De stijfkop, de aanpasser en Beaufort

Ik ben de wind ontwend. Na zeven jaar Leuven is de wind voor mij iets uit mijn vaderland of een geintje voor als ik naar West-België trek, maar niet iets waar ik in mijn dagelijks leven mee om weet te gaan. Het zit zo: Leuven heeft een microklimaat, het is iets warmer dan de rest van Vlaams-Brabant, én het ligt in een kommetje, kleine heuveltjes houden de wind buiten. Mocht je de wind willen ontwennen: kom naar Leuven.

Ik ben een aanpasser in het diepst van mijn gedachten. Maar aan de oppervlakte zit een ijzingwekkend onwrikbare stijfkop. Als ik iets in gedachten heb, dan vaar ik eropaf, met alles wat ik heb. Als dan vervolgens blijkt dat mijn dromen aan diggelen vallen, stampvoet de stijfkop eens stevig, totdat die op de schouder wordt getikt door de aanpasser en dan blijk ik het te kunnen: aanvaarden. Deze zomervakantie dreef de wind de stijfkop in een hoekje.



Klik voor meer dan een fragment.
We zouden naar iets hoogs, iets vers en iets met mooi weer. We hadden een punaise in de kaart geprikt, het weer gecheckt (Zuid-West-Frankrijk: oké) en tuften er redelijk doeltreffend naartoe. Tot ik op 40 kilometer van onze bestemming even het weer ter plekke ‘roamde’. ‘Ho!’ zei ik. Wannes draaide drie rondjes om een rondpunt, luisterde naar mijn weerbericht (op 1100 meter hoogte: wolken, maximumtemperatuur 17 graden, ’s ochtends 10, kortom: geen tentweer) en reed de weg op waar we vandaan kwamen. Na uren en uren péage, moesten we nog eens uren en uren bergen afcirkelen, op zoek naar de plek die de weersvoorspellers bedoelden toen ze een zonnetje en 27º tekenden op de kaart van Zuid-West-Frankrijk.



Klik voor meer dan een fragment.
De aanpasser moest een paar keer slikken toen we na zo’n 1200 kilometer nog even 200 kilometer in de carrousel van de haarspeldbochten moesten. Bijna 12 uur rijden hadden we erop zitten toen we aankwamen in 31 graden met zon: het vreselijke Argelès sur Mer. Maar alleen de stijfkop is een kniesoor, de aanpasser vond het leuk dat er zee was, warmte, hevig concurrerende restaurantjes in een vreetsteeg, en krekels. Tot de volgende dag de wind opstak.



Klik voor meer dan een fragment.
Aanpassing kent vele vormen. Zo kun je jezelf en al je spullen met scheerlijnen vastzetten en over de ruisende populieren heen brullen dat het allemaal wel meevalt, maar je kunt ook je verlies én je biezen pakken en je bestemming aanpassen. Omdat in Argelès sur Mer de krekels de toeristenfuik en de wind nauwelijks konden verbloemen, kozen we na twee dagen voor optie 2. De stijfkop keek verbitterd toe hoe de aanpasser zich schikte en driftig Beaufortgetallen tevoorschijn roamde. Zo belandden we in Brissac, net onder de Cevennen. Er staat een man in beeld.



Klik voor meer dan een fragment.
We wilden voor wat natuurgeweld naar de Pyreneeën, maar weigerden daar het weergeweld bij te nemen. Godzijdank, want de sms’jes stroomden binnen: jullie zitten toch niet in de Pyreneeën hè? Want daar spoelen mensen van de berg. Ik sms’te terug dat er gelukkig ook oogstrelend natuurgeweld was in het zuiden van de Cevennen. En nog even geen wind. De aanpasser stak haar tong uit naar de stijfkop.



Klik voor meer dan een fragment.
Met het gevoel dat we de wedstrijd met het weer aan het winnen waren, trokken we naar mooie rotsdorpjes met welluidende namen als Laroque, we staken grote tenen in heel koude rivieren en dronken koude cola’s op uitgestorven terrassen (het bejaarden- en peuterseizoen is het beste vakantieseizoen, als je het weer niet meerekent). En we namen foto’s zonder acht te slaan op die heel donkere wolk in de verte.



Klik voor meer dan een fragment.
Deze foto is iets minder dan tien minuten na die vorige genomen. De stijfkop liet zich verrassen en de aanpasser nam zich voor donkere wolken nooit meer te onderschatten. Terwijl ik mijn blote voeten uit mijn slippers haalde omdat er tien centimeter water onder ons tafeltje stond, glimlachte ik naar de serveerster. ‘C’est une catastrophe’, brulde ze. De stijfkop knikte en de aanpasser zette haar natte blote voeten op de stoel naast haar.



Klik voor meer dan een fragment.
Toen we voor de derde achtereenvolgende dag niet naar de rivier konden, omdat die fokking zuiderse Mistral uit het noorden blijkt komen, deden we waar we zo goed in bleken: plannen wijzigen. Ik roamde een kaartje van Frankrijk en zag overal zwarte wolkjes en temperaturen onder de twintig graden. Alleen op de plek waar we zaten was het goed. De aanpasser hapte naar adem. We konden nog veertig kilometer opzij, om zo een cijfertje te zakken op de schaal van Beaufort, daarna begon de Provence waar windkracht 5 tot 6 aan de orde van de dag was. Veertig kilometer opzij voelt onzinnig, maar een getalletje op de schaal van Beaufort naar beneden niet. Dus trokken we naar Anduze. Er staat een man in beeld.



Klik voor meer dan een fragment.
Aangekomen bij windkracht 3 bleek windkracht 3 ook windkracht 4 te zijn geworden, weersvoorspellers zijn allemaal lullen en hoeren. Maar we hadden bomen voor de luwte, geen populieren en dus geen geruis (dat niemand het ooit daarover heeft: het burengerucht der populieren) en we waren moe van het alternatieven bedenken. In Nederland, België en de rest van Frankrijk was het weer volkomen kut en dan zouden wij wat gaan zitten foeteren op Beaufort? Nee. De aanpasser overtrof zichzelf. Bovendien was er een heel mooi uitzicht vanaf het tentplekje.



Klik voor meer dan een fragment.
Dus we lazen, en als de wind een dagje lag, zwommen we tussen de visjes in de Gardon tot de wind weer de kop opstak, dan trokken we naar een stad om daar verder te lezen en ons te koesteren in de luwte van de gebouwen.



Klik voor meer dan een fragment.
Op facebook dacht men aan rozengeur en warm water, door deze foto van Wannes. In werkelijkheid zwom niemand in dit deel van l’Herault, omdat het water er zo vreselijk koud was. Ik stond daar al een hele tijd, schoof een centimeter per minuut door, net zo lang tot ik tot aan mijn nek in het water stond en besloot dat het gekkenwerk was en dat de aanpasser de tyfus kon krijgen.