Saai en stom

Deze column verscheen op zaterdag 1 december 2012 in Jobat.

‘Wat is jour­na­lis­tiek’, vraag ik.
‘Stom’, roept iemand. ‘Ja, stom’, knikt een meisje. Ze wrijft over de nagel van haar mid­del­vin­ger. Er staan ster­re­tjes op.
‘Wie leest er wel eens een krant?’
Het blijft stil. Ze zitten onder­uit­ge­zakt, of voorover, hun wang op tafel. Twintig zes­tien­ja­ri­gen, Justin Bieber-lokken, de juiste skinny-jeans en een dikke laag schroom. Schroom voor elkaar, hun puistjes, die ze ver­stop­pen onder hun Bieber-lok, schroom voor elk onbewaakt ogenblik van interesse.
‘Kijken jullie wel eens naar het Journaal?’, vraag ik.
De stilte voelt steeds ver­veel­der.
‘Soms kijk ik met mijn ouders mee’, mompelt een meisje van onder haar high­lights. ‘Maar dat is saai.’ De meesten knikken. Ja, dat is saai.
‘En de Joepie?’, vraag ik. ‘De Flair?’
Een paar schuiven onge­mak­ke­lijk op hun stoel. Hun afweer­ge­schut hapert. ‘Is dat ook jou-jouna-journa-allez-lamaar.’ De jongen legt zijn wang weer op tafel.
‘Niet alles, maar de inter­views, de nieuwtjes, de ach­ter­grond­ver­ha­len: ja, dat is jour­na­lis­tiek.’
Ze merken dat hun muur afbrok­kelt, dus friemelen ze aan elkaars handtas, geduw, ellebogen, ‘hee’, onrust.
‘Is er iemand die jullie bewon­de­ren of inte­res­sant vinden? Die jullie wel eens iets zouden willen vragen?’
‘Mark Tijsmans’, giechelt een jongen, terwijl hij het meisje naast hem een por geeft. ‘Allez gast, laat dat.’ De lachjes priemen in haar zwakke plek, een soapster. Ze zoekt een flesje Evian, probeert onaan­ge­daan te drinken, maar het lukt niet. Haar interesse is bloot­ge­legd.
De mid­del­vin­ger, schou­der­op­ha­len, des­in­te­res­se: allemaal cool. School daar­en­te­gen is niet cool, en alles wat de school verzint om deze BSO’ers een brede ont­wik­ke­ling te geven, is saai en stom. Toch zet ik ze aan het werk. Ik kies hun woorden, hun wereld­beeld, als ik ze vertel over onpar­tij­dig­heid, zorg­vul­dig­heid en trans­pa­ran­tie. Ik leg uit dat je geen partij kiest voor iemand, dat je vertelt wie je bent, dat je vraagt of alles klopt, bij alles, altijd. Ik stuur ze de deur uit.
Maar mevrouw, mogen we dan gewoon op straat? Gewoon lopen? Zonder leer­kracht? Gewoon kijken? Onze mond opendoen? Zonder te vragen? Ja, dat mogen jullie. Dat is de taak van een jour­na­list.
Als ze terug­ko­men kijken de meisjes in hun spie­gel­tjes, ze zien wel dat hun lippen gestift moeten worden, maar ze kijken over de blosjes heen. De pit zit in de groep. Maar niemand zal het toegeven. Pit is niet cool. Met hun tong tussen hun tanden schrijven ze.
Ik buig me over hun werk. ‘Heb je die mevrouw zelf gesproken?’
‘Ja’, zegt het meisje met de sterren op haar nagels. ‘Ze was heel blij dat we haar aan­spra­ken.’
‘Schrijf dat maar op’, zeg ik.
‘Mag dat?’
‘Ja’, zeg ik. ‘Kennelijk zit het die mevrouw heel hoog, ze is blij dat iemand haar eens iets vraagt. Dat is een deel van het verhaal.’
Ze drukt met haar geurpen hard op het papier. Blij dat iemand haar eens wat vraagt. Na afloop komt ze naar me toe, ze kijkt schichtig achterom. Niemand. Toch fluistert ze. ‘Mevrouw, kunt u me vertellen wat ik moet doen om jour­na­list te worden?’

6 reacties

  1. Ligt het aan mij of was die schroom vroeger ietsje minder en de interesse ietsje groter? Of heeft ADHD er voor gezorgd dat het me allemaal niet zo opge­val­len is, omdat ik zelf overal voor te porren was? ;)

  2. Het is moeilijk gene­ra­li­se­ren. Dit waren kinderen met de laagst denkbare opleiding, in ver­moe­de­lijk de moei­lijkst denkbare omstan­dig­he­den, en het waren Vlaamse kinderen. Kortom: ik kan zelf niet oordelen, want ik heb kinderen in dezelfde omstan­dig­he­den ‘vroeger’ niet mee­ge­maakt.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.