Ze vroegen of ik mezelf ijdel vond

Drie weken geleden vroeg Fanny Maenhout: wil jij ‘Blogger van de week’ op nieuws.be zijn? Waarop ik dacht: hee airplay, leuk!
Maar airplay voor een halfdood weblog leek me wat te veel eer, dus schreef ik terug dat ik dan eerst weer even mijn weblog wilde aan­zwen­ge­len, maar dat mijn geliefde ook een heel mooi weblog heeft en dat ze eerst hem tot Blogger van de week kon bom­bar­de­ren.
Fanny vond het goed. Ze inter­view­de eerst nog even mijn Twit­ter­mak­ker San F. Yezerskiy en daarna zoals voor­ge­steld: mijn geliefde (klik voor het interview).
In de tus­sen­tijd moest ik natuur­lijk mijn belofte waarmaken: aan­zwen­ge­len die hap. En dat viel zwaar. Ik schreef me al hele dagen lamme vingers aan allerlei ander moois en die weblog­stuk­jes vallen er dan dus niet zomaar uit ofzo.
Maar het lukte. Er kwam weer wat leven in de bouwerij.
En gisteren verscheen het interview.

Nu zou ik het natuur­lijk weer rustig kunnen laten dood­bloe­den hier, maar dat ben ik niet van plan. Zeker niet omdat ik met het interview de beste kor­te­st­uk­jes­schrijf­ster van de ondergang redde en zij blijkens haar laatste zin doorhad dat ook ik best eens de pijp aan Maarten zou kunnen geven.
Niet dus.
De fre­quen­tie zal wat minder hoog zijn dan vroeger, maar god jongens, wat gaan we hier een plezier hebben.

Wil je het hele interview lezen? klik dan door naar nieuws.be of lees hieronder verder.

Blogger van de week

door Fanny Maenhout, ver­sche­nen op nieuws.be.

Wie of wat is Zezunja?

Zezunja was in eerste instantie een naam die ik verzon voor een tovenaar in een inge­wik­keld inter­net­spel: Lady Zezunja The Sorceress. Na een paar jaar spelen was ik zo vergroeid met die naam dat ik niet lang hoefde na te denken over een naam voor mijn weblog.
Daarmee werd Zezunja het alter ego uit wier naam ik vieze woorden en gepeperde meningen op mijn weblog kon schrijven. In die tijd was ik docent Jour­na­lis­tiek op een hoge­school in Utrecht en het leek me handig om in de luwte te blijven.
Inmiddels is Zezunja én geen tovenaar én geen alibi meer. Het is een han­dels­merk geworden. Een naam die in sommige kringen bekender is dan Maartje Luif, mijn echte naam. Ik ben er nog niet helemaal uit of ik dat leuk vind.

Wat was voor jou de aanzet om te beginnen met je eigen website?

In eerste instantie was het pure verveling. Wat zal ik nu eens doen? Ach laat ik een weblog beginnen. In tweede instantie was het vooral een hang naar vrij schrijven. Als freelance jour­na­list en docent jour­na­lis­tiek, moet je vaak helder, nauw­keu­rig, bondig en onpar­tij­dig schrijven. Het voelde fijn om nog eens raad­sel­ach­tig, breed­spra­kig en waar nodig leu­gen­ach­tig te mogen schrijven.

Hoe lang blog je al?

Sinds 2003. Zeven jaar. Ik heb al vaak gedacht dat ik alles al eens gezegd heb. En ik zal het nog vaak denken.

Waarover schrijf je vooral?

Mezelf. Ik heb heel lang zitten broeden op een antwoord dat iets sym­pa­thie­ker zou klinken, maar ik kon niks over­tui­gends bedenken.

Waarom schrijf je?

Nog steeds om vrij te zijn, om naast het werk lol te houden in het schrijven. Maar publiek heeft ook een ver­sla­vend effect, dus als ik heel eerlijk ben: voor de aandacht.

Trek je je iets aan van de techniek die achter je blog zit?

Hoewel ik een geek aan mijn zijde heb die mij met alle liefde wil bescher­men tegen gekke codes en inge­wik­kel­de scripts, heb ik de kleu­ternei­ging om bij alles te zeggen: zelluf doen! Kortom: ik trek me veel te veel aan van de techniek.

Ben je toch een beetje ijdel en wil je dat je blog er goed uitziet?

Edel­acht­ba­re, ik beken. IJdel. Behaag­ziek. Men moet mij op zijn minst een béétje leuk vinden door dat weblog.

Waar ligt volgens jou het geheim dat lezers je website blijven bezoeken?

Ik houd mezelf voor dat het door mijn schrijf­stijl komt, sinds ik bij de beste drie eindigde bij de categorie Best Geschre­ven Weblogs van de Dutch Bloggies 2006.

Lees je veel andere blogs en welke zijn je favo­rie­ten?

Ik volg honderden blogs, maar ik ben een kop­pen­snel­ler en dia­go­naal­le­zer. Veel weblogs die ik in het begin vaak las, zijn ermee gestopt. De favo­rie­ten van de over­blij­vers zijn de beste dia­loog­schrijf­ster die ik ken hetmeisjedatopdinsdaghetbierschenkt.nl, de beste kor­te­st­uk­jes­schrijf­ster die ik ken, de onder­koeld­ste fijn­schrijf­ster die ik ken en de aller­be­zetste woord­kun­ste­naar die ik ken.

Heb je wel eens de mosterd bij een andere blogger of schrijver gehaald?

Vast wel, maar dat heb ik ver­dron­gen. Ik stel er een eer in enigszins origineel voor dag te komen tussen die andere 206,026,787 websites. Hoewel ik mezelf hier tegen­spreek. “Wees dus op uw hoede als u zich woor­de­lijk tegen mij uitdrukt: ik heb het op uw stijl gemunt.”

Waar doe je de beste ideeën op?

In staat van verbazing. En ik ben nogal snel verbaasd, zeker sinds ik verhuisd ben van Nederland naar België, dus eigenlijk overal.

Je schrijft wel eens over de buren. Feiten of fictie?

Ik zou willen dat ik het allemaal bedacht had, maar ik vrees dat ik echt zulke vreemde/akelige/zielige/vieze/hitsige/wonderlijke (niks door­stre­pen, want allemaal van toe­pas­sing) buren heb gehad.

Ooit al aan­ge­spro­ken door de buren over je blog?

Over de stukjes waarin ik hun seks­be­le­ving, hun hygiène en hun dom­mig­heid aan de kaak stel gelukkig niet. Op een van mijn poe­zen­stuk­jes heb ik ooit wel een reactie gekregen van een buurvrouw die onze poezen kende, omdat ze bij haar kwamen dineren en voor de tv kwamen liggen. Die buurvrouw werd daardoor een vriendin.

Heb je een favoriete website?

Of ik er uit die 206,026,787 websites eventjes één wil kiezen? Haha.
1. De krib­be­laar met de won­der­lij­ke mindset Marc Johns.
2. De kor­te­rok­jes­si­te van weeronline.nl. Ik draag nooit korte rokjes, maar als daar staat dat het goed kor­te­rok­jes­weer is in Leuven kun je er donder op zeggen dat het een mooie dag gaat worden.
3. Ik laaf me dagelijks aan zoe­ker­tjes van beden­ke­lijk allooi op tal van adver­ten­tie­si­tes. Van ‘Te koop: baggy trousers voor honden’ tot ‘Aan­ge­bo­den: miskoop’: I love it.  Als je wilt weten wat mensen beweegt: lees zoe­ker­tjes! Troostend én ont­luis­te­rend.

Heb je een favoriete nieuws­si­te?

Als jour­na­list en docent jour­na­lis­tiek volg ik tien­tal­len nieuws­si­tes op dage­lijk­se basis. Ik sla de voor­spel­ba­re even over.
1. Twitter (voor snel nieuws)
2. Het Parool (voor heim­wee­n­ieuws – jawel, voor een Amster­dam­se in Vlaan­de­ren bestaat die categorie)
3. The Big Picture(voor prachtige foto­jour­na­lis­tiek)

Op welke website sta je graag gelinkt?

Ik vind het leuk dat ik op een groot forum gelinkt sta als dé plek waar je kan leren vin­ger­flui­ten .

Je blogt over alles wat in je leven gebeurt. Nooit het gevoel té open­har­tig te zijn?

Ik geloof dat ik inderdaad de indruk wek alles op internet te zwieren, maar niets is minder waar. Zo heb ik over een aantal grote omwen­te­lin­gen in mijn leven niet of pas veel later geschre­ven. Mijn scheiding, een paar akelige medische kwesties, het hoe en wat van mijn lief­des­le­ven. Als het te dichtbij komt, schrijf ik het niet op. Maar ik ben nogal nuchter, dus er is inderdaad niet veel taboe. En ik sta erom bekend dat ik het beestje graag bij de naam noem.

Is je blog geë­vo­lu­eerd naar een uit de hand gelopen hobby?

In de begintijd schreef ik soms acht stukjes per dag. Dat zou ik nu nooit meer doen. Je kunt dus beter zeggen dat mijn uit de hand gelopen hobby geë­vo­lu­eerd is naar een weblog.

Is het gemak­ke­lijk om naast je werk nog inspi­ra­tie te vinden voor goede blogposts?

Als ik veel schrijf, is dat moeilijk. Dan kan ik vaak geen let­ter­tjes meer zien. Als ik vooral lesgeef, is het gemak­ke­lij­ker. Dan is het fijn om weer even zelf met je poten in het bluswater te staan.

Wat vond je de leukste reactie die je al kreeg?

Ik heb ongeveer 54000 reacties gekregen. Moeilijk om daar de leukste uit te kiezen. Ik heb ooit een brief­wis­se­ling gevoerd met Wouter Bos, de ex-hotemetoot van de Neder­land­se PvdA, waarin ik op een nogal ludieke manier mijn lid­maat­schap opzeg. Hij is daar steeds opnieuw uiterst serieus op in gegaan.

Welke blogpost had het meest succes?

Ooit schreef ik de zinsnede ‘Maar buurman, wat doet u nu?’. Daar krijg dagelijks tien­tal­len goog­e­laars mee die naarstig zoeken naar de Flod­der­scè­ne waarin Tatjana door Bert André wordt betast. Tever­geefs, want het stukje ging over mijn pot­lood­ven­ten­de over­buur­man.

Ben je kritisch voor jezelf en post je niet zomaar alles?

Ja en nee, ik kan soms eindeloos nadenken, acht keer opnieuw beginnen en dan nog niks plaatsen, maar daar staat tegenover dat ik de eind­re­dac­tie vaak pas achteraf doe. Als het er al een tijdje op staat en iedereen al heeft gezien dat ik er een potje van heb gemaakt.

Zijn er dingen die je haat aan de ‘blo­gosfeer’?

Ik haat het gevoel dat alles wat je op internet doet een popu­la­ri­teits­poll wordt. Lezers, reacties, vrienden op facebook, followers op Twitter … Maar dat zit meer in mezelf dan in de blo­gosfeer. Om die reden check ik mijn sta­tis­tie­ken nog maar ééns in de maand. Dalende bezoekers, ver­dwij­nen­de linkjes en afnemende reacties: alles kan je het gevoel geven dat je een minkukel bent, dat je faalt, dat je slechts een schaap bent tussen de andere 206,026,787 schapen.

Heb je in het dage­lijk­se leven al voordeel gehaald uit je blog?

De man voor wie ik naar Vlaan­de­ren verhuisde, mijn werk, een deel van mijn vrienden. Ik zou zeggen, mocht u op zoek zijn naar een dagelijks leven: begin een weblog.

5 reacties

  1. Van het onderwerp af. Wellicht wat raad­sel­ach­tig, maar ik was gis­te­ren­avond aan het afwassen toen je met je kompaan door de Diestse slenterde. De volgende keer roep ik ‘elaba’. Al moet ik bekennen dat ik ook al eens een ‘fout’ naar het hoofd van een ket, in witte broek gehesen, geslin­gerd heb.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.