De Inwij­ke­ling: Amsterdam klopt steeds minder

‘Ik weet nooit welke de Haar­lem­mer­straat is en welke de Haar­lem­mer­dijk’, zei @ongast op Twitter.
Mijn eerste inner­lij­ke reactie was: o, maar dat kan ik je wel vertellen. Mijn hersens kraakten en de inktkop schoot naar de Haar­lem­mer­buurt, begon een kaartje te tekenen en maakte de vonk voor mijn volgende reactie: euhm, hoe zat het ook alweer na de Nieu­wen­dijk? Er werden stukjes open­ge­la­ten, er werd een twee­de­hands­kle­ren­win­kel getekend, een OostWest‐Indisch huis en een kruising met om het hoekje cof­fee­shop Siberië. Maar tussen al die high­lights zaten witte vlekken, straten die ineens ophielden, grachten die in het niets eindigden en kruis­pun­ten waar ik de naam niet van wist.

Mijn wieg stond in Amsterdam‐Oost. Ik kende de Trans­vaal­buurt, de Indische buurt, de Water­graaf­smeer, Diemen, de Plan­ta­ge­buurt en de Rivie­ren­buurt op mijn duimpje. Artis, dwars­fl­uit­les, de ortho­don­tist, de 5e Mon­tes­so­ri­school en mijn oma kon ik als ik flink door­trap­te zonder vol­was­se­ne vinden. Maar Amsterdam‐West was een gapend gat op de kaart van mijn netvlies. Alsof de ui, waarvan de grachten de ringen zijn, een volledige zijde miste. Bij de brand­weer­ka­zer­ne in de Mar­nix­straat, de uitgang van het Von­del­park aan de Amstel­veen­se­weg, en aan de westzijde van het Centraal Station ging het kaartje van Amsterdam over in een foto van een staats­ge­heim. Amsterdam‐West was voor mij jarenlang een wazige en vormeloze uitloop van het echte Amsterdam.

Tot mijn zus in de Staats­lie­den­buurt ging wonen, ik het twee­hands­kle­ren­win­kel­tje op de Haar­lem­mer­dijk ontdekte (of was het nou de Haar­lem­mer­straat?), er een schoon­moe­der in beeld kwam die in Geu­zen­veld resi­deer­de en mijn moeder beroeps­ma­tig neer­streek in de Baarsjes. Toen ik op mijn acht­tien­de ook nog een paar maanden thuiszorg in Osdorp/Slotervaart deed en dagelijks acht kruis­ling­se routes langs meren en flats fietste, was Amsterdam eindelijk af. De lijntjes die mijn hele jeugd richting het Westen uit­ra­fel­den, werden aan elkaar geknoopt en naadloos afgewerkt. Amsterdam klopte.

Donderdag zat ik op een terras in Oost. ‘Ik had een afspraak op de Zout­keets­gracht’, zei mijn gezel­schap. ‘O, helemaal bij het eindpunt van lijn 10? Of was het lijn 3?’ Mijn mond werd droog. Ik schoof het plat­te­grond van Amsterdam over mijn netvlies, legde er een tram­kaart­je overheen en zag het niet. Lijn 3 eindigde in een wazig beeld in de Bil­der­dijk­straat en lijn 10 werd blurry ter hoogte van, jawel, daar was‐ie weer, de brand­weer­ka­zer­ne in de Mar­nix­straat. Ik slikte.

Toen ik naar huis liep, stopte er een auto. ‘Kunt u mij vertellen waar de Wijt­ten­bach­straat is?’ Achter hem toeterde iemand.
De druk was hoog, maar hee, de Wijt­ten­bach­straat is Amsterdam‐Oost! Eitje! ‘Door­rij­den en bij het tweede stoplicht rechts’, riep ik naar hem.
Hij gaf gas en ik kuierde door naar huis. Toen ik op de hoek van de straat van mijn ouders stond, rea­li­seer­de ik me dat er op de kruising met de Pre­to­ri­us­straat geen stoplicht staat. Ik voelde me schuldig dat ik iemand de verkeerde weg had gewezen, maar ik wist dat ik daarmee iets veel ergers verdrong: met mijn emigratie staat het mes weer in de ui. En deze keer wordt er aan alle kanten iets weg­ge­sne­den. Ook uit het oosten. Amsterdam klopt steeds minder.

12 reacties

  1. Anoniem

    Dat moet pijn doen.
    Ik ver­dwaal­de laatst.
    Maar dat was op de oos­te­lij­ke eilanden en daar is te veel veranderd in 10 jaar.
    Toch deed het pijn.

  2. ‘Met mijn emigratie staat het mes weer in de ui.’
    Dat vond ik zo’n mooie zin dat mijn ogen zomaar vol­scho­ten met water. Waarmee ik mezelf wel weer in de kaart laat kijken, maar toe maar.

  3. Dat had ik al toen ik er woonde. Plekken die ver­dwij­nen, hele straten. En zag nu dat ‘mijn’ Bos en Lommer ook niet langer van mij is. Appar­te­men­ten­blok­ken op de plek waar mijn geheugen een vlakte laat zien met een hijskraan en een heipaal.

  4. Eh… Het is het Wést‐Indisch Huis, vrees ik. Ouders van een vriend zijn daar ooit getrouwd, vertelde hij me. Het Oost‐Indisch Huis staat elders in de stad. (En ik héb al zo veel aan­ge­richt, zie ik.)

  5. Ben niet verder gegaan dan Roo­sen­daal maar merk dat de plat­te­grond van Amsterdam net zo goed vervaagd is. Lijk ook pro­vin­ci­aals te worden. Was onlangs erg onder de indruk van de omvang van een aca­de­misch zie­ken­huis, alsof ik dat nog nooit van binnen had gezien.

    Ken in Oost de achtste mon­tes­sor­ri, maar waar zat de vijfde dan?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.