Maandag 14 december 2015 – Hoe ziet jouw pijn eruit?

Ik ruim mijn laptop op en klik op een link die ik wil weggooien. One woman feels pain in colour, lees ik. Ja duh, denk ik. Natuurlijk. Heeft niet iedereen dat? Ik voel al de hele dag twee gebraden gehaktballen in een zwarte ruimte, ik vermoed een blaasontsteking. De slijmbeursontsteking in mijn linkerarm is een grote lichtoranje tuinboon met een witte achtergrond, mijn hartkloppingen zijn een mistig landschap op een grijszwarte planeet en dat sneetje in mijn vinger is een scherp gevouwen origamifiguurtje dat afwisselend blauw en geel is.

Er gaat een belletje rinkelen. Toen ik er voor het eerst achterkwam dat ik synesthesie had, dacht ik ook: ja hèhè, natuurlijk zie ik de dagen, letters, cijfers enzovoort in kleur. Vrijdag is groen, het woord zwart is zilverwit en de jaren tachtig waren donkerblauw. Maar naarmate ik me er wat meer in verdiepte, ontdekte ik dat die mengeling van zintuiglijke waarnemingen die iemand met synesthesie ervaart verre van vanzelfsprekend is. Sommige vormen van synesthesie komen iets vaker voor, zoals kleurlezen, maar de meeste vormen, zoals geurhoren (als je geluid ruikt) of smaakzien (als je iets proeft wanneer je iets ziet) zijn uiterst zeldzaam.

Door de jaren heen kwam ik steeds meer te weten over synesthesie. Ik deed mee aan verschillende wetenschappelijke onderzoeken, stuurde wangslijm op, deed testen met muziek, notenlezen, begrippen en teksten, en ontdekte dat ik minstens vijftien van de vijfenveertig zintuigcombinaties ervaarde. Bij elke ontdekking bleef ik een gevoel houden van: wat? Staat bij jullie E mineur niet op een plek in de ruimte? Zijn er ook mensen bij wie een orgasme geen kleur heeft? Geeft een drumslag niet bij iedereen het gevoel van een breinaald op je been? En steeds opnieuw besefte ik dat ik kennelijk nog niet half wist hoe anders ik de wereld zag, rook en voelde. En nu dus dit weer.

Ik ga naar mijn echtgenoot. ‘Kun jij pijn zien?’
‘Wat bedoel je?’ vraagt hij. Hij is wel wat gewend. Ik produceer al jaren stukjes over synesthesie en het speelt een rol in de roman die ik schrijf, dus hij weet dat ik soms rare vragen stel.
‘Mijn blaasontsteking ziet eruit als bruine korrelige bollen tegen een zwarte achtergrond, een soort gehaktballen. Heb jij dat ook?’
Hij denkt even na. ‘Nee’, zegt hij. ‘Ik kan mijn pijn niet zien.’
Ik hap naar adem. De rest van de maandag breng ik door in de lichte paniek die vergelijkbaar is met het moment dat je als kind beseft dat je je gedachten nooit uit zal kunnen zetten. De paniek die hoort bij het onbevattelijke.

Deze column verscheen op dinsdag 15 december 2015 op Canvas.be.