

Ik ben van het type dat onge­mak­ke­lijk wordt van surpriseparty’s, het type dat als het niet ver­schrik­ke­lijk inef­fi­ci­ënt zou zijn het liefst elke minuut van haar lessen uit zou schrijven en het type dat al bij de simpelste opdracht sys­te­ma­tisch te werk gaat. Klinkt als een neuroot? Ik sluit niks uit.

Maar ik ben gezegend: ik ben niet alleen een con­trol­freak, ik kan ook heel goed overzicht kweken. Vrienden en familie komen van heinde en verre om bij mij een portie overzicht te halen. Opdrach­ten van mijn geliefde pluis ik uit als waren het de mijne: wat is je doel, je doelgroep, wat zijn je pijlers… Vrienden onder­vraag ik tot ze glas­hel­der kunnen ver­woor­den waarom hun relatie in hemels­naam op de klippen is gelopen. En een bruiloft in het verschiet? Ik maak in een draaiboek.

En dat is precies de reden dat ik nooit free­lan­cer wilde worden. Ik vreesde een enorme kluwen van klusjes, taakjes en dingen die ik niet zou moeten vergeten. En ik wist dat ik het nooit zou accep­te­ren als die kluwen een kluwen zou blijven. Ik zou nooit meer vrij hebben, want ik zou eeuwig proberen om mijn free­lan­ce­be­staan de kadans van een vaste job te geven. Ik zou eeuwig proberen overzicht te kweken, de kluwen te ontwarren.

Dus werd ik free­lan­cer (daar zat nog wel iets tussen, want hee, ik draai heus niet zomaar als een blad aan de boom, maar dat is een ander verhaal). En jawel, ik ging als een gek agenda’s invullen, klad­blok­ken reser­ve­ren voor overleg, mapjes maken en vaste dagen voor kut­klus­jes inplannen. En daar is dus inderdaad geen lol aan, want het is retehard werken.

Maar toen het eenmaal liep, toen Het Eiland Neus ging floreren, durfde ik de teugels wat te laten vieren. Mijn adre­na­li­ne­peil paste zich aan. Ik leerde dat er momenten zijn dat ik met mijn verstand en ervaring best met wat minder overzicht toe kan. Dat ik een cursus die ik al tien keer heb gegeven niet tot bloedens toe hoef voor te bereiden, dat ik ‘s avonds soms best aan iets anders kan denken dan aan werk, dat ik niet altijd iedereen bij alles tekst en uitleg hoef te geven.

En dat was een huza­ren­stuk­je, want ik heb ook nog eens werk dat niet allemaal in dezelfde orde valt. Het ene moment ontwikkel ik een weblog­cur­sus voor ont­wik­ke­lings­sa­men­wer­kers en diezelfde middag buig ik me dan over scenario’s van twee minuten voor teken­films voor peuters. Ik doe redactie en eind­re­dac­tie voor aller­han­de blaadjes en krantjes en even later sta ik alweer voor mensen van de Persgroep uit te leggen hoe je het beste creatief kunt schrijven. Ik verzin het liefste columns, maar zit soms ineens te klooien met een stukje waarin His Master’s Voice door moet klinken. Allemaal zaken die agen­da­tech­nisch, qua ener­gie­ni­veau, dagritme en cre­a­ti­vi­teits­le­vel soms best moeilijk te com­bi­ne­ren zijn. Het is ronduit knap dat ik niet dwang­neu­ro­tisch ben geworden sinds ik Het Eiland Neus oprichtte.

Inte­gen­deel dus, ik lijk me steeds meer te kunnen verzoenen met een beperkt overzicht over de belang­rijk­ste taken en een gezellige bende daar­om­heen.

Maar lieve Zezunja, wat heeft dat in godsnaam te maken met schrijven?
Wel, als schrijf­do­cent kan ik niet anders zeggen dan: schrijven zonder overzicht is stom. Het is een gemiste kans. Zelfs bij een poëtisch verhaal, waarin de raad­sel­ach­tig­heid glans geeft, is het goed om als auteur te kunnen overzien wat je doet of wat je gedaan hebt. Dat betekent niet dat je het proces altijd door moet hebben terwijl je er nog in zit, maar wel dat je achteraf moet kunnen zien of alles inderdaad op de juiste plaats staat – en waarom dat zo is.

‘Zomaar’ wat schrijven, kan alleen als je schijt hebt aan overzicht. En dat valt me als poten­ti­ë­le dwang­neu­root zwaar. Bovendien botst het met alles wat ik als schrijf­do­cent dagelijks in het rond brul: weet wat je doet, zorg dat je overzicht krijgt.

Dus ga ik achter het WordPress‐dashboard als een gek proberen overzicht te kweken. Wat ga ik schrijven? In welke stijl? Voor wie? Waarom? Waarover? Hoe lang? Met beeld?

En dan is het dus niet meer ‘zomaar’ een stukje. En dan moet het dus een mees­ter­werk worden.

Nog vragen?

(Uiteraard wilde ik dit stukje niet plaatsen, omdat het geen mees­ter­werk is. Maar ik werd tureluurs van de vicieuze cirkel waar ik dan in beland, dus plaatste ik het toch maar.)

3 reacties

  1. vir

    Ik herken het. Vooral dat van de surprisparty’s. Als ik niet alles tot in de puntjes kan voor­be­rei­den, blokkeer ik. Soms is dat vervelend, maar meestal niet. Drang naar structuur en overzicht is namelijk niets om je voor te schamen, al dreig ik dat soms te vergeten met die vrienden van mij.

  2. arnold

    schrijf is wat je voelt en of denkt, niet wat voor stijl of voor wie maar voor je zelf, gewoon jezelf, want het komt uit je hart en niet over waarom of waarover of over wie,kijk om je heen, er valt over zoveel te schrijven, het simpele leven van mensen b.v. je moet is om je heen kijken, en schrijf dat is op. En een mees­ter­werk komt van zelf.
    mvg arnold

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.