Voor zo lang het duurt

Kromowidjojo noem ik ze, de afgezanten van Wannes die gisteren zeven eitjes tikten. Zeven. Zoveel hadden we er nog niet gehad. Puur theoretisch hebben Wannes en ik al elf kindjes in elkaar gedraaid. Zonder armpjes, zonder beentjes, en zonder al het andere dat kinderen zo fotogeniek maakt, maar toch: elf kleine Maartjes en Wannesen, van wie tot op heden vier de geest gaven, in mij of in het koude reageerbuisglas, en van wie zeven zich nog mogen bewijzen. Donderdag, half drie stipt. En misschien later nog, vanuit de vriezer.
Tot nu toe was mijn PR hierover van het rommelige soort. Ik stelde jullie op mijn verjaardag op de hoogte van het cadeau: vier beginnende kindjes in een glazen schaaltje. Maar daarna was het stil. Eerst was daar het niemandsland van wachten, een periode waarin ik jullie nauwgezet op de hoogte had kunnen houden van de regelmaat waarmee ik in mijn borsten kneep, maar dat niet deed. Daarna was er de instagramfoto van twee Duvels, een voor mij en een voor Wannes. Ik vond dat ik het daarmee wel gezegd had en velen van jullie vonden dat met mij (bedankt daarvoor). Maar een deel van jullie liet weten nog vol spanning te wachten, kortom: de PR-afdeling verdient een preek.
Maar nu zijn jullie weer bij. Poging drie doet van scheepsrecht, voor zo lang het duurt. Of ik jullie daadwerkelijk op de hoogte zal houden van de regelmaat waarmee ik de komende weken in mijn borsten knijp, is nog even afwachten, maar ik zal jullie hoe dan ook iets meer vertellen. Over het fabriekje waarin wij nu al drie keer een maand meedraaiden, het vondelingenluikske waaruit men, ingepakt in mondkapjes en handschoentjes, het grut tevoorschijn tovert, en de vreugde waarmee men op het echoscherm twee zwarte bollekes aanwijst: kijk! Misschien moet ik met de billen bloot en vertellen dat de Duvel van 16 mei me in het geheel niet smaakt, maar dan bent u in elk geval nu al gewaarschuwd.