Dinsdag 17 september

Het is Prinsjesdag in Nederland en ik heb heimwee.
Terwijl heimwee niet bestaat.
Heimwee is een verlangen naar vroeger.
Dat hebben we allemaal.
Ook de mensen die thuis zijn.
Heimwee is gewoon nostalgie.
Of een kutdag.

Het is Prinsjesdag en ik heb heimwee.
Terwijl heimwee niet bestaat.
Het is een verlangen naar iets wat er nooit geweest is.
Zoals een voorliefde voor prinsjesdag.
Nooit gehad.
Of zin in een kroket uit de muur.
Nooit gehad.
Maar nu, na zeven jaar België.
Wil ik niets liever dan een vette kroket uit de muur.
Op Prinsjesdag.

Het is Prinsjesdag en ik heb heimwee.
Terwijl heimwee niet bestaat.
Het is een knopje dat je indrukt, zoals een modulatie in een nummer van Marco Borsato.
Dat moment dat ze ineens hoger gaan, en dat je denkt: ja zeg, hier stink ik niet in
Maar dat het dan al te laat is.
Het knopje ingedrukt. Dat is heimwee.

Het is Prinsjesdag en ik heb heimwee.
Terwijl heimwee niet bestaat.
Het is de conclusie dat er in het zuiden nog immer schaduw is.
Dat lange tanden ook daar langer worden bij laagstaande zon.
Thuis, in het zuiden, schaduw heb je overal.
Soms is het gewoon donker, waar je ook staat.

Het is Prinsjesdag en ik zet een hoed op.
Op mijn neus valt een schaduw.
Ik noem het heimwee.
Ik eet een boterham met pindakaas.
En noem het heimwee.
Het is Prinsjesdag, het Wilhelmus klinkt.
En ik maak me er gemakkelijk van af.
Ik noem het heimwee.

Heimwee als verzamelnaam voor de aangeklonterde onvrede over hoe alles anders is. En de illusie dat thuis alles hetzelfde is gebleven.

Omdat niet iedereen eraan toekwam de geluidsbestandjes te luisteren van het dagboek dat ik een week lang voorlas op Radio 1, zet ik de stukjes deze week online.