Ienemienemutte

Ik had een vriend die cursussen Nederlands voor inburgeraars regelde. Er waren wachtlijsten, ook voor dringende dossiers, dus hij maakte stapels. Een stapel ‘dringend’, en eentje ‘anders’. De stapels groeiden bijna even snel. Na anderhalf jaar vroeg ik hoe het ging. ‘Ik voel me machteloos’ zei hij. ‘Die man die anderhalf jaar geleden dringend was, omdat hij een baan kon krijgen, mits hij zijn inburgeringsdiploma zou halen, is nu de onderste van duizend. Morgen leg ik er weer drie op.’

Aan die vriend dacht ik toen ik zojuist in het hoekje van de bank kroop. Inwendig met mijn hoofd tegen de muur bonkend. Uitwendig wezenloos.
Mijn woelige leven leerde mij prioriteiten stellen. Niet stapelen, maar rationeel blijven. Een voor een de obstakels te lijf, het belangrijkste eerst. Wat drukt het meeste op je? Hoppa, uit de weg ruimen en gestaag voort. Werkt perfect.

Maar niemand die mij ooit leerde hoe je met een stapel van duizend dringende dossiers dient om te gaan. Mijn gezondheid, mijn financiën, mijn boek, mijn gemoedsrust: allemaal vragen ze om voorrang. Ik moet verhuizen. Dringend. Ik moet een heavy shit medische molen in. Dringend. Ik moet een boek afmaken. Dringend. Ik moet een VOF beginnen. Dringend. Ik moet mijn werk herschikken. Dringend. Ik moet stoppen met roken. Dringend. Ik moet mijn gemoedsrust hervinden. Dringend.

In het hoekje van de bank voel ik me alleen op mijn gemak als er ergens een prioriteitenlijstje ligt. Pas als de controlfreak klaar is met kwartiermaken, daalt mijn adrenalinepeil tot een aanvaardbaar niveau. Maar ik ben niet gek. Ik weet ook wel dat een prioriteitenlijstje met zeven prioriteiten van wereldformaat geen prioriteitenlijstje is. Dus kom ik niet tot rust. Ik probeer me te nestelen in het hoekje van de bank, ik probeer niet te visualiseren hoe hoog een stapel van duizend dossiers is, ik probeer het komende jaar niet voor me te zien, ik probeer inwendig niet met mijn hoofd tegen de muur te bonken en ik probeer uitwendig niet wezenloos te zijn. Maar het lukt niet.

Prioriteiten hebben alleen zin als je voldoende overzicht hebt. Mijn vriend had zich niet machteloos hoeven voelen als de pipo bij de overheid die de verplichte inburgeringscursus bedacht, ook voldoende opleidingsplaatsen had bedacht. Maar ik heb geen ambtenarenapparaat om overzicht te houden, geen assistent die voor me bijhoudt wanneer ik ziek word, of arm, of wanneer mij wezensvragen voor de voeten gegooid worden. Ik zit hier maar alleen, in het hoekje van de bank, met gespannen buikspieren ienemienemutte te doen met mijn prioriteitenlijstje.