Rad voor ogen

Gisteren kreeg ik een fiets cadeau. Een degelijke fiets, zelf uitgekozen, precies wat ik wilde. Ik regelde een dik slot, ik arrangeerde de juiste inbussleutels om zadel en stuur te verstellen en zorgde voor een mooi uitprobeerroutetje.

Vervolgens ging ik fietsen, en met mijn blik op het fluitekruid dacht ik aan wat ik vroeger deed met een nieuwe fiets. Ik reed altijd een blokje om, om te wennen aan het zadel, de trapkracht, het stuur, en dan nog een keer hetzelfde blokje, om ter hardst. Daarna koos ik een rustig straatje om een van de belangrijkste aspecten van mijn nieuwe fiets te testen, namelijk: stond het voorwiel recht, zodat je zonder handen kon fietsen? Ik liet het stuur voorzichtig los en navigeerde door mijn knieën wijder en minder wijd te houden. Als het lukte, pakte ik het stuur weer vast, zakte achter mijn zadel en zeeg neer op de bagagedrager, waarna ik de fiets met lange armen, als een ware easy rider, door de buurt stuurde. Ik belde een paar keer flink en trok dan net zo hard aan mijn stuur tot ik weer op het zadel zat. Voor ik naar huis ging, probeerde ik nog met een wheely de stoep op te komen, zonder mijn velg te butsen. En als dat allemaal zonder gerammel ging, sprong ik dik tevreden van mijn fiets, legde het ding met draaiende spaken op de stoep – net iets zachter dan ik in de jaren erna zou doen – om binnen te vertellen dat ik ZO ONTZETTEND BLIJ WAS MET MIJN NIEUWE FIETS.

Gisteren fietste ik keurig door lange laantjes, in het tempo van een 41-jarige vrouw, braaf het knooppuntennetwerk volgend, in mijn nopjes omdat ik zo’n degelijke fiets op de kop had weten te tikken, én bezorgd omdat ik nog geen reservesleutel van het kleine slotje had laten maken. Zo, trappend door de velden, mezelf feliciterend met al mijn degelijkheid, drong het tot me door dat de meeste mijlpalen uit je jeugd je een rad voor ogen draaien. Wat tot gevolg heeft dat elk heuglijk feit voor de rest van je leven een teleurstelling in zich draagt.

Je leert als je klein bent dat een feestje geven een kwestie is van aanschuiven, pannenkoeken eten en cadeautjes openmaken, terwijl het fenomeen de rest van je leven zal bestaan uit oneindig veel boodschappen doen, je afvragen hoe je dat gaat betalen, voldoende stoelen regelen en een fikse berg afwas overmeesteren. Je leert dat een nieuwe fiets een kwestie is van fluitend wegfietsen, het evenwicht vinden en een beetje snokken aan je stuur, terwijl, als je dat reservesleuteltje later in je leven vergeet te laten maken, je op je vingers kunt natellen dat je op een dag de pineut bent.

Ik tuurde naar de spaken in mijn voorwiel, het rad voor ogen, en vroeg me af of je het kon omzeilen, die deconfiture van de hoogtepunten uit je jeugd. Ik liet me langzaam zakken op mijn bagagedrager, tot ik met lange armen door de laantjes stuurde. Ik slingerde wat, vond het evenwicht van mijn nieuwe fiets niet meteen, en voelde dat mijn grote lijf de wendbaarheid miste. Toen ik mezelf weer omhoog trok, wat veel moeilijker was dan vroeger, hoorde ik het sleuteltje in het slotje klingelen. Waarmee ik weer terug bij af was: ik moest niet vergeten dat reservesleuteltje te laten maken.

Vorige week maakte ik een week lang het Middagjournaal voor het programma Nieuwe Feiten op Radio 1. Deze aflevering van het Middagjournaal kun je hier beluisteren.