Geen gezicht

Er gaat een scène sneuvelen. Een over geschilderd worden.
Ooit werd ik geschilderd. Twee jaar lang. Aan het einde van die twee jaar stond er een prachtig schilderij. Schitterende kleuren, een mooi lijf en geen gezicht. Was niet gelukt, zei ze. Een paar jaar later werd ik nog eens geschilderd. Na drie dagen lag ik daar in olieverf op doek. Wederom met een onaf gezicht.

De mooiste tekeningen van mij zijn zonder gezicht. Vorig jaar gaf ik les in Frankrijk. Aan het einde van de week kreeg ik van de cursisten een klein boekje met mooie stukjes, allemaal aan mij gericht. Er was één niet-schrijver bij. Zij tekende. ‘Zo zal ik me jou herinneren’, schreef ze naast het tekeningetje. Geen noemenswaardig gezicht, wel ontroerend.


Klik voor een iets grotere versie.

In 2002 zat ik in een café in Burgos. Er kwam een man naar me toe. ‘Ik heb je getekend.’ Hij schoof een briefje toe. Nauwelijks een gezicht, wel treffend. (Ik zag er in die tijd zo uit.)


Klik voor een iets grotere versie.

Twee keer gaf men mij wel een gezicht. Jasper toen hij mij met een Triffid afbeeldde.


Klik voor een iets grotere versie.

En Dagmar toen ze een bundeltje smileys van mij tekende.


Klik voor een paar andere Zezoentjes.

Sindsdien maak ik me geen illusies meer. Alles wat ik ooit zal zien, is mezelf zonder gezicht of als cartoon. Ik kan daarmee leven.

PS De dag dat ik de scène schrapte, schreef Vrouw Polle dit stukje.