Zaterdag 11 januari 2014

Deze week plaats ik in navolging van Martine elke dag een foto­ver­slag.
Dit deed ik eer­gis­te­ren.
Hieronder zie je wat ik gisteren deed.


Meteen twee bief­stuk­ken uit de vriezer gehaald.


Ik maakte cappuccino’s voor Wannes en mij.


Ik at een geroos­ter­de boterham met filet americain, maar vergat die op de foto te zetten. Zo dan maar.


Wannes wilde een taart maken voor zijn petekind dat zondag een nieuw­jaars­brief voor hem voorleest. Ik moest aan­wij­zin­gen geven, in ruil eiste ik dat hij er ook een voor ons maakte. Eerst moesten de bas­tog­ne­koe­ken en de peper­no­ten fijn­ge­stampt worden.


Er bleven grote brokken in zitten. Misschien werkt de roller beter.


Aha, de boos­doe­ners: de peper­no­ten. Die, pepernoot, die!


Ik knipte intussen een cirkel voor Wannes.


De boter van de Colruyt heeft geen maat­streep­jes. Stom. Kleine moeite, groot gemak, lijkt me.


Wannes stampte twee bodems plat. Ik dronk kopjes koffie en gaf aan­wij­zin­gen.


Even pauze, met een groen­ten­sap.


We waren aan het kok­ke­rel­len op een Genius‐playlist van Balkan Beat Box, ineens kwam er een verdachte syn­the­si­zer tus­sen­door: aha, 80’s Giga Hit Col­lec­ti­on.


Toen beide taarten in de koelkast stonden, begon ik met koken. Ik sneed frietjes. Dit zijn slechts twee aard­ap­pe­len.


De vreugde als een goed lijkende avocado inderdaad goed blijkt te zijn!


We aten. Ik gooi altijd alles wat we hebben op de borden, terwijl dat meestal te veel is.


De aard­bei­en­laag van de nieuw­jaarstaart was klaar. Maar we wilden een taart met twee lagen.


Dus maakten we na het eten de per­zi­ken­laag.


De voor ons zelf geëiste taart had maar één laag: mokka. Die was klaar. Wannes moest even oefenen met de schrijf­tu­bes. Maak maar een ampersand, zei ik.


Toen Wannes de keuken opruimde, hing ik de was op. Ver­vol­gens las ik verder in een boek waarin ik van de week ben begonnen. Oordeel: heel fijn, maar ook lich­te­lijk gemak­zuch­tig.


Uit het boek: ‘Nou’, luidde het antwoord, ‘als u het niet in stukken laat snijden, ziet het er heel erg uit als een eekhoorn.’


We gingen film kijken, wat doorgaans een goed moment is om mijn dread­locks bij te werken.


Deze keer was het geen goed moment voor mul­ti­tas­ken, het was een film waarbij je goed moest opletten. Dus dat deed ik. Maar het mocht niet baten. Na afloop zei ik: de vorm­ge­ving en de belich­ting waren prachtig, maar ik geloof niet dat ik het helemaal heb begrepen. Wannes zei: ik voel me altijd een beetje dom bij dit soort films. Kortom: we waren het roerend eens.

Tot morgen.

2 reacties

  1. Haha, her­ken­baar van La Grande Bellezza! Ik had me voor­ge­no­men voor de beelden te gaan, aangezien ik al uit de recensies had begrepen dat alleen de grote recen­sie­mo­guls deze film zouden kunnen duiden. En als beel­den­over­stro­ming vond ik het een geweldige ervaring; ook een beetje triest, leeg.
    Achter ons in de bios liepen trouwens ook mensen weg..

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.