Rail Pass Blues

Ik gniffelde toen ik hem voor het eerst zag, de rail pass. Een heel groot stuk karton waar Belgen hun treinreis op kribbelen om voor iets meer dan zeven euro een enkele reis naar waar dan ook in België te mogen ondernemen.
De eerste keer dat ik zelf een rail pass gebruikte, was ik zenuwachtig. Er staat namelijk op dat je geen fouten mag maken, niks mag doorhalen, dat er van alles verboden, uitgezonderd of ongeldig is, én, waar ik het meest nerveus van werd, dat je alleen onuitwisbare inkt mag gebruiken. Ooit had ik zo’n correctiestift (in Vlaanderen noemen ze dat een, halleluja, ‘tintenkiller’) maar die werkte alleen bij vulpeninkt. Nimmer heb ik mij afgevraagd of de inkt in fineliners, rollerballpennen, topwriters en zulks uitwisbaar is. Tot ik daar zat, in de trein, zonder kaartje, met een rail pass en een fineliner en geen idee of die combinatie mij een rechtsgeldig vervoersbewijs zou opleveren.

Sinds die eerste keer heb ik al tientallen rail passes versleten en dat ging niet altijd goed. Zo herinner ik me een ochtend met een serieuze kater, toen ik zoveel fouten maakte dat de enkele reis mij 21 in plaats van 7 euro kostte, omdat ik uiteindelijk drie regels nodig had om dag, datum en bestemming correct op te schrijven. Of die keer dat ik de hele trein door liep en werkelijk niemand een pen op zak had, behalve de conducteur. Een andere keer was er een conducteur die mij na het instappen zag schrijven. ‘Ge hadt die al op het perron moeten invullen!’ snauwde hij. Ik sidderde en beefde, maar wonder boven wonder wachtte hij tot ik uitgeschreven was en zette toen zijn kniptang in mijn handschrift. De reis erna vulde ik gedwee mijn rail pass in op mijn knie op het perron. Tien minuten later floepte er in het rood ‘trein afgeschaft’ op het informatiescherm, mijn vergadering in Den Haag zou ik door het missen van aansluitingen nooit meer halen. Met 21 letters en 8 cijfers ter waarde van zeven euro in mijn zak liep ik weer naar huis. Sindsdien vul ik mijn rail pass weer in de trein in en ben ik nog nerveuzer.

Deze maand gebeurde mij wat me al tientallen keren is gebeurd: ik was vergeten mijn rail pass in te vullen. Soms kom ik iemand tegen waardoor ik het vergeet, soms ben ik zo opgelucht dat ik een zitplaats vind dat ik het vergeet, soms ben ik te moe als ik eenmaal zit nog om aan mijn plichten te denken en soms ben ik gewoon wie ik ben: een dromer.
Dit keer was ik die dromer. Ik zag de conducteur binnenkomen, mijn adem stokte, ik graaide in mijn tas naar een pen en vond alleen pennen die ik ervan verdenk uitwisbaar te zijn, ik kneep mijn ogen dicht in de hoop dat de datum me te binnen zou schieten, begon toen maar, zonder sjoege, met verdachte inkt, kwam bij E in WOENSDAG en zag in mijn ooghoek dat de conducteur al naast mij stond te fronsen. Ik was reddeloos verloren, geen datum, geen bestemming, alleen WO. Ik stak mijn ietwat naïeve riedel af van vergeten, blij dat ik de trein had gehaald, neergeploft en sorry. Hij stak zijn ietwat naïeve riedel af van voor deze ene keer, volgende keer beter opletten en schrijf nu maar vlug door. Ik schreef, gaf hem het kaartje en hij deed iets wat ik niet verwachtte. Hij schreef een v’tje bij mijn regel van deze reis. ‘Dan weet de volgende dat ge gewaarschuwd zijt.’ Ik knikte, slikte en zat de rest van de maand met nog meer stress in de trein.

Tot afgelopen woensdag. Moe was ik, verkouden, hoofdpijn. Ik liet me vallen in een vrijwel leeg treinstel en probeerde mijn ogen open te houden om te voorkomen dat ik aan de kust wakker zou worden. Het lukte en ik was trots dat het lukte. Tot de conducteur binnenkwam. Shit. Rail pass. De rits van mijn portemonnee bleef steken. De rail pass was vol, andere rail pass, ik vond alleen een pen met groene inkt, shit, datum, shitshitshit. Naast me stond de conducteur.
‘Ik was het vergeten’, zei ik.
‘Dat gebeurt ons allemaal wel eens’, zei hij.
‘Ik ben gedachteloos de trein ingestapt’, zei ik.
‘Ge hebt een schoon geweten’, zei hij.

Nu kan ik de rail pass voor altijd aan.