De span­nings­boog eindigt in een uit­ge­lub­berd elas­tiek­je

Voor de website Azer­ty­fac­tor gaf ik een schrijf­tip aan de hand van een verhaal dat op die website was ver­sche­nen.

Maartje Luif is schrijf­ster en prive-schrijfcoach. Ze is bezig met een roman voor uit­ge­ve­rij Atlas-Contact. Ze koos voor Op logies van Warm­wa­ter­mu­ziek.

“De auteur is een detail­kun­ste­naar. Alsof hij (of zij) met een fineliner een bouw­te­ke­ning maakt, zó fijntjes zijn de omstan­dig­he­den uit­ge­te­kend. De helft van het verhaal beslaat de tocht van twee kinderen door een trap­pen­huis van een appar­te­ments­ge­bouw naar boven. Dat zou helemaal verkeerd kunnen uitpakken – saai, lang­dra­dig, te beschrij­vend, – maar dat gebeurt niet. De lezer zit de kinderen op de huid, stelt zich voor hoe hij tegen een onwillige deur duwt, hoe hij zijn handen openhaalt aan grove muurstuc en hoe hij het licht ziet uitgaan, terwijl hij de juiste deur nog niet heeft gevonden. De lezer loopt met de kinderen mee langs gangen en par­lo­foons uit zijn eigen jeugd.
De span­nings­boog die deze close-up met zich meebrengt, eindigt helaas in een uit­ge­lub­berd elas­tiek­je. De lezer denkt dat het ergens toe zal leiden, die nauw­ge­zet­te beschrij­ving van het begin van het bezoek. Boven zal zich een anekdote openbaren, er zal zich een plot ontvouwen, of iemand zal iets zeggen dat alles wat de lezer zojuist tot zich heeft genomen in een ander licht zet. Maar nee, het eindigt nergens. Dat is dan ook mijn belang­rijk­ste advies voor de schrijver: geef je verhaal een functie, zorg dat de nostalgie meer vertelt dan alleen ‘o, die goede, oude tijd’.
Verder verdient dit verhaal een iets secuur­de­re eind­re­dac­tie. Let op de inter­punc­tie, en daarmee de kadans van de tekst, houd elk detail nog eens tegen het licht (wat is bij­voor­beeld een ‘verkleumd laken’?) en schrap zo hier en daar een zin (‘niks aan­ge­brand hoor’ haalt de lezer uit het verhaal, dat is zonde, en de ‘lillende’ beentjes zijn mooi, maar passen niet echt in het beeld).
Ik stip niet voor niets aan dat het verhaal het ‘verdient’, want ik genoot van het beeld dat voor mijn gees­tes­oog verscheen. Ik las met veel plezier hoe bomma’s stem uit de parlofoon ‘botste’ en hoe de spaarlamp ‘aan bibberde’. Ik had alleen zo graag gezien dat de situ­a­tie­schets zou uitmonden in een verhaal.”

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.