Mijn zoektocht naar een plek om te blijven (9) – De ont­kno­ping

Achter die bomen ligt het provinciaal Domein.

Kijk, dit is mijn tuin. Die middelste strook. Of nou ja, dit is volgens een paar a4’s vol met parafen en hand­te­ke­nin­gen de komende negen jaar mijn tuin. Minstens negen jaar. Dat is voor Belgische begrippen wel ongeveer een plek om te blijven.

Achter die tuin ligt het Pro­vin­ci­aal Domein, een park­ach­tig terrein met een natuur­re­ser­vaat­je, een die­ren­wei­de, een bijentuin, een krui­den­tuin, en niet onbe­lang­rijk: een vogel­broed­plaats. Ik kijk enorm uit naar de eenden en ganzen die over zullen vliegen.

Aan de huiskant van de tuin is een heel groot inge­slo­ten terras, met voldoende privacy, een deur naar de kelder én een deur naar de keuken. Dat terras kun je niet zien, maar dat moet je maar van me aannemen.

Aan de voorkant is een enigszins drukke weg, met aan de overkant weer een heleboel bomen en daar­ach­ter een miljoen trein­spo­ren. Ik ben gevoelig voor geluids­over­last, dus ik ben heel benieuwd of ik kan wennen aan een eeuwig tsjoe­ketsjoek op de ach­ter­grond.

Toen we gingen kijken zat in de kelder een pad. Er zullen veel mensen zijn die hun neus viezig ophalen voor een pad in de kelder, maar mij gaf het een juich­ge­voel van heb ik jou daar. Een pad! In de kelder! Ex-act wat ik wil!

Het huis is iets te klein, daardoor moet Wannes in de logeer­ka­mer werken en ik in een afge­schei­den deel van de woonkamer, maar omdat het huis verder álles heeft wat we wilden – op loop­af­stand van Leuven-centrum, een bad, centrale ver­war­ming, gas, en een heel fijne woonkamer met een boogje erin – hebben we toch direct ja gezegd.

Ik zou hier foto’s willen laten zien, een heel relaas willen doen over hoe we het hebben gekregen (om half acht ‘s ochtends bellen, met gêne, is de manier om zo’n huis te krijgen), maar de vorige  huurder heeft me com­pli­men­ten gegeven over het stukje over Fons en vroeg daarna of ik zijn interieur niet online wilde zetten. Ik heb geen idee hoe hij op mijn weblog terecht­kwam. Via de ver­huur­der? Kent die mijn weblog ook? (Hoi Koen!) Of via Wannes, die Het Eiland Neus in zijn mail heeft staan? Had ik al eens gezegd dat het soms awkward is om een weblog te hebben die wordt gelezen door mensen die je nog nooit hebt gezien?

Hoe dan ook, ik pak het maar even netjes aan, geen foto’s van het huis zoals het nu is en geen anekdotes over mensen met wie ik nog minstens negen jaar een goede band wil houden. Jammer voor jullie, maar ik beloof dat ik het goed zal maken, zodra ik niemands privacy schend.

Op 1 januari ben ik een Kessel-Loënaar/Kessel-Loër en ik had niet gedacht dat dat me zo gelukkig zou maken. Hoezee!

Dit is het een na laatste stukje in de serie Mijn zoektocht naar een plek om te blijven. Alle afle­ve­rin­gen vind je hier.

10 reacties

  1. patchwork

    Gefe­li­ci­teerd!
    Wat betreft die treinen: probeer je voor te stellen dat het aan- en afrol­len­de golven zijn (doe ik ook met de trams langs mijn raam). Samen met die over­vlie­gen­de vogels is ´t dan misschien zelfs wel ont­span­nend :-)

  2. Sven

    Niemand houdt me tegen je te danken voor de rake woorden in je mid­dag­jour­naal bij Lieven op radio 1. Je wist exact te ver­woor­den wat ik voel maar niet kan ver­woor­den in de vele dis­cus­sies met vrienden, familie, collega’s.

    Het gaat je goed!

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.