Donderdag 17 december 2015 – Onbe­hap­baar schuld­ge­voel

Ik ben voor­stan­der van behapbaar schuld­ge­voel in maat­schap­pe­lij­ke zaken. Een vleugje wroeging zorgt ervoor dat bank­re­ke­nin­gen van hulp­or­ga­ni­sa­ties gespekt worden, dat we onze peuken niet gewoon uit het auto­raam­pje kieperen en dat we geen 120 kilometer per uur door de bebouwde kom rijden. Maar behapbaar is wel de onwrik­ba­re voor­waar­de. Je moet er iets mee kunnen. Je moet bij­voor­beeld kunnen denken: nee, ik neem de fiets in plaats van de auto, of: ik ga nu echt over­stap­pen naar een alter­na­tie­ve bank die niet inves­teert in wapen­han­del. Het moet je ertoe bewegen het kap­per­tjes­pot­je in de glasbak in plaats van in de vuilbak te gooien; dan hebben we het over behapbaar, enigszins zinvol schuld­ge­voel.

Vandaag betrapte ik mezelf op onbe­hap­baar en uiterst onzinvol schuld­ge­voel. We maakten een wandeling door de straten van Kessel‐Lo. Ergens op een hoek stond een magnolia in de knop. Ik bleef staan en staarde een tijdje met open mond naar de sappige knoppen die dachten dat het maart was. Ik wilde zeggen: ‘Wow, kijk, wat prachtig!’ maar ik zei het niet, omdat ik het niet gepast vond. Een magnolia hoort geen knoppen te hebben in de donkere dagen voor kerst, en de boom krijgt problemen als de winter bin­nen­kort aanbreekt. Ik deed mijn jas uit, knoopte die om mijn middel en zei nog steeds niks. Langs mijn hals trok een len­te­bries, in de verte kondigde een merel de schemer aan met een voor­jaars­deun­tje en ik kon mij niet langer inhouden. ‘Ik ben gelukkig’, zei ik. Thuis knoopte ik de mouwen rond mijn taille los, mijn oog viel op de wil­gen­kat­jes die ik het afgelopen weekend van de boswilg in de tuin knipte. De dorre herfst­blaad­jes broe­der­lijk op één tak met die fluwelen knopjes die pas rond Pasen de kop op horen te steken. Ik vond het magisch. En ook toen durfde ik dat niet hardop te zeggen.

Tien jaar geleden verhuisde ik van mijn geboor­te­plaats Amsterdam naar Leuven en daarmee ging ik grofweg twee graden warmer wonen. Je kunt het je misschien niet voor­stel­len, maar twee graden warmer leven is een onver­wacht cadeau, dus ik juichte dat hardop toe. Nu krijgen we bin­nen­kort allemaal twee graden in onze schoot geworpen. Maar deze keer voelt het toch als een cadeau waarbij je tijdens het open­scheu­ren van het papiertje de contouren ontwaart van een oli­fan­ten­slag­tand. Een prachtig object, maar alleen in ontvangst te nemen in radeloze stilte.

Deze column verscheen op vrijdag 18 december 2015 op Canvas.be.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.