Ze willen godverdomme mijn boek uitgeven!

Het begon in november vorig jaar met een simpele, vermoedelijk uit opperste verveling geboren twittercampagne van @aliefka voor mij.
‘Volg @zezunja, volg @zezunja, volg @zezunja‘, schreef ze.
‘Schrijf jij ook een bestseller, net als Aliefka?’ vroeg ene @jeltenieuwhuis me, terwijl hij mij gedwee ging volgen.
‘Ik heb al meer dan 4000 tweets geschreven, dan is een bestseller een eitje’, bralde ik.
‘Maar serieus’, schreef hij en hij dm’de* me zijn e-mailadres.
Waarna ik toch maar even naar zijn bio ging kijken.

Redacteur uitgeverij L.J. Veen stond er in zijn bio. Amstel Uitgevers in zijn e-mailadres.
Okee, dacht ik, ik heb nu als een aap staan kraaien tegen iemand die mij deze vraag serieus stelde.
Schrijf jij ook een bestseller?
Mwah, ik schrijf 4000 tweets.
Juist.

Maar aangezien ik bij die miljoen Nederlanders hoor die graag ‘ooit’ een ‘boek’ zou willen ‘uitgeven’* leek het me stom om het erbij te laten. Edoch, ik durf het geluk zelden te geloven, dus vroeg ik – als een gewiekste vrouw die versierd wordt door de man van haar leven, maar zich niet in de luren wil laten leggen door een Casanova die in elke haven een ander liefje heeft: ‘Vraag je dat aan al je tweeps?’*
Uiteraard was een ferm ‘nee’ voldoende. Zo zijn wij, de gewiekste vrouw en ik.

Goed, dus ik was in de wolken: joepiejoepiejoepie, ik heb een ‘belangrijk’ contact en dat ik ga ik bij deze eventjes warm houden. Maar daar popte nog even een ieniemienie probleempje op: ik had nog nooit een letter proza geschreven. Gedichtjes: ja, journalistiek: in overvloed, columns: een paar handen vol, maar proza: echt – nog – nooit.
Ik schreef terug. Dat ik dolgraag een bestseller wilde schrijven, maar dat ik alleen maar soep in de aanbieding had. Soep in mijn hoofd, soep in mijn portfolio, soep in mijn plannen.
Gelukkig hield hij van soep.

Daar zit je dan met je koude soep en je warme contact. Nog geen letter op papier en er als rechtgeaarde gewiekste vrouw niet helemaal gerust op dat de man in kwestie zijn heil niet toch nog elders zou gaan zoeken. Er restte mij niets anders dan een bestseller te schrijven.
Gelukkig had ik wel een idee. Een idee dat Jelte ‘spannend, slim en veelzeggend’ vond.
We spraken een deadline af. Voor een eerste aanzet.

Ik schoof de gordijnen dicht, dwong mezelf een waxinelichtje uit te schrijven. En nog een. En nog een.
En toen mailde ik een eerste deel. Zenuwachtig. Bang dat hij het ‘uit zou maken’.

Maar dat deed hij niet. Hij mailde.
‘Het komt niet vaak voor dat ik na lezing van zo’n eerste stuk tekst zo enthousiast ben als nu.’
Toen viel ik van mijn stoel.

Dat was het startschot om eindeloos veel waxinelichtjes ‘op’ te schrijven, vol te houden, alle onzekerheid in de ogen te kijken en door te zetten.
Het ging goed. Het ging beter. Alweer een kilometer.
De plot kwam niet rond, maar het verhaal werd ‘ronder’. Ik stuurde deel 2 en Jelte bleef blij. Het was goed, maar gewoon goed was niet goed genoeg, zei hij. En natuurlijk had hij gelijk.

Een fijne hypotheek op mijn schouders. Goed moest briljant worden.
Dat werd een leuke aprilmaand, waarin ik de raarste dingen deed, zoals van een stuk of honderd scènes opschrijven wie erin voor kwamen en waarom. En alle stront-, snot- en plasscènes tellen. Vraag me niet waarom (ik heb daar overigens wel een theorie over, maar dat is iets voor een ander stukje), het was vrijwel allemaal zinloos, maar ik had het nodig om van een goed boek een briljant boek te maken.

De deadline voor deel drie naderde met rasse schreden. Ik schreef door, maar vreesde met grote vrezen. Ik had nog niet de plotwending to end all plotwendingen en ik had het idee dat wat ik schreef wel weer behoorlijk goed was, maar ik herinnerde me vaagjes dat dat niet genoeg was.

Ik goot deel drie in pdf, schreef dat ik nog steeds niet wist hoe het moest aflopen, deed mijn ogen dicht en drukte op send.
Daarna dook ik een week onder op Utah Beach aan de Normandische kust.

Toen ik terugkwam lag er een mail.
‘Om dat geloof te onderstrepen, willen we je graag een uitgeefovereenkomst aanbieden. (…) Ik hoor graag van je of we je inderdaad een contractvoorstel kunnen doen.’

Dus nu moet ik even een einde verzinnen.


* Dm is een privébericht op Twitter, dat alleen zender en ontvanger kunnen lezen.
*Zie hier item over die miljoen schrijvers op Nova van vrijdag.
*Tweeps zijn je volgers of de mensen die je volgt op Twitter.