Van mijn à propos

‘Er ligt iemand te slapen in de heren-wc.’ De cursiste kijkt verontrust.
Ik sta een sigaret te roken op het stoepje voor het lokaal. Het is pauze.
Er ligt iemand te slapen in de heren-wc.
‘Weet je zeker dat-ie slaapt?’
‘Ja.’
Godzijdank. Ik trek aan mijn sigaret. ‘Ik kom zo wel even kijken.’
Oké, tijd gewonnen. Er ligt iemand te slapen in de heren-wc. Ons lokaal is in een donker park en de wc is gedurende een paar uur open voor iedereen. Onder mijn verantwoordelijkheid. Onder MIJN verantwoordelijkheid. Ik druk mijn sigaret uit en stroop mijn mouwen op. Ik zal mijn verantwoordelijkheid eens even flink gaan nemen.

In de heren-wc ligt een vrouw. Haar knieën opgetrokken tot haar kin, haar blonde haren in slierten op de koude, vieze tegelvloer. Naast haar een tas, een witgrauwe, opgerolde deken en een leeg pakje sigaretten.
Ik schud wat aan een opgetrokken knie.
Niks.
Je hebt de verantwoordelijkheid, zoemt er door mijn hoofd, ‘niks’ is geen optie. Ik schud harder. En nog harder. En een keer écht hard.
Met veel moeite opent de vrouw één oog.
‘Hoi’, zeg ik, ‘over een uurtje moet ik de wc op slot doen, kun je misschien zorgen dat je dan weg bent?’
Zo. Verantwoordelijkheid genomen.
Maar dat is buiten de vrouw gerekend. ‘Krijg ik daar geen uitleg bij?’ Haar ogen draaien en haar wenkbrauwen dansen op een manier die verdovende middelen verraadt.
‘Ik heb dit lokaal gehuurd en ik moet de wc’s op slot doen als ik vertrek.’
‘Krijg ik daar geen uitleg bij?’
‘Dat is mijn uitleg.’
‘Krijg ik daar geen uitleg bij?’
Ja dahag. ‘Als je over een uurtje weg bent, is het goed.’ Ik sta op, draai me om, loop naar het lokaal en wacht op het triomfantelijke gevoel van iemand die zojuist haar verantwoordelijkheid heeft genomen.
Maar de pauze is voorbij, de vrouw moet uit mijn hoofd, de columns en de cursisten moeten erin. Ik begin te praten met het beeld van de vrouw nog op mijn netvlies. Ik heb het over beperkte invalshoeken en over eindzinnen, en ik vertel dat de lezer vaak de kant van de underdog kiest. Intussen trekken beelden voorbij van haar halfhoge grijze laarsjes, beide hakjes tot de helft afgesleten, het lege pakje L&M, de witte deken opgerold, omdat roesmiddelen de koude tegels verwarmen. Heb ik mijn verantwoordelijkheid wel genomen? Niet aan denken. Concentratie. Cursus.
De vrouw verschijnt voor het raam tegenover mij. Ze houdt de witte deken achter zich, als Superman. Ze wenkt me, loopt naar het raam en zet haar lippen op het glas. Geluidloos: ‘KRIJG IK GEEN UITLEG?!’
Ik vertel over details in een column en verontschuldig me dat ik misschien af en toe van mijn à propos ben, omdat er iemand voor het raam staat.
De cursisten draaien synchroon hun hoofd. Een spook, een witte deken met twee tollende ogen, tegen het raam geplakt.
Ik zal het proberen te negeren, zeg ik.
De cursisten knikken.
In mijn gezichtsveld blijft de deken wuiven, tot ik opkijk van een voorbeeldcolumn.
Ze is weg.
Is ze weer teruggegaan? Naar de wc’s? Omdat ik geen nadere uitleg heb gegeven? Of is ze vertrokken? De nacht in, op afgesleten hakjes, met alleen een dekentje?
Ik sus mezelf. Ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen. Voor de cursisten. Zodat die fijn kunnen praten over mooie zinnen en goede ideeën. En voor de heren-wc, zodat die gevrijwaard blijft van het spoor dat een onfortuinlijk mens achterlaat. Ik sus mezelf. Maar niet afdoende.

Na afloop van de cursus blijkt ze echt weg. Ik doe het licht in de heren-wc uit en draai de sleutel twee keer om. Tegen beter weten in wacht ik op de opluchting, ik heb haar immers op zachthandige wijze weggekregen. Ik wacht op de triomf, want ik heb mijn verantwoordelijkheid uiterst adequaat genomen.
Maar ik denk aan het dekentje en aan minimumtemperaturen van 3 graden.
En dat zonder sigaretten.