De duivel huist in mijn ooghoek (als het een beetje meezit)

Er zit een gaatje in je ooghoek. En nee, het is geen 1 april. Er zit echt een gaatje in je ooghoek. Kijk maar eens in de spiegel.

Door dat gaatje wordt 70 procent van je oogvocht afgevoerd naar je neus. Krijg je wel eens een loopneus als je in de wind staat? Voilà, daareddet. De wind blaast je ogen droog, je ogen maken daarom meer vocht aan, want ogen horen niet droog te zijn, en dat vocht wordt als de wiedeweerga weer afgevoerd naar je neus, want anders zou je bij het minste of geringste als huilebalk te boek staan.

Begin dit jaar was ik lichtschuw. Ik kon alleen nog zien in het donker. Ja, dat is inderdaad een paradox, zien in het donker. Als je alleen nog kunt zien in het donker, ben je feitelijk blind. Dus begin dit jaar was ik blind.
De oogarts constateerde dat mijn ogen te droog zijn. Ik herinner me een prachtige opmerking van haar: je natste oog is je droogste oog. Want net als bij de wind, gaat je oog vocht aanmaken als het om andere redenen te droog wordt. Mijn oog maakte dus vocht aan als een dolle, maar ja, er zit een gaatje in je ooghoek, en daardoor wordt 70 procent van je oogvocht weer afgevoerd. Kortom: mijn ogen werkten zich uit de naad, maar het enige gevolg was dat ik de hele dag een loopneus had. In het donker.

Ik heb daar wel iets voor, zei de oogarts. Stopjes, painless plugs heten ze. Ik moest op een behandelbank gaan liggen en zij pierde met een pincet (niet niezen, niet niezen, niet niezen) een klein diabolootje in mijn traanbuis. Eerst links, toen rechts. En toen rekende ik 150 euro af. Niet vergoed.

Het gevolg: als ik in de wind sta, biggelen de tranen over mijn wangen. Want de wind blaast mijn ogen nog steeds droog, en mijn ogen maken nog steeds extra vocht aan, alleen dat wordt niet meer afgevoerd door mijn traanbuis naar mijn neus. Het blijft in mijn oog liggen, tot het oog vol is en dan gulpt het over de rand. Ziet er mooi dramatisch uit, maar het hielp. Ik kan weer zien in het licht.

Als je goed kijkt, kun je ze zien zitten, de diabolootjes. Kleine doorzichtige plastic bollekes die in het gaatje oppoppen. In mei werd ik wakker, een paar weken na de installatie van de diabolootjes. Ik kneep mijn ogen snel weer dicht en zei: kut! Lichtschuw. Blind dus. Weer. Ik riep Wannes erbij. ‘Wannes, kijk eens in mijn ooghoeken. Zitten ze er nog?’ Wannes keek, en keek, en keek. Links zat-ie er nog, zei hij, maar rechts? Hm, hij dacht van niet. Kut.

De oogarts had mij op het hart gedrukt nooit meer in mijn oog te wrijven, want de diabolootjes zitten los. Ik heb dat geprobeerd, maar in je oog wrijven is niet iets dat je plant, na wat wikken en wegen, en dan pas doet, nee, het is gebeurd voor je erg in hebt. En ik doe ook van alles in mijn slaap waar ik geen zicht op heb (pun intended).

Dus ik belde de oogarts: joehoe, ik kom eraan. Ik nam weer plaats op de behandelbank (niet niezen, niet niezen, niet niezen) en ze pierde weer een diabolootje in mijn ooghoek. Ik rekende 75 euro af en zag de toekomst hoopvol tegemoet.

Tot nu. Er bolt wederom niets op in mijn rechterooghoek. Ik heb pijn. Ik roep kut. Ik kost geld. En ik wil dolgraag leren hoe je nooit meer in je godganse leven in je ogen wrijft. Iemand een idee?