Columns

Dinsdag 15 december 2015 – Winter‐IJsland

‘Ik zit met mijn dochter in de ven­ster­bank. We staren naar de sneeuwval. Ik hoor haar zeggen: Ik word heel langzaam drie jaar.’ Deze prachtige zin las ik vandaag in een 10‐delig verhaal van Laura Broek­huy­sen op de website van het literaire tijd­schrift de Revisor. Laura woont met haar man en haar dochter van alles en iedereen verstoken in een fjord in IJsland. Haar reeks over de winter in IJsland is zo sfeervol, eigen­zin­nig en vin­ding­rijk geschre­ven dat je niets liever wil dan na elk deel nog iets langer wonen in haar verhaal, in haar leven, en bovenal: in haar hoofd. Dus bleef ik plakken, terwijl ik manu­scrip­ten te lezen had, stukjes te schrijven, dingen te doen. Ik gaf het verhaal de kans mijn to‐dolijst als een sneeuw­schui­ver naar de avond te duwen.

Als schrijver en schrijf­coach vraag ik me vaak af: zou de lezer in dit verhaal willen wonen? Het antwoord op die vraag is doorgaans een lastige, want wonen in verhalen is zoals wonen in huizen: waar de een dolgraag zijn intrek neemt, wil de ander nog niet dood gevonden worden. Zodoende slijt ik mijn dagen als een ware makelaar: ik kijk of er authen­tie­ke elementen zijn, of de bedrading in orde is, of de fun­da­men­ten kloppen, of het verhaal de juiste sfeer heeft, en of er sprake is van een bijzonder uitzicht. Mocht het nodig zijn dan geef ik adviezen om het verhaal bewoon­baar­der te maken.

En hoewel ik dus andere verhalen moest lezen, nam ik mijn intrek in het verhaal op de Revisor. Het bleek instap­klaar, met kou­be­schrij­ven­de zinnen als: ‘Buiten trekt de maan tever­geefs aan de bevroren vloedlijn.’ En over ware een­zaam­heid: ‘Denk je een flard, dan hangt dat flard boven het eb te wachten op een vervolg. Er is niemand die de gedachte voor je af zal maken.’

‘s Avonds klopte mijn to do‐lijst aan, maar ik ging hem als herboren te lijf, want ik was op vakantie geweest in een verhaal waarin donker wit is en de stilte van ver komt. En het mooie is: u kunt er ook heen. Het enige wat u moet doen is uw to‐dolijst laten voor wat die is en gaan wonen in een hoofd dat zinnen verzint als:
‘Ik vraag me af of bij gebrek aan ons eigen diersoort, de spie­gel­neu­ro­nen in onze hersenen zich kunnen richten op andere visuele prikkels. Vuren zij signalen af bij het zien van golfslag, wer­vel­wind, het stuiven van droge hagel­bol­le­tjes?’

Het verhaal Winter‐IJsland begint hier. Veel plezier!

Deze column verscheen op woensdag 16 december 2015 op Canvas.be.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.