Elke penseelstreek op een meter hoog

Of ik niks voel.
Ja, van alles, dat het lente wordt, dat Wannes van me houdt, dat Choco in de rouw is en dat het dankzij het nieuwe dak duidelijk minder vochtig is in de badkamer. Maar dat wil niemand weten.
De vorige keer voelde ik veel, ik zei al au als je alleen maar naar mijn borsten keek, ik was misselijk, ’s ochtends, ’s middags, ’s avonds, wekenlang, maar ik was niet zwanger. Dus ik probeer het niet interessant te vinden of ik iets voel.
Want iedereen weet wel iets, over mijn borsten en dat die helemaal geen pijn hoeven doen, en dat ik het helemaal niet hoef te merken, of juist wel, ja, want zij voelden het meteen, elke keer, je weet het gewoon. En dat dat vele plassen helemaal niet pas later komt, nee, dat kan al meteen zo zijn hoor, en die ochtendmisselijkheid kan ook ’s avonds, en buikpijn, heb je geen buikpijn? Ja, dat is dan misschien wel een goed teken, hoewel buikpijn er ook bij kan horen, ja, buikpijn kan goed zijn, niks om je zorgen over te maken, maar ja, je hebt geen buikpijn hè? Ach, je kunt er ook eigenlijk niks over zeggen.
Terwijl ik er best veel over kan zeggen, want soms word ik wakker met buikpijn, even, en soms voel ik dingen vlak onder mijn navel, even, en soms ben ik misselijk, even, en soms voel ik me kiplekker en doodnormaal, even. Maar hoewel ik het gevoel heb dat ik iets moet voelen, voel ik liever niks. Want ik mag dan proberen het niet interessant te vinden, elke voelbare penseelstreek op een meter hoog teken ik wel nauwgezet af in een spectrum met accolades en pijltjes, met daarachter getuigenissen en kale feiten, en daarboven een tegeltje in Delfts Blauw: het kan vriezen en het kan dooien.

Context? Lees
Voor zolang het duurt
Zit in een van die onderbroekjes ons nageslacht?