Hoe lees je een boek?

De overgave waarmee ik vroeger las, ben ik al jaren kwijt. Wanneer de onrust in mijn hoofd kwam, weet ik niet, maar ik geloof dat het was toen ik mijn eerste kus kreeg op de bushalte op de Kruislaan. We stapten uit bus 8, natte haren van het De Mirandabad. Dennis had me geplaagd in het zwembad en ik was de douches in gevlucht. Als vanzelfsprekend volgde er een kus op de bushalte. Zijn tong raakte heel vluchtig de mijne, waarna hij  doei zei. ‘Tot morgen.’ We kregen geen verkering, maar het was vermoedelijk wel het moment dat ik niet langer met mijn vingers tussen de bladzijden over straat ging. Ik beeldde me in dat het slotje van mijn dagboek goed sloot en zette de jaren erna jongens op papier.

Ik bleef wel lezen, maar gedoseerd. Waar ik tot mijn elfde tweeënhalve bibliotheek had uitgelezen, las ik vanaf dat moment dertien boeken in een vakantie en daarna maanden niets. Met het slinken van mijn leeslust, slonk ook mijn handigheid. Want hoe lees je een boek? Op je buik, met je ellebogen links en rechts van je kin en het volle gewicht van je hoofd in de greep van de zwaartekracht? Op je rug, met lamme armen en gebrek aan licht? Zittend, met het boek op je bovenbenen en pijn in je nek?

Voor mijn elfde was ik een afwisselaar. Als alles pijn deed, ging ik op mijn zij liggen en legde ik de ene bladzijde op mijn wang, de andere zette ik rechtop in mijn blikveld en bij de volgende bladzijde draaide ik me op mijn andere zij. Inmiddels gaat dat niet meer. Mijn ogen zijn te slecht voor de duisternis in mijn eigen kleine boekenhoek en de boeken zijn te dicht geplakt, waardoor de bladzijde niet mooi op je wang blijft liggen. Ik probeer mijn onrust te temmen, maar ik heb geen flauw idee hoe ik daarbij moet gaan zitten.