10 jaar dreadlocks Of: hoe ik mijn haar werd

Ik was een vrouw met moeilijk haar. Of, nou ja, als ik de foto’s bekijk: een meisje met moeilijk haar. 27 lentes in de benen, nog voldoende babyvet in de wangen, maar dus wel moeilijk haar.


Klik voor meer dan een fragment.

Ze was lay-outer, ze was mooi en ze had geen moeilijk haar. Als eindredacteur keek ik vaak over haar schouder. Zo ook die dag. Dikke dreads bungelden in het raster. ‘Hier moet wat uit’, zei ze, terwijl ze met haar cursor in een kolom kraste. Ik tuurde. ‘Hoe kom je eraan? Die dreads? Is het gemakkelijk? Is het duur?’ Een uur later schrapte ik iets uit de kolom. Een week later kreeg ik van mijn toenmalige echtgenoot dreadlocks kado. Op 5 december 2001.



Klik voor meer dan een fragment.
In het begin waren het rommelige sliertjes. Dure rommelige sliertjes. Zes uur lang had een hippe kapper zich het schompes gewerkt om mijn haar om zeep te helpen en mijn echtgenoot honderden gulden afhandig te maken. Maar het werkte meteen. Ook dure rommelige sliertjes kunnen je zelfbeeld ten goede beïnvloeden.



Klik voor meer dan een fragment.
Mijn leven veranderde in razend tempo en mijn zelfbeeld ook. Om mijn huwelijk niet te laten mislukken, breide ik er een einde aan. Ik kocht een eigen appartement in Amsterdam, bracht door allerlei omstandigheden mijn werkzaamheden tot een minimum terug, maakte muziek en smeet mijzelf in een emotionele roetsjbaan van heb ik jou daar. Intussen waren mijn dreads geloofwaardig genoeg om voortdurend nagesist te worden ‘Hee! Rasta! Lady!’ Mijn zelfbeeld spiegelde niet langer een meisje met babyvet en moeilijk haar, maar een gescheiden vrouw van de wereld.



Klik voor meer dan een fragment.
Alles is perceptie. Voor mij was moeilijk haar: peper en zout-kleurig, steil, loslatend haar, dat elk kwartier aandacht behoeft. De lay-outer had me verteld dat dreadlocks ‘heel gemakkelijk’ waren en de luilak in mij vond een leven lang een bad hair day onwerkbaar en zag wel graten in ‘heel gemakkelijk’. En wat bleek: de lay-outer had niks te veel gezegd. Je harkt ’s ochtends twee keer met je vingers door je dreads en ze hangen weer even recht als voor je ging slapen.
MAAR. (rust) Er is méér. (rust)
In die tien jaar heb ik 3500 keer een touwtje of mini-elastiekje om een dread gebonden. Ik heb 500 uur besteed aan wassen of verven en ik heb zeker 480 dagen met nat haar gelopen, omdat dreadlocks er twee dagen over doen om helemaal droog te worden. Alles is perceptie. Moeilijk haar is dat ook, verzucht de luilak.



Klik voor meer dan een fragment.
Mijn leven nam, evenals mijn haar, grillige vormen aan. Een gescheiden vrouw van de wereld mag dan een plezieriger zelfbeeld zijn dan een meisje met babyvet en moeilijk haar, het is wel dodelijk vermoeiend. Op de plek van het babyvet ontstonden groeven, mijn zelfbeeld was getekend.
Het internet bracht uitkomst: In 2003 begon ik een weblog en in 2004 presenteerde ik mezelf als de dame met nasispotentie, maar zonder de vermoeide blik die een vrouw van de wereld mee torst. Ik werd mijn silhouet.



Klik voor meer dan een fragment.
Hoe beter ik leerde knutselen, hoe beter ik een karikatuur van mezelf wist te maken. Mijn weblogheader werd zo een weerslag van hoe ik de scherven van mijn leven aan elkaar plakte. Mijn gezicht zat vol groeven, voor elk obstakel een lijn, maar ik poetste de scheuren in mijn liefdesleven, de haperingen van mijn gezondheid en de aarzelende antwoorden op wezensvragen weg met mooie stukjes en de laatste versie van Photoshop.



Klik voor meer dan een fragment.
Het werkte: naarmate ik meer poetste, was mijn ster rijzende. En omdat de weblogreacties in die tijd vooral bestonden uit zalvende complimentjes, kon het gebeuren dat mijn zelfbeeld verwerd tot ‘Zezunja, de Egyptische prinses die zo mooi kan schrijven’. ’s Ochtends harkte ik twee keer door mijn haren en dan vergat ik dat ik een gescheiden vrouw met schuldgevoel, gebrekkig stressmanagement en overweldigende emigreerplannen was. Ik negeerde de lijnen en staarde naar het silhouet van mezelf.



Klik voor meer dan een fragment.
De naam Zezunja bedacht ik ver voor mijn dreads, in 1998, toen ik in een ouderwets internetspel een virtuele koningin met moeilijk haar was. Toen ik het naambordje afstofte en op de deur van mijn weblog spijkerde, bleek het te kloppen. Het silhouet, Zezunja: niks meer aan doen.
Zezunja kreeg enige bekendheid in het sijberse en ik, de vrouw van de wereld, werd overklast door mijn alter-ego. Toen ik langzaam mijn echte naam begon prijs te geven, lachte het volk me uit. ‘Haha, Maartje, dat past helemaal niet bij je.’



Klik voor meer dan een fragment.
In het najaar van 2005 besloot ik naar België te verhuizen en in 2006 zat ik daar in een huis vol dozen. Dat ik een fijn zelfbeeld overhield aan mijn virtuele bestaan als Zezunja de Egyptische prinses die zo mooi kan schrijven bracht me nog geen vaste job, en je had ook niks aan die hele Zezunja als het ging om dozen uitpakken. Van een vrouw van de wereld die wordt overklast door haar alter-ego, werd ik een onthechte inwijkeling die in alle opzichten niet echt ‘mengde’.
Omdat ik op dat moment niets liever wilde dan opgaan in mijn omgeving, haalde ik mijn dreads eraf en drong ik mijn virtuele publiek de naam Maartje op. Brave Maartje, zonder babyvet en silhouet.



Klik voor meer dan een fragment.
Acht maanden probeerde ik het als brave Maartje zonder babyvet en silhouet. Ik vond geen job, de dozen raakten niet sneller uitgepakt en ook als dreadloze schoot ik niet bijster snel wortel. Ik had niet alleen mijn moederland verlaten, ik had ook mijn zelfbeeld onbestaande gemaakt.

Onder het motto: liever een Egyptische prinses waar je niks aan hebt dan een brave bast waar je niks aan hebt, draaide ik eigenhandig zeventig dreadlocks én de tijd terug. Ik werd eerst Frank Rijkaard en toen Ruud Gullit.


Klik voor meer dan een fragment.



Klik voor meer dan een fragment.
Een Egyptische prinses werd ik niet meer, daarvoor was mijn ware aard te veel ontsluierd, maar mijn dreads groeiden, en mijn verschrompelde zelfbeeld ook. Ik richtte Het Eiland Neus op, pakte de laatste dozen uit en wachtte geduldig tot de Belgen me een kans gaven. Het wachten werd beloond. Het Eiland Neus kreeg kansen, ik kreeg kansen, ook als ontwortelde vrouw met zelfgemaakte dreadlocks en een gekunsteld zelfbeeld.



Klik voor meer dan een fragment.
Alles is perceptie, zelfs een gekunsteld zelfbeeld. Dus besloot ik met open ogen in de val te lopen: ik zou wederom mijn silhouet in de strijd gooien, met de laatste versie van Photoshop. Ik zou uit een foto van Maartje die een boekcontract tekent de lijnen zichtbaar weg shoppen, zodat iedereen kon zien dat ik iets te verbergen had, namelijk: dat ik het allemaal ook niet meer wist. Dat werd de header die je nu bovenaan dit weblog ziet.



Klik voor meer dan een fragment.
De luilak in mij vindt dreadlocks ontiegelijk veel werk, de integere zelfbewuste in mij vindt dreadlocks een lepe truc om te maskeren dat je geen zelfvertrouwen hebt, de interim-manager in mij vermoedt dat ik zonder dreadlocks meer goedbetaalde opdrachten van jasjedasjebedrijven zou kunnen krijgen en de liefhebber van hoofdmassages mist een harde douche op haar hoofdhuid. Toch hou ik mijn dreads.



Klik voor meer dan een fragment.
Het duizelt me wel eens. Heb ik die dreadlocks omdat ze gemakkelijk zijn? Of om te maskeren dat ik het ook allemaal niet weet? En: doet het ertoe?
De personal brand manager in mij schudt het hoofd. Het doet er niet toe. Het werkt: mijn dreads, mijn silhouet en de naam Zezunja zijn een huisstijl.
De spiegelkijker in mij harkt demonstratief twee keer met haar vingers door de kluwen en voilá, een good hair day.
De schrijver in mij schrijft een boek over jezelf zijn en dat dat niet bestaat.
En in mijn zelfbeeld hangen slingers aan het plafond.