Spi­der­lings uit de sper­ma­theek

In de tuin trof ik een web.
Hee, van die zaadjes zoals in een pot augurken, dacht ik.


Klik voor een groter exemplaar.

Tot ze bewogen. Toen leken het geen zaadjes meer.


Klik voor een groter exemplaar.

Het internet bracht ver­hel­de­ring (klik en klik). Deze augur­ken­zaad­jes zijn de nako­me­lin­gen van een kruis­spin­ach­ti­ge en ze zijn geel van zoge­naam­de dooi­er­res­ten (spreekt tot de ver­beel­ding, zo op Pasen). Ze worden spi­der­lings genoemd en ze komen voort uit een speciaal sper­ma­kamer­tje bij de moeder: de sper­ma­theek (ik verzin dit niet). Na de eerste ver­vel­ling beginnen ze elkaar op te eten en dan is het moment aan­ge­bro­ken dat ze uit elkaar gaan.

Nooit meer zal ik er augur­ken­zaad­jes in kunnen zien, maar de woorden sper­ma­theek en spi­der­ling zijn bij deze aan mijn actieve woor­den­schat toe­ge­voegd.

3 reacties

  1. Goh, weer iets geleerd! Die kleine spin­ne­tjes ken ik wel, mijn halve balkon hangt er vol mee. Maar ik heb er nooit over nagedacht dat ze een aparte naam hebben. Spi­der­lings!

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.