Onder­dom­pe­len

Zeg eens, hoe zit het met uw ver­bon­den­heid met de EGKS, de Europese Gemeen­schap voor Kolen en Staal? Gering zeker? En heeft u het gevoel dat de stelling van Pyt­hago­ras onderdeel is van uw omgeving? O, en geeft u iets om een staart­de­ling? Nee? Ver­won­dert u dat? Mij ook niet. Goed, hold that thought.

Ik citeer De Standaard van vrijdag: ‘De helft van de mid­del­ba­re scho­lie­ren vindt dat ‘mensen zich te veel zorgen maken over ver­vui­ling’. Slechts een op de twee voelt zich ‘verwant met planten en dieren’ en maar de helft is van oordeel dat de ‘natuur een gemeen­schap is waarvan hij deel uitmaakt’. Amper een op de drie denkt dat ‘zijn welzijn samen­hangt met het welzijn van de natuur’.’
De onder­zoe­kers zijn ‘ver­ont­rust’, omdat de 3.000 onder­zoch­te leer­lin­gen allemaal mili­eu­les­sen kregen (DS 27 maart 2015).

Dachten de onder­zoe­kers echt dat mili­eu­les­sen ver­bon­den­heid zouden creëren? Bij mij ging a kwadraat is b kwadraat plus c kwadraat ook pas leven toen ik voor het eerst een vloer legde in een scheef huis. Het Verdrag van Schengen kreeg niet eerder betekenis dan toen ik defi­ni­tief de grens van België naar Nederland overstak, en van het belang van rekenen in procenten raakte ik pas door­dron­gen toen ik 25 jaar na mijn eerste staart­de­ling btw moest heffen.

Het is simpel: de natuur is te ver weg. Bij elk blaadje dat valt, haalt papa de blad­bla­zer tevoor­schijn en in de lente wordt het terras met een hoge­druk­spuit onder handen genomen, want o wee als er wat groen te zien zou zijn. De Lijn schrapt bussen naar de natuur, waardoor je een veldje aan een watertje als tiener alleen kunt bereiken als je met ware doods­ver­ach­ting langs een weg fietst waar de maxi­mum­snel­heid 70 is.

Toen ik op de mid­del­ba­re school zat, ging ik in de zomer stiekem siga­ret­ten roken en over jongens praten in de natuur, het liefst aan een watertje. Mijn bezig­he­den lieten te wensen over, maar intussen leerde ik wel het koolwitje kennen, ik wist van welk gras ik hooi­koorts kreeg en in welke rivier geen modder tussen je tenen door spoot als je ging staan. Kortom: ik voelde me verbonden met de natuur.

Mijn advies: dompel jongeren onder in natuur. Let­ter­lijk: hef het verbod op zwemmen in natuur­wa­ter op (en zorg dat het schoon is!). Maar ook figuur­lijk: kies eens iets anders dan een buxus in de tuin, laat eens een blaadje liggen, leg fiets­pa­den aan, laat elk halfuur een bus naar een bos rijden en gooi de parken niet om acht uur ’s avonds op slot. Geen milieules kan doen wat een zomer lang met vrienden dollen, duiken en doezelen langs het water doet.

Vorige week schreef ik een week lang De Mening voor dS Avond, de avond­edi­tie van De Standaard. Deze column verscheen op dinsdag 31 maart 2015.

4 reacties

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.