Hoop

Ik pak mijn All Stars en pleur ze midden in de kamer naast de poef. Nog half slapend laat ik me door mijn knieën zakken. Voet in de schoen, neus tussen mijn knieën, veters strikken. Een bobbel. Onder mijn zool. Ik trek mijn voet omhoog. Een bruine muis op de bruine vloer. Dood. Plat. Het All Star-motiefje in zijn zij gekerfd.

Een dag later trippel ik zonder bril (-12) op blote voeten naar de badkamer. Trap af, gang door, deur open, deur dicht en vice versa. Als ik weer in bed lig, staat Wannes op. ‘Djiez!’ zegt hij.
‘Wat?’
‘Dat spoor van kots in de gang!’
Ik pak mijn bril en tuur over de trapleuning naar beneden. Er ligt een okergeel spoor in de gang dat er niet uitziet alsof je er blind langs zou kunnen lopen. Toch is me dat kennelijk gelukt.

Al tien dagen hangt het leven van mijn jongste poes aan een zijden draadje. Omdat het thema van deze week ‘poezen en onwaarschijnlijke dingen’ is, heb ik nog immer hoop.