Wat ik nooit zou vertellen (1): Het afscheid van mijn tanden

Dit is het eerste hete­brij­stuk­je van de #blo­gre­vi­val Morgen weer een.
Het is een lang stukje. Zeg niet dat ik je niet gewaar­schuwd heb.

‘En dan stopt u met roken en dan verzinnen wij een behan­de­ling en dan kunt u uw tanden nog vijf jaar houden.’
Ik knik.
Houden. Dat lijkt me goed. Ik hou graag. Ik kan moeilijk weggooien. Houden, daarvan weet ik hoe het moet.
‘De meeste mensen zeggen: hop, alles eruit, maar uw leeftijd hè, daarom hebben we dit bedacht. Het zal geen prettige behan­de­ling zijn, maar dan houdt u ze wel vijf jaar langer. Met de mate waarin u aan die ziekte lijdt, is vijf jaar het maximum.’
Vijf jaar. Dan ben ik 42. Ik knik nog eens.
‘Wanneer spreken we weer af? Over twee weken? Kunt u dan gestopt zijn? Want die behan­de­lin­gen kunnen niet als u nog rookt.’
Twee weken. Dat is twee weken voor de deadline van mijn boek. Dan is zitvlees geboden. Zitvlees en stoppen met roken. Ik veeg het zweet uit mijn handen.
‘Kan het ook iets later?’ piep ik.
‘Half maart?’
‘Half april?’
‘Begin april.’
Ik reken. Een maand na de deadline. Maar dan moet ik nog wel her­schrij­ven. En dat vereist ook zitvlees. Ik voel de behaag­zucht oprukken.
‘Oké’, zeg ik. Een witte vlek maakt zich meester van mijn her­sen­kwab met goede voor­ne­mens. Wat heb ik zojuist beloofd? Dat ik stop met roken in de periode dat ik mijn boek moet her­schrij­ven? Dat ik de onrust flink opstook door mijn nico­ti­ne­ver­sla­ving aan te pakken in de ver­on­der­stel­ling dat ik ver­vol­gens een paar weken op een stoel zal blijven zitten? Ik voel de ver­drin­ging oprukken.
‘Oké’, zeg ik nog eens.

*
‘Hoe gaat het met uw boek?’
‘Goed’, zeg ik.
‘En?’
Ik tuur naar het houdertje met papieren hand­doe­ken. Ik weet wat hij vraagt, ik weet alleen niet wat ik zal ant­woor­den. Even overweeg ik te jokken.
‘Nee’, zeg ik.
‘Niet gelukt?’ Hij kijkt sip.
Ik schud mijn hoofd en wilde dat ik met mijn benen kon bungelen. Even de hul­pe­loos­heid van een kind. Maar de tand­arts­stoel staat laag. Bungelen zal niet lukken.
‘Heeft u het wel gepro­beerd?’
Ik knik. Hoewel het waar is, is het niet waar. Ik heb een dag niet gerookt, met de serieuze bedoeling het nooit meer te doen, maar dat was een dag waarop ik bij momenten zelfs vergat dat ik gestopt was met roken. Stoppen met roken zonder focus is een illusie.
‘Wilt u het nog eens proberen?’ Hij geeft me een kaartje met de Rook­stop­lijn. ‘Maar dan moet het wel binnen drie weken, want anders past het niet meer in mijn onderzoek en het is de vraag of anderen deze behan­de­ling willen doen.’
Haast is geboden, niet talmen, niet zo lullig doen, niet zo zwak! Mijn behaag­zie­ke inborst is op dreef.
‘Oké’, zeg ik en ik hou mijn hart vast.

*
‘U weet wat er dan gaat gebeuren hè?’
Ik hum. Ik weet het.
‘Alles eruit.’
Ik hum nog eens en knijp in mijn telefoon. Ik heb moeite om niet heel hard te gaan huilen, moeite om niet uit­ge­breid te vertellen waarom het niet gelukt is. Dat ik in de afgelopen tien jaar al twaalf keer stopte met roken, één keer zelfs bijna een jaar, maar dat ik stiekem denk dat ik niet echt wil stoppen. Dat ik sinds een jaar of vijf vaak hooguit tien nico­ti­ne­hou­den­de ver­sna­pe­rin­gen per dag rook. Dat ik daar eigenlijk al een beetje trots op ben, na negentien jaar een pakje per dag. Dat druk van buitenaf bij mij vaak het tegen­over­ge­stel­de effect heeft, omdat ik koppig ben, trots.
‘Kom dan maar langs om te bespreken hoe we het gaan doen.’
Ik knik, maar ik besef dat hij dat niet kan zien. ‘Is goed’, zeg ik.
Ik hang op en ik jank.
Is goed.

*
Ik ont­schul­dig mezelf.
Rustig maar, het is een ziekte die hooguit iets verergert als je rookt. Shhhh, stil maar, ook zonder het roken was je dit overkomen, misschien een paar jaar later, maar zelfs dat is niet zeker. Relax, je hebt veel aan je kop, het is niet zo gek dat stoppen met roken dan niet lukt.
Ik tel mijn zege­nin­gen. Het is de derde diagnose van een onge­nees­lij­ke ziekte in vijf jaar tijd en nog immer niks fataals. Ik ben eigenlijk een geluks­vo­gel, mijn oma die hetzelfde heeft (erfelijk dingetje) was haar tanden al op haar negen­tien­de kwijt. Als je een kunst­ge­bit hebt, is kiespijn verleden tijd en je hoeft ook geen pijnlijke tand­arts­be­han­de­lin­gen meer te ondergaan. Op mijn boek­pre­sen­ta­tie zal ik kunnen lachen met een glimlach als nooit tevoren.
Ik leg mezelf op de divan.
Mijn hele leven heb ik me voor mijn tanden geschaamd. Toen ik klein was omdat ze heel erg scheef stonden. Toen ik iets groter was omdat er een beugel omheen zat. Toen ik puber was omdat mijn voor­tan­den zo groot zijn. Toen ik een jaar of tien rookte omdat ze wat geel werden. Toen ik hoorde dat ik kwetsbaar glazuur had omdat de aanslag niet meer weg zou gaan. Toen mijn kaak­ziek­te begon te vorderen omdat ze los gingen zitten. Toen er niets meer te redden viel omdat er niets meer te redden viel. Mijn tanden laten een spoor van schaamte achter.
Ik spuug op de alter­na­tie­ven.
Vijf jaar lang dure, zeer pijnlijke behan­de­lin­gen ondergaan, die niet kunnen verwerken met een sigaret en dan alsnog je tanden kwijt­ra­ken. Het pres­ti­ge­pro­ject zijn van een doc­to­re­ren­de tandarts die middels zijn proef­schrift wil bewijzen dat iets dat reddeloos verloren is best nog een beetje te rekken valt. Vijf jaar langer een lelijk gebit houden, om te kunnen zeggen: maar ze zijn wel écht.

*
Ik neem afscheid. Door een dropje te eten. Ik maal mijzelf met liefde een kaakkramp. Ik vraag Wannes nog een paar keer of hij wel bij me zal blijven. Hij belooft dat. Ik zeg dat ik wekenlang met mijn hand voor mijn mond zal slapen en ik neem me voor geen door­zich­tig bakje voor dat gebit te kopen, maar een gekleurd bakje, met een deksel. Zodat hij het allemaal niet hoeft te zien. Ik zing een lied en stel me voor dat ik goed zal moeten oefenen om te leren zingen zonder te klepperen, dat ik goed zal moeten oefenen om te leren voorlezen zonder te klepperen, dat zo’n gebit vast heel lang pijn zal doen.
Ik denk aan mijn blinde darm. Die ben ik ook voorgoed kwijt. Nooit gemist.
Ik probeer mezelf nog even voor de gek te houden, maar accepteer uit­ein­de­lijk dat dit niet hetzelfde is. Ik jank nog eens.

*
Mijn tong speelt met het draadje van de hechting. Ik prak een avocado. Nog twee ‘ladingen’ tussen nu en begin augustus en dan ben ik ze allemaal kwijt. Ik wil twitteren, webloggen, faceboo­ken of van de daken schreeu­wen dat ik me kut voel, dat ik het als knaagdier nu al beu ben om alles tegen mijn ver­he­mel­te te pletten, dat ik aandacht nodig heb. Maar ik ben bang voor de schaamte. Ook zonder tanden. Juist zonder tanden.

*
Vier keer begon ik dit stukje opnieuw, veertien keer overwoog ik het weg te gooien, één keer publi­ceer­de ik het. Zonder schaamte.
(Dat laatste is gelogen.)

57 reacties

  1. Ik wil graag reageren, maar ben ook beetje bang net de plank mis te slaan, dus ik probeer gewoon wat en dan kijk maar welke je toe­pas­se­lijk vindt:
    Het gaat om je innerlijk!
    Dapper en goed dat je dit gedeeld hebt!
    Het had nog erger gekund!
    Wat een bevrij­ding, je hebt het geschre­ven!
    Wat een lang stukje inderdaad!

  2. Josefini

    Wat een ver­schrik­ke­lijk verlies. En dan heb ik het niet over je tanden, maar over je jaren van schaamte. Die jaren komen niet meer terug. Die tanden ook niet, maar daar zijn alter­na­tie­ven voor. Ik meelij jou. En ik vind het ook heel erg dapper van je dat je dit alles toch doet, en je er doorheen slaat. Echt geweldig!

    Sterkte met de hech­tin­gen. Als ze er niet meer zijn, laat dan ook de littekens gees­te­lijk los en accepteer je prachtige nieuwe tanden.

  3. Ik vind het een supermooi, bijzonder eerlijk stukje, en ik wens je nog heel veel jaren waarin je plots beseft dat de schaamte weg is, en dat dat zo gigan­tisch fijn is dat je wel al je nieuwe tanden bloot moet lachen, of je nu wil of niet.

    Ik heb heel veel herkend, en het had niet eens iets met tanden te maken. :)

  4. Elke keer als ik bij de kaak­chi­rurg ben, voor mijn behan­de­ling van totaal 1 jaar, denk ik, het valt allemaal wel mee om zonder voortand te leven.

    Na dit stukje denk ik dat nogmaals, en nog meer.

  5. Wat dapper van je. Op alle fronten.

    Ik hoorde onlangs dat mijn moeder ook een der­ge­lij­ke ziekte had en haar tanden al jong verloor. Zij kon werkelijk alles met haar gebit en sliep er zelfs mee. Ze droeg het alsof het haar eigen tanden waren, heb haar nooit zonder gezien. Ik wens jou dit, of iets soort­ge­lijks. En leef met je mee. x

  6. Joost

    Gelukkig maar dat er ont­zet­tend veel van jou gehouden wordt. Die ene, die Wannes, bij­voor­beeld, maar zonder enige twijfel nog door veel en veel meer mensen.
    Niks aan te doen, je bent gewoon een heel mooi, moedig en bijzonder mens.

  7. Dame, je bent zo dapper dat ik mijn hart in een enveloppe naar je opstuur nu. Want weet je, die schaamte, dat is het aller­erg­ste. En nu je het deelt, zo, met de wereld, en je hopelijk zult zien dat we gewoon ont­zet­tend met je meeleven, je een held vinden en het helemaal begrijpen en vooral: gewoon je keihard precies even geweldig blijven vinden en geen molecuul minder, zal hopelijk die schaamte vervangen worden door ‘het is nu eenmaal zo’ en heel veel hart­ver­war­men­de, oprechte reacties die je – of je het nu wilt of niet – doen glim­la­chen.

  8. Bkita

    Schaamte is misschien nog wel erger dan de pijn en het ongemak. Sterkte! En ik ga voor het sla­pen­gaan mijn zege­nin­gen tellen, dank

  9. ann

    4 keer opnieuw begonnen, 14 keer getwij­feld, 22 reacties tot nu toe, en bij deze 1 : ‘ik heb je leren kennen op de schrijf­dag in Hasselt en je talent zit volgens mij gelukkig niet in je tanden’ (maar dit terzijde lijkt het me wel gruwelijk vervelend en wens ik je toe dat de tijd heel snel voorbij vliegt).

  10. sndrspk

    Ik weet niet of je van virtuele knuffels van vreemden houdt, maar indien wel, dan bij deze een grote virtuele knuffel voor dit stukje!

  11. anouk

    Waar jij woorden kan vinden om deze ervaring met ons te delen, kan ik geen woorden vinden om te reageren. Simpelweg omdat ze voor mij de lading niet dekken. Mijn ergste nacht­mer­ries gaan over het verliezen van mijn tanden. Ik verbaas mij altijd over het merg­ter­gen­de gevoel dat dat ach­ter­laat. Onge­lo­fe­lijk! Maar jij maakt het écht mee.
    Ik denk aan je en sla mijn armen even stevig om je heen:) Zet um op lieverd! Zoen uit Frankrijk.

  12. Chapeau. Wat een prachtig eerlijk en open stukje tekst. En inderdaad, wat een lef om je open te stellen. Beste Zezunja, het gaat je goed af, die openheid, schaam je niet langer, wij ver­oor­de­len je niet.
    Oh en sterkte op je lij­dens­weg, het lijkt me zwaar te sucken, die overgang…

  13. Wolanda

    Zou je graag als vriendin willen, stoer en open mens, maar misschien moesten we dat maar niet doen want werd zojuist verliefd op Wannes.

  14. Lieve lieve lieve lieve mensen, ik weet echt niet wat ik hierop allemaal moet zeggen. Jullie hebben mij met stomheid geslagen (zou je dat zo kunnen zeggen?).
    Hoe dan ook: bedankt voor het logen­straf­fen van mijn angst.

  15. Lobdozer

    Waan­zin­nig knap dat je het toch hebt aan­ge­durft om dit stuk uit­ein­de­lijk toch te plaatsen. Diepe, diepe respect.

  16. Ik weet opeens weer dat je er ooit bij mij in de auto over vertelde. Nooit gedacht, dat ik dit stuk daad­wer­ke­lijk van je zou lezen. Je hebt het mooi gedaan. Heel knap weer.

  17. Marielle

    Dank je wel dat je dit toch verteld hebt aan ons. Je wordt alsmaar mooier in mijn ogen en dat heeft helemaal niets met wel of geen tanden te maken. X

  18. Tan­den­ver­ha­len zijn nooit tof. Stoppen met roken is nooit gemak­ke­lijk.
    Iets neer­pen­nen dat gevoelig ligt op een manier dat de lezer volledig mee is, is een kunst. En die heb je begrepen.

  19. Vrouwe Zezunja,
    Ik heb mij lang geschaamd omdat ik een beetje een gebogen rug heb en ik weet dus hoe schaamte een mens zijn jonge leven kan vergallen. Edoch, met het klimmen der jaren had ik er steeds minder last van. Nou kan het mij geen ene rotmoer meer schelen. Maar aan die rug was niks te doen en aan die tanden wel.
    Mijn vrouw heeft een beetje een grote neus en alhoewel wij eigenlijk tegen plas­ti­sche chirurgie zijn, hebben we er toch zo ‘n gelaats­chi­rur­gijn op los­ge­la­ten. Net omdat ik zeer goed weet hoe schaamte alles­over­heer­send kan zijn.
    En dat stoppen met roken, dat is ook al zo’n kruis. Ik kan het niet en ik wil het ook niet. Misschien wil ik het wel niet, omdat ik weet dat ik het niet kan. Kan ook. Kunt u nog volgen?
    Ik dacht ut wel.
    Mooi stukje. Graag gelezen. 45 reacties. Net zoals in de dagen van weleer.
    Geheel de uwe,
    Drs. Johan Arendt Happolati

  20. Je hebt helemaal gelijk, vijf jaar langer is het niet waard om tussen neus en lippen door van een ver­sla­ving af te ‘moeten’ en een hoop ellendige behan­de­lin­gen te moeten ondergaan. Dan liever nu een periode doffe ellende om daarna met een kunstig gebit en een gekleurd bakje weer vrolijk door het leven te kunnen.

    En schamen is zeker nergens voor nodig. Hordes mensen hebben problemen met of om hun tanden. Al zullen ze het zelden zo mooi kunnen ver­woor­den. waar je juist enorm trots op kan zijn.

    Heel veel sterkte met de komende tand­arts­be­zoe­ken. Hopelijk zal je na al deze positieve reacties wel overal en nergens je gevoelens durven delen om wat steun te krijgen.

  21. A

    Heel her­ken­baar… Een schrale troost: ik ben (nog) niet al mijn tanden kwijt, maar alleen de voorste vier. Ik kan je wel vertellen: het was wennen maar ik ben er trots op. Zeker nadat collega’s en vrien­din­nen zeiden dat het er prachtig uitziet en je niet eens ziet dat het neppe tanden zijn…

  22. ‘Die moet je echt eens lezen’, zei Susy eens tegen me.
    Daad en woord enzo… en ja, dan dit logje als eerste lezen.

    Heftige shit, dat is wat het is.
    Heel veel sterkte en ‘alles kump good’.

  23. Anoniem

    Nou lieve Zezunja. Ik wou ik je zeggen hoe moedig ik dit vind. En dat liefde niet in tanden gerekend wordt.

    De man van wie ik het meest hou op deze aardbol, heeft niet een tand en zijn glimlach is de mooiste die ik ooit gezien heb – zijn vader zegt dat ook.

    En de vrouw van wie ik het meest hou op deze wereld, heeft er valse, maar haar glimlach wordt er niet onop­rech­ter door, wel inte­gen­deel – mijn vader zegt dat ook.

    En Wannes? Die zal van je houden zo lang als jij af en toe eens­o­precht naar hem lacht, met of zonder tanden. En wij ook.

    Veel sterkte.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.