Columns,  Over journalistiek

Juf jour­na­lis­tiek (2) – Hoog gegrepen

Er is hommeles in Den Haag: een senator die een belang­rijk wets­voor­stel kan blokkeren. Vanavond vergadert de Eerste Kamer, daarna verkeert het kabinet waar­schijn­lijk in grote problemen.
‘Wie gaat erheen?’ vraag ik, wetende dat er maar weinig zijn die de Haagse politiek aandurven.
Het kleinste meisje van de klas steekt haar vinger op.
Ik worstel met mijn voor­oor­deel. Het kleinste meisje van de klas. Redt die het in de leeu­wen­kuil van jour­na­lis­te­n­el­le­bo­gen en foto­gra­fen­tas­sen?
‘Het wordt wel laat waar­schijn­lijk’, zeg ik.
‘Ik kan in Den Haag bij iemand logeren’, zegt ze.
‘Je moet wel die senator zelf te spreken krijgen, en dat zal niet gemak­ke­lijk zijn’, dreig ik.
Ze trekt haar schouders op.
‘Lukt je dat?’ Ik hoor de onmacht in mijn vraag.
‘Ja, dat denk ik wel.’
Dat neemt me voor haar in. Geen angst, geen pes­si­mis­me.
‘Oké’, zeg ik.
‘s Avonds op tv zie ik dat het laat wordt, ik zie gangen met jour­na­lis­te­n­el­le­bo­gen en foto­gra­fen­tas­sen. De senator blokkeert de boel en niemand krijgt een quote. Zelfs Nova niet. In bed vraag ik me af of ik het kleinste meisje van de klas en onze krant hiermee een dienst heb bewezen.
De volgende ochtend ver­ga­de­ren we als altijd onder het motto: wat is er gelukt en waarom niet?
We komen bij het kleinste meisje van de klas. ‘Het is gelukt’, zegt ze
‘Heb je een quote?’ Het lukt me niet mijn ‘het zal wel niet’-toon te verbergen.
Ze knikt.
Ik geloof het niet, maar ik zeg niks. Het is mijn schuld. Wie stuurt er nu het kleinste meisje van de klas naar de front­li­nie.
Ik verzamel de artikelen en sus mezelf met de vast­stel­ling dat ‘geen com­men­taar’ ook een quote is.

Dan open ik het stuk van het kleinste meisje van de klas. Ik lees. Ik lees ellen­lan­ge quotes van de senator die zegt helemaal niet trots te zijn op de politieke crisis die hij heeft ver­oor­zaakt, die vindt dat hij de demo­cra­tie een dienst heeft bewezen, maar die ook bekent dat hij er wel van wakker ligt. Is dit een verzinsel? Ik lees de zinnen nog eens. Als ze verzonnen zijn, zijn ze wel ver­schrik­ke­lijk goed en adequaat bedacht. Ik schuif mijn bureau­stoel naar achteren. Ik tuur nog even naar het scherm en ga dan naar het redac­tie­lo­kaal om het kleinste meisje van de klas erbij te halen.
‘Hoe heb je dit voor elkaar gekregen?’ Ik wijs op mijn scherm.
‘Nou gewoon’, zegt ze.
Ik voer mijn argwaan nog wat op. ‘Niemand had een quote’, zeg ik. ‘RTL niet, de NOS niet, zelfs Nova niet.
‘Nee, het was inderdaad niet te doen’, zegt ze. ‘Ik kwam er gewoon niet tussen.’

Zie je, denk ik, kut, ver­zin­sels, wat moet ik hier nu weer mee? Het meisje aangeven bij de exa­men­com­mis­sie? Ze is klein, frêle, een beetje onzicht­baar zelfs. Het is mijn schuld, ik heb haar over­vraagd. Ik wil haar niet aangeven.

‘Dus toen het niet lukte, ben ik naar zijn huis gegaan.’
Say what? Mijn mond valt open. ‘Wat zeg je?!’
‘Ik ben naar zijn huis gegaan, ik was er via via ach­ter­ge­ko­men waar hij woonde en ik kon een fiets lenen. Ik heb aangebeld, maar er deed niemand open. Toen heb ik gewacht en een kwar­tier­tje later werd hij afgezet.’
‘Was je de enige jour­na­list daar?’
‘Ja.’
‘En wilde hij met je praten?’
‘Ja, hij nam er echt de tijd voor en hij was heel vrien­de­lijk.’
Ik neem het meisje mee naar het redac­tie­lo­kaal en brul: ‘Oké, gooi de voor­pa­gi­na maar om, we hebben een goede opening van de krant.’

Dit jaar werk ik vijftien jaar als docent Jour­na­lis­tiek. Ik begon mijn loopbaan in Utrecht op de School voor Jour­na­lis­tiek. In de jaren die volgden, gaf ik les in Nederland en Vlaan­de­ren aan uni­ver­si­tei­ten, hoge­scho­len, uit­ge­ve­rij­en, pers­bu­reaus en lief­heb­bers. Mijn pupillen waren oud, jong en piepjong. Dit is mijn relaas.
Zie ook: Juf Jour­na­lis­tiek (1) – Iets met
Juf Jour­na­lis­tiek (3) – Com­men­taar­woor­den
Juf Jour­na­lis­tiek (4) – Wie‐o‐wie
Juf Jour­na­lis­tiek (5) – Gevaar­lijk
Juf Jour­na­lis­tiek (6) – Valse controle
Juf Jour­na­lis­tiek (7) – patriciaaaatjexxx@hotmail.com
Juf Jour­na­lis­tiek (8) – Per­soon­lijk­heid

4 reacties

  • jan

    Jaren geleden moest zo’n meisje van onze redactie naar Breda om daar Charles Aznavour te inter­vie­wen. Hij trad er op. Ze had nog nooit van hem gehoord. Ik praatte haar bij. Ze zou na afloop wel even een radioin­ter­view­tje doen, zei ze. Te veel body­guards zei ik, kansloze missie. Ze kwam wel met een interview terug. Gewoon een uurtje wachten bij de arties­ten­in­gang.
    Ik heb er nog eens een stukje over geschre­ven.

    http://www.stroomopwaarts.com/pivot/entry.php?id=36

  • bliss

    wat leuk om wat te schrijven over je loopbaan!
    ik zit met veel plezier te lezen.
    het bureau 2013 mss een idee?

  • maartje

    Hee Bliss! Ik heb je laatst een mailtje gestuurd op het adres dat je hier altijd invult, maar dat adres gebruik je denk ik niet meer!
    Enne… bureau 2013?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.