Wat ik nooit zou vertellen (3): Het verhaal van de tepelmoraal

Dit is het derde hetebrijstukje (een stukje waar ik eigenlijk niet klaar voor ben) van de #blogrevival. Het eerste hetebrijstukje staat hier en het tweede hier.

Ik draag geen beha meer.
Zo. Nu kunnen jullie allemaal even oh-en en ah-en en dan zal ik vertellen waarom ik dit vertel. En leuker: dan mogen jullie je ermee bemoeien.

Toen ik klein was, wilde ik graag zo snel mogelijk tieten. Liever gisteren dan vandaag, dat werk. Dus toen ik op mijn elfde voor het eerst ongesteld werd, dacht ik: jajajippiejippiejee hiephoi! Die blijde verwachting hield negen jaar aan. Op mijn twintigste besefte ik dat het vermoedelijk nooit meer zou worden dan een vrouwenhand vol.

Meer massa
Wat te doen? Ik ging met mijn borst vooruit lopen, in de hoop dat het meer zou lijken. Ik keek uit naar het moment dat ik kinderen zou krijgen, in de hoop dat het meer zou lijken. In bed ging ik nooit op mijn rug liggen, in de hoop dat het meer zou lijken. Ik droeg beha’s, want hee, stof is ook massa, in de hoop dat het meer zou lijken. Ik droeg iets te grote beha’s, want iets meer stof is iets meer massa, in de hoop dat het meer zou lijken en ik droeg voorgevormde beha’s, in de hoop dat mensen erin zouden trappen.

Tot ik op een helder moment vaststelde dat beha’s extreem oncomfortabel zijn. Het zijn tuigjes, die alleen steun geven omdat die bandjes die steun uit jouw lichaam halen. Druk dus, altijd een lichte druk. En waar had ik in hemelsnaam steun voor nodig? Het woord pront was voor mijn borsten uitgevonden. Bovendien was het de vraag of mensen erin trapten. Op dat heldere moment besloot ik geen beha’s meer te dragen.

Not done
Maar, en nu komen we bij de hete brij: kan dat wel? Zonder beha? Zoals het in deze maatschappij heel erg not done is om met ongeschoren benen over straat te gaan, is het in veel gevallen niet aanvaard om zonder beha op je werk te verschijnen.

In eerste instantie wuifde ik die moraal weg: dat geldt alleen voor mensen met een meer dan gemiddeld decolleté, voor mensen met hevig wiegende borsten, mensen met een anatomie die de aandacht trekt. Mijn borsten zijn te klein om de aandacht te trekken.

Vlak na mijn heldere moment kleedde ik me aan om les te geven aan mensen met een belangrijkere positie dan ik, met een hoger salaris, met meer gevoel voor protocol. Ik zwierde een zwart jurkje over mijn hoofd, trok het recht en keek in de spiegel. Twee kapstokjes priemden in mijn spiegelbeeld. Tepels. O ja, die waren er ook nog. Met een beha camoufleer je die, omdat de stof wat van de scherpe randjes haalt, omdat ze soms een platgedrukt worden of omdat ze simpelweg verdwijnen in het malletje van de voorgevormde cup. Nu waren ze luid en duidelijk aanwezig. Klaar om je jas aan op te hangen.
Ik dacht aan de mannen in pakken die de hele dag naar mij moesten kijken en trok vliegensvlug alsnog een beha aan.

Hier zijn we dan
Een week later moest ik lesgeven aan zestienjarigen. Hetzelfde verhaal: strak truitje over mijn hoofd, een blik op de spiegel en een allesverzengende twijfel. Zou ik hiermee de hormoonspiegel van mijn kroost omhoog jagen? Gaf ik nog wel het goede voorbeeld? En weer wurmde ik me toch maar in een tuigje.

De laatste paar weken ben ik streng voor mezelf: ik heb comfort nodig, mijn leven is bij tijd en wijlen al oncomfortabel genoeg. Ik kan geen druk gebruiken, geen strings attached, geen tuigjes. Dus ga ik al priemend de deur uit. Met twee haakjes die ‘Hier zijn we dan’ lijken te zeggen. Mijn tepels zijn zichtbaar, om niet te zeggen: je kunt er met geen mogelijkheid omheen kijken.

En nu is mijn vraag: wat vinden jullie? Kan dat eigenlijk wel?
(voor mij is de mening van de Belgen ook érg belangrijk, ik werk immers in België)