/ april 28, 2014/ Stukjes in het wild/ 8 comments

Een Vlaming stelde mij een vraag:

tweet_koningsdag

Ik kleed Melk­Muyl­les tweet even uit.

 Deel 1: of ik het wil uitleggen ‘als nieuwe burger hier’

Moeilijk, moeilijk, ik vind het altijd lastig om de brug te slaan tussen wat ‘Hollands’ is en wat de Belgen daarvan begrijpen. Ik begrijp Hollandse gewoonten ook niet altijd, ik ben immers in een groot­ste­de­lijk reservaat opge­groeid. Ik kan niet spreken vanuit het per­spec­tief van mensen in kleine steden, dorpen of the middle of nowhere. Bovendien is het de vraag of ik überhaupt mag spreken namens de oran­je­gek­ken. Nimmer stond ik met een oranje pruik een schaatser op te wachten op Schiphol, en ik stond ook nog nooit langs de weg om met een oranje petje prinsen of prin­ses­sen toe te zwaaien.

Hoe vaker mensen iets doen, hoe leuker ze het gaan vinden

Toch denk ik dat ik het beter begrijp dan de gemid­del­de Belg, maar dat is het beter begrijpen dat zich afspeelt op het niveau van tradities. Om een ver­ge­lij­king te maken: ik snap niet dat ver­kie­zin­gen in België op zondag zijn, dat het stem­bu­reau maar een paar uur open is en dat men daar ver­vol­gens een fami­lie­vreet­fes­tijn aan koppelt. Voor Belgen, die vrijwel allemaal niet anders gewend zijn, valt dat ook niet aan mij uit te leggen. Het is gewoon zo, en ze genieten ervan.
Dat is het eerste antwoord op de vraag: mensen zijn gewoon­te­die­ren. Dol op tradities, hoe vaker ze iets doen, hoe leuker ze het gaan vinden. Sterker: veel mensen doen elk jaar op Konin­gin­ne­dag (lees: Konings­dag) hetzelfde, op hetzelfde tijdstip, met dezelfde vrienden, in dezelfde stad.

 Deel 2: hoe dat zit met die Konings­dag?

Een jaar of vier geleden was ik er voor het laatst bij, toen was het nog gewoon Konin­gin­ne­dag, dus zo blijf ik het ook maar even noemen; gewoon­te­dier dat ik daar ben.
Ik denk dat het aller­sterk­ste punt van Konin­gin­ne­dag de vrijmarkt is. Ook hier spreek ik weer als hoofd­stad­be­wo­ner in hart en nieren. Voor de meeste Amster­dam­mers is de vrijmarkt de kern van Konin­gin­ne­dag. Natuur­lijk stonden er de afgelopen twintig jaar overal podia van café’s, radio­zen­ders en bier­mer­ken in de stad, maar als dat het enige kenmerk was, dan was het ver­moe­de­lijk niet zo’n breed gedragen volks­feest.

 Staan of lopen, verdienen of kopen

Als je nog nooit bij de Amster­dam­se vrijmarkt bent geweest, is het moeilijk om te begrijpen wat het precies inhoudt. Een ‘rom­mel­markt’ raakt in de verste verte niet de kern van het feest. Misschien kan ik het nog uitleggen door te beschrij­ven waar ik blij van werd al die jaren dat ik Konin­gin­ne­dag vierde:

* De voorpret
In de weken voor­af­gaand aan (toen nog) 30 april moest je beslissen: ga ik staan of ga ik lopen. De maanden ervoor kreeg je regel­ma­tig de vraag: ‘Ga jij dit jaar weer staan op Konin­gin­ne­dag?’
Staan betekende dat je het langs­schui­fe­len­de volk probeerde geld afhandig te maken met een kleedje met rommel, een muziek­in­stru­ment, een spelletje of een grab­bel­ton. Lopen betekende dat je je tussen het langs­schui­fe­len­de volk mengde, en je gewillig geld afhandig liet maken door de mensen die stonden. Veel kinderen gaan staan, maar vanaf een jaar of 13 wordt lopen steeds vaker een optie.

* Onder­ne­mings­plan­nen verzinnen
Als je gaat staan moet je bedenken wat je gaat doen. Toen ik heel klein was, ging ik meestal mijn puzzels en kwar­tet­spel­len verkopen. Van het verdiende geld kocht ik dezelfde dag nog andermans afge­dank­te smurfen en knikkers. Toen ik iets ouder was, speelde ik mijn dwars­fluit­boek dertig keer door, en toen ik nog weer iets ouder was bedacht ik met vrien­din­ne­tjes spel­le­tjes waarmee we hoopten veel geld te verdienen, maar waarmee we vooral heel veel lol hadden.
Het grootste succes hadden we toen we in 1984 met een spiraal à la Willem Ruys op de Middenweg stonden. Nu is die spiraal een klas­sie­ker, toen was het nog super­stoer om ‘bekend van tv!’ te kunnen rond­toe­te­ren.
Ook succesvol was onze Milky Way‐Kop van Jut. We bouwden een stellage van kron­ke­len­de regen­pij­pen en gooiden aan de bovenkant een Milky Way in de opening. De speler moest met een stok met een hamer de Milky Way opprikken als die er aan de onderkant uitkwam. Was het raak, dan won de speler de Milky Way in kwestie, anders was hij gewoon een kwartje kwijt.
Het meeste geld ver­dien­den we met de wel­be­ken­de emmer met water met een bor­rel­glaas­je onderin, waarin je moest proberen een muntje te mikken. Als je raakte, kreeg je je inzet dubbel terug. Ik meen dat het 1986 was dat we in vijf uur tijd 150 gulden ophaalden. Het enige wat we daarvoor hadden gedaan, was een emmer water naar de Lin­na­eus­straat slepen. Een goed voorbeeld van ‘een minimum aan inspan­ning en een maximum aan resultaat’. Het dartboard met het briefje van 25, waarbij je voor een gulden drie keer mocht proberen om het hoofd van Sweelinck (dat erop afgebeeld stond) te raken, was in 1987 nog vrij nieuw, en verdiende heel goed.

* De vro­lijk­ste reünie die er is
Als je iets ouder wordt en vaker gaat lopen, wordt de vrijmarkt meestal een kwestie van vrienden hoppen. Je bedenkt een route langs al je vrienden die ergens staan en werkt die route dan gedurende de dag af, waarbij je overal even blijft hangen, iets koopt, en vaak wat gezel­schap ach­ter­laat of juist rekru­teert, waardoor je met een steeds wis­se­len­de samen­stel­ling de volgende etappe aflegt. Er zijn Konin­gin­ne­da­gen geweest waarbij ik op één dag meer dan veertig kilometer liep.

* Love and happiness
In Amsterdam moet je weten waar je moet zijn, een kenner haalt het niet in zijn hoofd om zich in de buurt van het Damrak of het Rem­brandt­plein te begeven. Die beperkt zich tot ‘de buurten’. Het Von­del­park, Zuid, de Jordaan, Water­graaf­smeer, dat waren de jaren dat ik Konin­gin­ne­dag vierde de buurten waar de sfeer gemoe­de­lijk bleef, waar niet te veel gedronken werd en waar radio­zen­ders en bier­mer­ken hun tentakels nog niet hadden uit­ge­strekt. Een sfeer die nog het beste te ver­ge­lij­ken valt met Lowlands: mensen spreken elkaar heel gemak­ke­lijk aan, helpen elkaar, vrolijken elkaar op. Ze dossen zich uit, soms zo origineel dat je ook daar weer vrolijk van wordt, en ze hebben er, weer of geen weer, zin in.

* Schatten zoeken
Tot slot: hoewel de vrijmarkt maar ten dele een rom­mel­markt is, je mag immers met alles op straat geld verdienen, is het koop­jes­jacht­a­spect wel een fijn element. Als je weet wat je zoekt en weet waar je dat moet zoeken, kun je op Konin­gin­ne­dag je hele ver­lang­lijst­je in een keer binnen hengelen.
Ook hier helpt het als je de stad een beetje kent: in de rijke buurten zijn de spullen uiteraard in de beste staat, je vindt er meer boeken en platen, meer antiek, merk­kle­ding en hoog­te­zon­nen, minder plastic speelgoed en verwassen hemdjes, maar de verkopers vragen ook iets meer. In de arme buurten vind je meer rommel, maar ook meer smurfen en curi­o­si­tei­ten, en de prijzen zijn beschei­de­ner.
Ik sloeg mijn slag altijd ‘s avonds, als de men­sen­stroom plaats­maak­te voor bergen rommel van verkopers die geen zin hadden om hun assor­ti­ment weer mee naar huis te nemen. In 1994 vond ik een leren jasje dat ik tot 2006 heb gedragen, zomaar in een afvalberg op de Mar­nix­straat. En zo heb ik een waslijst van Konin­gin­ne­dag­aan­ko­pen en -vondsten die mijn leven hebben verrijkt.

Deel 3: of Konings­dag hetzelfde is als oran­je­gek­te

Even een stukje ‘oma vertelt’: toen ik klein was, droeg vrijwel niemand oranje op Konin­gin­ne­dag. Ik vermoed dat dat iets te maken had met de mar­ke­ting­cul­tuur van begin jaren tachtig. Eens in het jaar trof je een gratis stripboek of een slap 45‐toerenplaatje bij het kat­ten­voer, en dat was het wel zo’n beetje. Unox tooide het land nog niet met mutsen, en Nationale Neder­lan­den had nog geen bulk­con­tract bij de t‐shirtdrukker. Wij stonden dus gewoon in onze don­ker­blau­we windjacks ons dwars­fluit­deun­tje tot in het oneindige te herhalen.

Vergelijk het met een ver­kleed­feest­je, daar doet ook niet iedereen aan mee

Konings­dag uitleggen ging me nog wel redelijk af, maar oran­je­gek­te inzich­te­lijk maken: ik vrees dat me dat niet gaat lukken. Toch zal ik een poging wagen.
Ik denk dat het zo is als met ver­kleed­feest­jes. Als je een uit­no­di­ging stuurt voor een ver­kleed­feest­je, weet je dat er drie groepen zijn: aller­eerst de groep die zich vol overgave op zijn kostuum stort en kosten noch moeite spaart om in vol ornaat acte de présence te geven, de tweede groep bestaat uit lieden die al bij het woord ‘ver­kleed­feest­je’ in de rode vlekken schieten en gelijk roepen dat ze zich onder geen beding verkleden. Die gaan dus gewoon in hun normale kloffie. En tot slot heb je groep drie die niet over­en­thou­si­ast is, maar die zo nu en dan wat met de wind meewaait.

Ik hoor bij de mee­waai­ers

Bij die groep hoor ik: ik heb wel eens een heel WK voetbal een oranje beha gedragen. Mijn vrienden hadden er een bijgeloof aan geplakt, ‘je moet wel je beha aandoen anders verliezen we’, en ik speelde het spel vrolijk mee. Met nadruk op vrolijk: voet­bal­wed­strij­den worden leuker als de groeps­gim­micks voor het oprapen liggen. Of ik ooit een oranje acces­soi­re heb gedragen op Konin­gin­ne­dag, kan ik me niet her­in­ne­ren, maar net als op Lowlands stak ik wel een extra bloem in mijn haar.

En dat is misschien wel het hele eieren eten. Alles wat je met een groep doet, wordt leuker als je terug­ke­ren­de grapjes en tradities hebt. En feestjes worden echt fees­te­lij­ker als je een paar slingers ophangt. Het oranje t‐shirt is de slinger rond de ver­jaar­dags­stoel.

Je hebt mensen nodig die een nylon krie­bel­pruik willen opzetten

Kortom: ikzelf ambieer geen vormeloos t‐shirt van een groot­grut­ter, of een oranje nylon krie­bel­pruik van een bank, ik hoor immers bij categorie 3 van het ver­kleed­feest­je: de mee­waai­ers. Maar onder mijn beste vrienden zijn mensen die in maart al oranje schmink inslaan. Dat zijn de mensen die bij categorie 1 van het ver­kleed­feest­je horen, die dolgraag een paar oranje strepen op je wang willen zetten, die bouwen aan een groeps­gim­mick­re­per­toi­re, en die als je naar bed bent je stoel versieren. Ik koester die mensen.

Share this Post

8 Comments

  1. Ik vind het een mooi gelukte lichte soci­aal­psy­cho­lo­gisch beschrij­ving.

    Dacht: ik zou Maartje wel eens over de excessen willen lezen. Maar misschien lees ik je wel zo graag omdat je daar altijd kunstig omheen­zeilt en tus­sen­door laveert. En het zo defi­ni­eert.

  2. Her­ken­ba­re beschrij­ving, gaat ook op voor Alkmaar. Heb zelf die vrijmarkt nooit zo goed begrepen en mijd deze al jaren, het tempo van de ‘lopers’ is nooit mijn tempo. En met konings­ge­zind­heid heeft het feest ver­ras­send weinig te maken. Al ken ik wel veel mensen die de dag (meestal met forse kater) starten door de tv aan te zetten en te grinniken om die arme prinsen en prin­ses­sen die gedwongen worden tot zaklopen, ring­ste­ken of heel geïn­te­res­seerd een dra­co­nisch slechte uit­voe­ring van een stads‐ of dorpslied moeten aanhoren.
    Elk jaar start Konings­dag (het bekt nog niet zo lekker als Konin­gin­ne­dag) voor mij met de Konings­nacht, elke kroeg en elk terras tot de nok toe gevuld met mensen in oranje outfits, iedereen blij of dronken of allebei. Dan met een kater wakker worden, hopen op zon of in ieder geval droog weer, outfit weer aan en richting kroeg/terras/plein. Sommige mensen zie ik alleen nog eens per jaar op die dag, op een bepaalde plek waar ze al jaren zich ver­za­me­len.
    En elk jaar ver­kneu­kel ik mezelf bij het idee dat er op Schiphol totaal onwetende mensen zullen landen die geen idee hebben in welke volks­ma­nie ze beland zijn. Ik gun elk land zijn eigen Konings­dag.

  3. lieve zezunja, maartje, je beschrijft het geweldig.. x

  4. Ik kan me helemaal vinden in je stukje! :-) Al merk je nu wel iets van de crisis; er blijft minder inte­res­sants liggen bij het vuilnis. Daar­en­te­gen liggen nu wel de euro´s aan duurzame sta­tie­geld­be­kers voor ´t oprapen!

  5. Dank voor dit stukje, het bracht heel wat her­in­ne­rin­gen omhoog van Amster­dam­se Konin­gin­ne­da­gen. Eerst zonder kind en daarna met (ook een wereld van verschil).

  6. Wat een leuke reacties. Dank je wel allemaal.

  7. Ja, zo is het.
    En snappen ze het nu?

  8. hihi, leuk uitgelegd, ik begrijp het alleszins heel goed

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>