Moet Mike dood?

Moet Mike dood? Dat is de vraag die sinds een paar dagen op tafel ligt.

Wanneer moet een kat dood? Als hij lijdt. Dat is in mijn wereld het enige goede argument om een kat dood te maken.

Wanneer lijdt een kat? Als je dat kunt zien, of als de dierenarts het zegt.

Klopt dat? Nee. Mike was maandenlang aan het kwakkelen: jeuk, allergische reacties, kieskeurig eten. We gingen naar de dierenarts, behandelden hem, verzorgden hem, probeerden hem erbovenop te krijgen zonder resultaat. Maar hij leek niet te lijden. Hij ving muizen bij de vleet, kroop elke avond vol affectie op schoot en babbelde de oren van je kop. Tot hij op een dag al kwijlend in een hoekje zat, toen bleken vrijwel al zijn kiezen zo rot als een mispel. En óf hij had geleden.

Moet Mike dood? Mike blijkt seropositief. Hij heeft een op aids lijkende auto-immuunziekte die leukose heet. Mike heeft nog steeds jeuk, allergische reacties en hij eet beroerd. De dierenarts heeft geconstateerd dat Mike slecht werkende nieren heeft. Nu moet Mike de rest van zijn leven elke dag een pilletje.

Wil Mike elke dag een pilletje? Nee. Mike wil alleen een pilletje als dat vergruisd is in dingen die slecht zijn voor zijn slecht werkende nieren, anders piert Mike dat pilletje overal uit, of hij eet het niet. En Mike is totaal onbekbreekbaar.

Moet Mike dood? Ik weet het niet. Ik weet niet of Mike lijdt en of je eigenlijk wel moet wachten tot het zover is.

Maar ja, gisterennacht ving hij nog een barbecueworst.