Jaar­over­zicht Horen, zien en zwijgen – Horen

Op 1 januari 2011 was ik me nog van geen kwaad bewust

Het zou het jaar to end all jaren worden, ik zou zo veel geld verdienen dat ik zes maanden kon schrijven, ik zou een prachtig boek afleveren en ik zou in alle andere opzichten ook benij­dens­waar­dig zijn. Onge­twij­feld.

Tot er iets begon te woekeren in mijn hoofd. Het kraakte en kreunde. En toen werd het stil.
Zo stil dat de structuur van wat ik in mijn mond stopte het enige was dat ik hoorde. En soms een geluid in de verre verte.

Vanaf het eerste moment beviel het me. Als ik schreef, hoorde ik alleen mijn per­so­na­ges, met zo nu en dan een kraakje of kreuntje tus­sen­door. Naast me werd een huis gestript, aan de overkant werd een huis gestript en de kinderen op het school­plein achter mijn tuin slachtten elke pauze een krijsend speen­var­ken, maar ik schreef rustig door. Het was zelfs zo com­for­ta­bel dat ik de gang naar de dokter nog even uitstelde. Laat mij maar even alleen, in mijn hoofd. Ik heb het goed hier. Spiedend van achter mijn ogen.

Na mijn slome dok­ters­gang was het gedaan met de stilte. Hij spoot mijn oren uit, fronste toen hij hoorde hoe lang ik er al mee liep en praatte plot­se­ling HEEL HARD. Weg rust.

In 2011 was ik doof, blind en tan­den­loos. Doof was het leukste.

(wordt vervolgd)

3 reacties

  1. Ik slaap met oordopjes.
    Van die oordopjes van een vreemd soort gummie, dat je moet fijn­knij­pen en dat zich dan in je oor weer ‘opblaast’.
    Dat moment, dat je gehoor­gang zich vult en de hele wereld langzaam, maar zeer zeker, wegvalt – dat is iets heerlijks en prachtigs.
    Hoe bizar dat ook moge klinken.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.