De Blije Bukster wordt vandaag 7

Omdat ik de her­in­ne­ring koester, plaats ik het verhaal van De Blije Bukster nog een keer.

Vandaag een jaar geleden was ik in staat van ex (let op, dit is een herhaling, het is al zeven jaar geleden, u kunt niet meer bellen of sms’en). En als ik ergens geen zin in had, was het wel om in staat van ex zijn. Ik wilde wilde romances, hete harts­tocht en bakken vol aandacht. Maar goed, als je nog niet zo lang in staat van ex bent, dien je wat geduld te hebben.

En daarvoor moet je dus niet bij mij zijn. Geduld. Ik weet niet eens hoe je het schrijft. Ik kan bijzonder slecht afwachten. Mijn handen zijn voor het heft gemáákt.
Dus terwijl ik in alle staten van ex was, brak er ineens een Valen­tijns­dag aan. Doorgaans vergeet ik Valen­tijns­dag keihard, maar nu was er werk aan de winkel. Ik heb geen Valen­tijns­dag nodig om ver­lei­de­lij­ke briefjes te schrijven, ik kan immers erg slecht afwachten, zodoende neem ik regel­ma­tig zelf het heft in handen. Maar een dag dat je zonder humbug al je poet kunt inzetten op wilde romances en bakken vol aandacht laat ik in staat van ex liever niet voorbij gaan.

Daar zat ik, 14 februari 2005, met werk aan de winkel. Het was al laat in de avond, de tijd drong. En aangezien ik nog nooit eerder een Valen­tijns­pro­ject ten uitvoer had gebracht, begon ik ‘m toch wel te knijpen; ik had geen routine. Mijn eerste probleem was: wie o wie? Ik was in staat van ex en nog niet verliefd geworden, zelfs niet stiekem. Er was niemand die ik stil­le­tjes minde en ik had along the way geen lekkere dingen gespot die ik op een Valen­tijns­ge­heim wilde trakteren.

Alleen leuke mensen kwamen in aan­mer­king. Een beetje leuke mensen, half leuke mensen en misschien leuke mensen vielen af, ik moest immers nog geïn­spi­reerd worden. Binnen twee uur een Valen­tijn­s­truc in elkaar draaien, kan alleen als leuk ook echt leuk is.

En toen belandde ik bij Yuri (klik). Ik ben een fervent aanhanger van het toeval, dus ik zal niet bij u aankomen met ‘voor­be­stemd’ en ‘hoger hand’, maar ik weet toeval wel op waarde te schatten. Bij deze. Dit was mooi toeval.

Ik kwam niet vaak bij Yuri, eens in de paar weken, maar áls ik er kwam was ik altijd gechar­meerd. Door zijn twisted mind, door de lay‐out van zijn website – met de toen nog hand­ge­schre­ven linkjes – en door zijn waan­zin­nig roman­ti­sche inborst.

Hij moest het zijn, besloot ik. Naarstig begon ik zijn laatste stukjes te lezen. Ik zocht een aan­kno­pings­punt, een Valentijns‐cue, iets waarop ik mijn kunstje kon baseren. Mijn ogen bleven hangen bij het zinnetje ‘Blij bukken maakt mensen blij. Mij in elk geval.’ (klik). En toen nam ik een merk­waar­dig besluit.

Ik besloot als Blije Bukster actie te onder­ne­men. Op zich nog niet zo raar, het is immers des Valen­tijns om je niet uit te geven voor wie je werkelijk bent. Maar ten eerste is zijn stukje een ode aan het drie­hoek­je van een andere vrouw; het is maar wat je een Valentijns‐cue noemt. En ten tweede: als u het stukje van Yuri heeft gelezen, zult u begrijpen dat er toch minimaal een decolleté aan te pas moet komen, alvorens er gesleed kan worden. En daarover kan ik in het geheel niet meepraten. Ik stond niet vooraan toen de drie­hoek­jes werden uit­ge­deeld, zullen we maar zeggen.

Maar ik ben een lefgozer en dacht kennelijk niet aan de ver­wach­tin­gen die ik bij mijn Valentijn zou kunnen wekken. Ver­wach­tin­gen die ik geenszins zou kunnen inlossen – in mijn decolleté kun je hoogstens lang­lau­fen. En en passant negeerde ik die vrouw over wie het stukje gà­ng ook nog even.

Kortom: in weerwil van alles zette ik mij aan het briefje van de Blije Bukster. Ik maakte een e‐mailadres aan, deblije­buk­steret­dj­zie­meel­dot­kom, knipte mijn hoofd van een bukfoto en stuurde de onthoofde bukfoto naar meneer Maanzand. ‘Omdat blij bukken mensen blij maakt’, schreef ik eronder.

Het duurde een week en tien­tal­len e‐mails voor Yuri erachter kwam wie de Blije Bukster was (klik). Dat had niet zozeer met beroerd detec­ti­ve­schap te maken, als wel met het feit dat hij het stiekem wel leuk vond om in het ongewisse te verkeren. Toen ik hem na een paar dagen op de man af vroeg of hij eigenlijk wel wilde weten met wie hij te maken had, erkende hij dat hij daar niet echt haast mee had.
Tsja, kijk, en dát was natuur­lijk niet de bedoeling. Een beetje Valentijn hoort als een gek te gaan gissen, graven en vragen, want dan heb je pas eer van je werk. Deze Valentijn ging doodleuk op zijn lauweren zitten rusten, de buit was immers binnen.

En wat wás die buit binnen zeg. Het e‐mailverkeer zinderde dat het een lieve lust was. Een dag of vijf na mijn ont­mas­ke­ring schreef hij:
kom morgen
asjeblief
ik wacht je op
en we doen enkel fijne dingen

Ik kocht een retourtje Leuven en ik kwam (zie klik en klik).
En nu, een jaar later, weet ik niet hoe ik dit stukje moet eindigen.
Omdat het niet eindigt.
Omdat het gewoon
echt
niet
eindigt.

Kijk ook bij mijn favourite work of art: KLIK

Eén reactie

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.